Commentaar: Rijk moet gemeenten bijstaan in crisis die voortvloeit uit de coronatijd

Mkb-bedrijven worden hard geraakt door de coronacrisis. Foto: ANP

Kleine ondernemers vragen massaal om tijdelijke financiële overbrugging. Het geld voor de noodmaatregel komt van het rijk. De gemeenten fungeren als doorgeefluik. Ambtenaren zijn druk bezig alle aanvragen snel te behandelen. Veel ondernemers hebben het geld al op de rekening staan.

De gemeenten voelen als geen ander dat het piept en kraakt in de samenleving. Niet alleen sociaal, ook economisch barst het in Groningen en Drenthe van de kleine bedrijven die bij gebrek aan inkomsten in coronatijd de toekomst vooralsnog somber inzien. Vooral ondernemers in de culturele, recreatieve en toeristische sector hebben het zwaar.

Gemeenten hebben besloten allerhande financiële verplichtingen, zoals lokale belastingen en huren, op te schorten. Dat zijn begripvolle en welkome gebaren die op het eerste gezicht vanzelfsprekend zijn. De keerzijde is dat gemeenten, die zo krap bij kas zitten dat ze nog bezuinigingsmaatregelen moeten doorvoeren om een sluitende begroting te krijgen, het zich eigenlijk niet kunnen permitteren deze inkomsten lang te laten lopen.

Daar komt bij dat gemeenten door de coronacrisis extra kosten maken. Denk aan meer opvang voor kwetsbare kinderen en een verhoogde inzet van medewerkers in de Centra voor Jeugd en Gezin. De verwachting is dat naarmate mensen langer aan huis gekluisterd zijn, de situatie bij probleemgezinnen er niet beter op wordt.

Ook inzet van meer toezichthouders om de noodmaatregelen te handhaven, leidt tot extra kosten. Veel gemeenten hadden, ook voor het coronavirus toesloeg, al grote moeite de eindjes aan elkaar te knopen. De kosten van het sociaal beleid, waaronder fors toegenomen jeugd- en ouderenzorg, rezen de pan uit. Door de stikstofcrisis zijn delen van de economie op slot gezet.

In een banenmotor als de Eemshaven kunnen bedrijven niet verder investeren omdat ze onvoldoende stikstofruimte hebben en niet aan de vereiste vergunningen kunnen komen. Ook dat heeft gevolgen voor de gemeenten die financieel de vruchten plukken van meer banen in de regio. Meer werk betekent meer inkomsten voor inwoners, die daarmee voorzieningen in stand houden.

Om te voorkomen dat lokale gemeenschappen niet verschralen, moet het rijk de belofte dat de economie gestut en gesteund wordt nakomen en gemeenten bijstaan in de financiële crisis die ongetwijfeld voortvloeit uit de coronatijd.

menu