Commentaar: Papieren tijger

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA) tijdens een schorsing van het Tweede Kamerdebat van donderdag. Foto: ANP/Bart Maat

Hoe vaak kan een minister een motie van wantrouwen overleven? Vaak, zo blijkt.
 

Minister Ank Bijleveld van Defensie moest zich deze week voor de vierde keer verantwoorden over een luchtaanval op een bommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija. Een Nederlandse F16 nam in juni 2015 deel aan het bombardement. Minstens 70 burgers vonden de dood.

Al jaren informeert Defensie de Tweede Kamer in deze kwestie verkeerd, onvolledig of zelfs helemaal niet. Deze week moest de minister uitleg geven na recente onthullingen van de NOS en NRC. Zij publiceerden over een Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat vooraf wel degelijk bekend was dat er een groot risico op burgerslachtoffers was. De fabriek lag vlak bij een woonwijk.

Het steekt de volksvertegenwoordiging dat steeds weer nieuwe informatie via journalistiek onderzoek of andere bronnen naar buiten komt. Defensie heeft ook op andere dossiers al jaren een slechte naam als het aankomt op het informeren van het parlement.

Het is begrijpelijk dat het ministerie terughoudend is over missies die nog gaande zijn of kortgeleden zijn beëindigd. Het zijn soms gevaarlijke operaties en er is een kans op wraakacties tegen de betrokken militairen. Te lang zwijgen over zaken uit het verleden is echter onwenselijk en doet geen recht aan de controlerende macht van het parlement. Meer transparantie is nodig.

D66 waarschuwde de minister voor de laatste keer, maar steunde de motie niet. De partij hield daarmee de minister de hand boven het hoofd. Niemand is op dit moment gebaat bij een kabinetscrisis. Het kabinet heeft de handen vol aan de coronacrisis. Ondertussen raakt Bijleveld met ieder debat meer van haar geloofwaardigheid kwijt. Deze keer zei ze heel stoer dat ze nu alle informatie had gegeven. Bij een volgende onthulling is het dus klaar. Anders stelt de ministeriële verantwoordelijkheid niets meer voor en verwordt een belangrijk machtsmiddel van de Tweede Kamer tot een papieren tijger, een wassen neus.

menu