Nu is het moment om Den Haag duidelijk te maken dat Noord-Nederland op Europees niveau geen uithoek is. De economie van morgen begint vandaag | Opinie

ICE trein DB foto Frits Poelman

‘Boemeltje wordt echte trein. Groningen krijgt snelle verbinding met Duitsland.’ Zo kopte Trouw in de jaren negentig van de vorige eeuw. Na lang wachten op een fatsoenlijke spoorverbinding met Duitsland zou in 1997 dan eindelijk de vernieuwde spoorlijn zijn intrede doen. Bijna een kwart eeuw later wacht Noord-Nederland echter nog altijd op een goede verbinding met de oosterburen.

Dat is problematisch en dat merken we in deze crisistijd des te meer. Want om straks weer sterk uit de crisis te kunnen komen, moet de basis op orde zijn. Voor een regio als Noord-Nederland zijn juist die grensoverschrijdende verbindingen een belangrijke voorwaarde voor herstel en economische ontwikkeling, zeker gezien de ambitieuze plannen in deze regio. Daar moet op nationaal én Europees niveau meer aandacht voor komen.

Schone brandstof

Aan potentieel is in deze regio namelijk geen gebrek. Zo maakt de Eemshaven zich klaar voor de grootste waterstoffabriek van Europa. Met de combinatie van windenergie en waterstofproductie kunnen we de industrie in de eigen regio en de rest van het land van schone brandstof voorzien. Bovendien biedt dit mogelijkheden om deze groene waterstof op termijn op grote schaal te transporteren naar grote industrieclusters in het buitenland, zoals het Duitse Ruhrgebied. Om dit allemaal van de grond te krijgen en tot een internationaal concurrerende waterstofeconomie te komen, hebben we wel goede verbindingen nodig.

Wunderline

Er is nog werk aan de winkel om de benodigde infrastructuur te realiseren. Voor het transport van waterstof moet ons netwerk van leidingen aansluiten op de netten van onze buurlanden. Een ander in het oog springend voorbeeld is natuurlijk de Wunderline tussen Groningen en Bremen. Het verbeteren van deze spoorverbinding moet het makkelijker maken om over de grens te werken en het vestigingsklimaat te verbeteren. Belangrijk, omdat voor de economische ambities van Noord-Nederland in groten getale handen en hersenen nodig zijn. Via dit spoor komen Bremen, Hamburg en zelfs Scandinavië immers een stuk dichterbij.

In het verlengde daarvan zien we de aanleg van de Lelylijn als een belangrijke aanvulling om de hele regio met de rest van Europa te verbinden. Deze plannen verdienen dan ook een prominente plaats in de Haagse en Brusselse herstel- en mobiliteitsplannen van vandaag én morgen.

Goed verhaal

Dat zal niet vanzelf gaan. Veel regio’s kloppen aan bij het Rijk en Europa, maar de budgetten zijn schaars. Met de bijzondere opgave op het vlak van de energietransitie en de grote ambities voor waterstof heeft Noord-Nederland in ieder geval een goed verhaal. Zeker als Noord-Nederland samen optrekt in de lobby om zaken als de Wunderline hoger op de investeringsagenda te krijgen. Daarnaast moeten provincies en gemeenten ook uitstralen dat ze in hun eigen plannen geloven. Het is dus belangrijk dat zij ook zelf naar middelen zoeken.

Klaar voor de start

Op dit moment is het natuurlijk niet de bedoeling om te reizen. Maar zeker nu we ervaren wat het betekent om stil te staan, is het des te meer van belang om straks klaar voor de start te zijn. Noord-Nederland doet daar alles aan; de waterstofplannen worden steeds concreter, de eerste stappen voor de Wunderline zijn gezet en het draagvlak voor de Lelylijn groeit gestaag. Nu is het moment om eensgezind en met zelfvertrouwen de laatste twijfelaars in Den Haag duidelijk te maken dat Groningen en Noord-Nederland op Europees niveau geen uithoek zijn. Het is dan ook hoog tijd dat de infrastructuur aan die realiteit wordt aangepast. Dus nu doorpakken!


Robert de Wit is Statenlid voor het CDA in Groningen, Tom Berendsen is Europarlementariër voor het CDA in Brussel

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen
menu