Commentaar: Ons vlees wordt duur betaald

Arbeidsmigranten verlaten in een busje het slachthuis van Vion in Groenlo. Het slachthuis van slachter en vleesverwerker Vion is gesloten vanwege een uitbraak van het nieuwe coronavirus. Foto: ANP

Over het vlees dat velen van ons bijna dagelijks eten denken we liever niet al te lang na. Het feit dat de biefstuk, gehaktbal en salami op ons bord beland zijn na het doden van een levend wezen is tenslotte geen aantrekkelijke gedachte wanneer je mes en vork in handen hebt. Voor al te plastische beelden uit slachthuizen houden we de ogen doorgaans dan ook liever gesloten.

Ook veel vleesfabrikanten hebben geen reden om open huis te houden. Want de omstandigheden waaronder arbeiders in deze branche hun werk moeten doen blijken vaak hemeltergend. Niet voor niets komt een flink deel van de werknemers uit voormalig Oost-Europa, zij nemen bij gebrek aan alternatief veel voor lief. Het werk is vaak geestdodend, de lonen laag en er wordt dag-in-dag-uit gewerkt in de (vries)kou. Bovendien worden deze arbeidsmigranten door de uitzendbureaus die hen ronselen vaak ook nog eens schamel gehuisvest. Het maakt hen dubbel afhankelijk en daardoor relatief machteloos.

Normaal halen de arbeids- en huisvestingsomstandigheden in deze branche slechts incidenteel het nieuws. Nu diverse vleesfabrieken een bron van besmetting in de coronacrisis zijn geworden, ligt dat anders. Het dicht op elkaar werken en wonen van werknemers blijkt een groot risico voor de volksgezondheid, niet alleen in ons land, maar ook in de Verenigde Staten en Duitsland, waar deze week nog een fabriek de deuren moest sluiten omdat 65 procent van de 1000 geteste werknemers besmet bleek met het coronavirus. De kiloknaller wordt zo uiteindelijk duur betaald.

Onze belangrijkste zorg zou nu niet moeten zijn of onze biefstuk, gehaktbal en salami hierdoor wellicht schaarser, dus iets duurder worden, maar de vraag hoe we iets kunnen doen aan de mensonterende werkomstandigheden die een welvarend land onwaardig zijn. Om te beginnen zou de soms gedwongen koppeling tussen werk en huisvesting voor arbeidsmigranten afgeschaft moeten worden.

Ook meer toezicht op woon- en werkomstandigheden is noodzakelijk. Daarnaast zou het in Nederland helpen wanneer het runnen van een uitzendbedrijf net als in andere landen aan een vergunning wordt gekoppeld. Zodat uitbuiting, want dat is het soms, effectiever kan worden bestreden. De dieren zijn daarmee natuurlijk niet geholpen, onze Europese medeburgers die het werk in de vleesfabrieken doen en het fatsoen wel.

menu