Commentaar: Wopke-Wiebes-fonds mist een visie

Ministers Wopke Hoekstra (Financiën, links) en Eric Wiebes (Economische Zaken) tijdens de presentatie van het Nationaal Groeifonds. Foto: ANP/Koen van Weel

Twintig miljard euro, het is een verleidelijk grote bom duiten waarmee de ministers Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) en Wopke Hoekstra (Financiën) de nationale economie in vijf jaar tijd een duw in de rug willen geven.

Trots presenteerden zij afgelopen week hun zogenaamde Nationaal Groeifonds (ook wel Wopke-Wiebes-fonds), bedoeld om grote projecten op het terrein van innovatie, infrastructuur en kennis van de grond te helpen tillen. Dat alles om het ‘verdienvermogen’ van Nederland te vergroten. De presentatie paste natuurlijk maar al te goed in de eerste schermutselingen van de verkiezingsstrijd van 2021, maar je kunt er desondanks blij mee zijn.

Op zo’n goed gevulde pot rijkshoning komen vanzelfsprekend veel bijen af. Ook het Noorden heeft zich enthousiast gemeld. Hoog op het verlanglijstje staan hier de Lelylijn, die ons sneller moet verbinden met de Randstad, en de waterstofeconomie. Beide toonbeelden van duurzaamheid.

Maar het Noorden klopt niet als enige aan, ook niet als het gaat om plannen op het gebied van het spoor en de waterstof. Om te voorkomen dat er een loopgravenoorlog tussen belanghebbenden ontstaat, hebben we gelukkig een regering die weet wat de grootste noden van ons land zijn en op basis daarvan een afgewogen plan voorlegt aan ons parlement. Een plan dat recht doet aan het hele land en aan de problemen van deze tijd. Zou je denken.

Maar nee, de ministers willen hier hun vingers niet aan branden, ze zijn bang dat hun goede voornemens ondergesneeuwd raken in politiek gedoe en kortetermijndenken. Dus wordt er een proces opgetuigd met een commissie van tien wijze mannen en vrouwen. Ook de twee betrokken ministeries en diverse adviesorganen krijgen een vinger in de pap. Er gaat kortom ouderwets gepolderd worden, met als risico dat de inhoud van het Groeifonds straks na een lang bureaucratisch proces verdeeld wordt met een compromis waarvoor niemand echt verantwoordelijk is.

Ministers die een beurs met 20 miljard euro trekken en vervolgens toekijken wat ervan komt, je houdt het eigenlijk niet voor mogelijk. Hun angst voor politieke touwtrekkerij en kortetermijndenken is niet zonder grond, maar een kabinet met visie had zich daar zelf aan ontworsteld, zonder veilige bureaucratische processen op te tuigen.

menu