Commentaar: Er zijn grenzen aan een stedenband

Burgemeester Heinz-Werner Windhorst van Aurich en locoburgemeester Annalies Usmany van de gemeente Appingedam. De gemeenten vierden in 2019 hun 30-jarige stedenband. Foto: gemeente Appingedam

Internationale stedenbanden en partnergemeentes, het is iets van de vorige eeuw. Ontstaan in een tijd dat ‘nooit meer oorlog’ en verbroedering leidende begrippen waren. Een tijd ook waarin er nog euforie heerste over de Europese eenwording en het woord Nexit nog moest worden uitgevonden. Later kwam daar betrokkenheid bij de Derde Wereld bij.

Als er ook commerciële en handelsbelangen meespelen, zijn internationale stedenbanden nog steeds kansrijk, denk bijvoorbeeld aan de band van de gemeente Groningen met de Duitse steden Oldenburg, Bremen en Hamburg.

In andere gevallen verliezen deze onderlinge internationale contacten tussen gemeenten in de loop der jaren vaak aan inhoud. Ze drijven veelal op het enthousiasme (en de reislust) van individuele ambtenaren en bestuurders. Vertrekt zo iemand, dan leidt een stedenband al snel een slapend bestaan.

Maar wat als de verbroedering principieel onder druk komt te staan? Wanneer het bestuur van een partnergemeente er ideeën opna houdt die in Nederland in brede kring op weerstand of zelfs weerzin stuiten. Kan men dan nog ongedwongen verbroederend het glas heffen?

Het gemeentebestuur van Nieuwegein vindt van niet en verbrak onlangs de band met de Poolse zustergemeente Pulawy. Daar heeft het stadsbestuur namelijk besloten tot het instellen van ‘homovrije zones’, een voornemen dat de Hollandse collega-bestuurders terecht tegen de borst stuitte.

Praten of de band verbreken is in dergelijke gevallen een moeilijke keuze. Wie breekt, verliest elke mogelijkheid tot dialoog, maar wie blijft praten, wekt toch de indruk abject gedrag te tolereren. Even goede vrienden dan maar? Nee, dus. Want wat is de kans dat een dialoog in zo’n geval nog enige kans van slagen heeft?

Voor bestuurders in een partnergemeente is het belang van ontwikkelingen in eigen land, in het geval van Polen de toenemende invloed van een katholiek getint conservatisme, doorgaans veel groter dan dat van een goed contact met een buitenlandse partner.

Een breuk gekoppeld aan het leggen van contacten met lokale belangengroepen is dan wellicht nog de minst slechte optie voor Nederlandse gemeentes. Al is het wel de vraag of veel kleinere gemeentes voor dat laatste de knowhow in huis hebben.

menu