Commentaar: Meer pit graag! Het Noorden mag steviger opkomen voor de eigen belangen

De PeerGrouP, hier met de voorstelling 'Rise of the Blue City', kreeg geen geld van het Fonds Podiumkunsten. Foto: Archief/Duncan Wijting

De onvrede in de culturele en bestuurlijke wereld is groot. Met verbazing en woede is gekeken naar de verdeling van de landelijke subsidies voor cultuur. Het leeuwendeel van het geld gaat naar de Randstad en niet naar gezelschappen en instellingen in de regio.

De drie noordelijke provincies, maar ook Overijssel, Gelderland, Flevoland en Zeeland, komen er bekaaid van af. Zij krijgen allen beduidend minder van het Fonds Podiumkunsten. Van de beschikbare 21 miljoen euro gaat 81 procent naar de vier grote steden, de rest krijgt 19 procent. En er was al chagrijn over de zogenoemde basisinfrastructuur. Verschillende gerenommeerde gezelschappen, zoals de PeerGrouP, vallen daar buiten de boot.

De verdeling van de cultuursubsidies leidt altijd tot scheve gezichten, maar nu nog meer dan anders. Er wordt een tweedeling in het land gecreëerd.

Deze week vonden de bestuurders uit de drie noordelijke provincies elkaar in hun boosheid. Onder de vlag van We The North stuurden zij deze week een kritische reactie naar Den Haag en vragen zij de Tweede Kamer de verdeling van de subsidies te herzien. Ook schreven de gedeputeerden van Groningen, Friesland en Drenthe samen met hun collega’s van andere benadeelde provincies een ingezonden brief in de Volkskrant met eenzelfde oproep.

Het mag allemaal wel wat pittiger, want er is werk aan de winkel. Al langer is sprake van een kloof tussen de Randstad en de regio’s daarbuiten. De verschillen groeien zelfs en de kans is groot dat door de coronacrisis de kloof verder wordt verdiept. Het gemak waarmee de keuzes in de culturele sector worden gemaakt, moet geen voorbode worden voor andere belangrijke keuzes die op ons afkomen. Op dit moment bereiden de bewindslieden zich voor op Prinsjesdag en wordt gesleuteld aan de begroting voor volgend jaar. Het is zaak dat de noordelijke bestuurders nu met daadkracht gezamenlijk opkomen voor de belangen van onze regio. Dat mag in steviger bewoordingen dan de vriendelijke verzoeken van de afgelopen week.

menu