Commentaar: Alleen de terugkeer van de verdachte in de rechtszaal is echt een oplossing

Vrouwe Justitia in de hal van de rechtbank in Groningen. Foto: DvhN

 

Heel Nederland vergadert en overlegt sinds twee maanden digitaal. In de eerste weken van de coronacrisis ging dat nog wel eens moeizaam, maar inmiddels weten zelfs overtuigde digibeten via Zoom, Skype, Teams of een andere app de weg naar elkaar te vinden.

Door de bank genomen overheerst verbazing over de snelle manier waarop we ons op dit terrein hebben aangepast, al is er op zijn minst één belangrijk maatschappelijk apparaat dat uit de toon valt: de rechtspraak. Daar blijkt, zo viel in deze krant te lezen, soms zelfs het simpel weergeven van een telefoongesprek in de rechtszaal nog een probleem.

Bij het uitbreken van de coronacrisis werden aanvankelijk alle rechtszaken stilgelegd. Een begrijpelijke reflex gelet op de onderlinge nabijheid van aanwezigen in een rechtszaal, maar wel slecht nieuws, want ons rechtssysteem zit al hopeloos verstopt met achterstallige zaken. In april deed het plexiglas ook zijn intrede in onze rechtszalen, maar in veel zaken bleef de verdachte afwezig en moest een videoverbinding dat compenseren.

Even los van de vraag of rechtspraak zonder de fysieke aanwezigheid van verdachten überhaupt acceptabel is, bleken de verbindingen soms ondermaats. Om te beginnen mogen videoverbindingen tussen de rechtszaal en een in een gevangenis verblijvende verdachte maximaal 45 minuten duren. Dat hebben de Raad voor de Rechtsspraak en de Dienst Justitiële Inrichtingen zo besloten, maar het leidt tot afgeraffelde zittingen.

Daarnaast mankeert er in technisch opzicht van alles. Zo kreeg de verdachte in Groningen deze week niet mee wat er in de zaal over hem besproken werd en vervolgens bleek zijn recht op een laatste woord ook niet meer binnen de maximale 45 minuten te passen. Dat is schending van een basisrecht.

Advocaten klagen steen en been over deze gebrekkige rechtsgang onder tijdsdruk. Nu is klagen wellicht hun beroep, maar feit is dat een ongestoorde rechtsgang een fundament is van onze rechtstaat. Rechters dienen daar ook op toe te zien. De Raad voor de Rechtsspraak heeft inmiddels beaamd dat de digitale gang van zaken in veel rechtszalen niet deugt.

Het loslaten van de tijdslimiet van een videoverbinding en een garantie op een kwalitatief goede videoverbinding lijken wel de minste stappen die gezet moeten worden, maar eigenlijk is alleen de terugkeer van de verdachte in de rechtszaal echt een oplossing.

menu