Een goede spoorverbinding (zoals de mogelijke Lelylijn) is voor de ontwikkeling van dunbevolkte gebieden cruciaal.

Commentaar: Goed dat lokale Sociaal Economische Raden opkomen voor de belangen van de regio

Een goede spoorverbinding (zoals de mogelijke Lelylijn) is voor de ontwikkeling van dunbevolkte gebieden cruciaal. Foto: Archief/Niels de Vries

Nogal wat regio’s zijn klaar met een kabinetsbeleid dat te veel is toegesneden op situaties in dichtbevolkte gebieden, zoals in de Randstad. Het wordt tijd dat gestreefd wordt naar een meer gelijke verdeling van brede welvaart over de regio’s.

De Sociaal Economische Raad (SER) in Nederland moet dat geluid in ‘Den Haag’ veel krachtiger laten horen. Dat vinden de vier SER’en van Noord-Nederland, Overijssel, Brabant en Zeeland. In hun gisteren gepresenteerde advies schrijven deze adviesorganen, bestaande uit ondernemers, werknemers en onafhankelijke deskundigen, dat het rijk in de regio’s meer moet investeren in het aanjagen van de economie en het opleiden van mensen voor sectoren waar veel werk is. En ook in de leefbaarheid in gebieden die een steuntje in de rug nodig hebben. De vier SER’en verwachten van het landelijk SER-bestuur hierin een krachtiger opstelling.

Tot nu toe drijft het kabinetsbeleid op het uitgangspunt dat je sterke regio’s nog sterker moet maken. De gedachte daarachter is dat die kracht voldoende uitstraalt naar de andere regio’s. Uit de cijfers blijkt echter dat de sterkste regio’s niet zonder meer de zwakkere gebieden stimuleren. Als een economisch niet al te sterk gebied zichzelf omhoog wil werken, is daar toch echt iets anders voor nodig. Het zijn niet alleen de vier SER’en die vinden dat brede welvaart tussen regio’s beter moet worden verdeeld. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), ook een belangrijk adviesorgaan van regering en parlement, wijst herhaaldelijk op de toenemende verschillen tussen de Randstad en de grensgebieden. Op het spel staat vervreemding van de Haagse politiek die de focus eenzijdig richt op de ontwikkeling van Randstedelijke agglomeraties.

Het is goed dat de vier regionale SER’en in de regio niet afwachten wat hun moederorganisatie richting kabinet adviseert, maar opkomen voor hun gebied. Daarmee maken ze duidelijk dat er ook andere belangen zijn. In het advies vinden ze elkaar heel expliciet op het realiseren van snelle (trein-)verbindingen tussen de Randstad en de regio’s en extra aandacht voor werklocaties. Zeker in dunbevolkte gebieden is een goede bereikbaarheid van voorzieningen en van werklocaties van heel groot belang. Het is ook een pleidooi om te investeren in de Lelylijn en daarmee in nieuwe kansen voor de verdere ruimtelijke, sociale en economische ontwikkeling van Noord-Nederland.

menu