Opinie: Groningen verdient nieuw structuurplan

Jongens halen een bal uit het water in Meerstad, dat sinds 2017 bij de gemeente Groningen hoort. Foto: Archief/Siese Veenstra

Mede door de coronacrisis wordt duidelijk waar de gemeentelijke overheid in Groningen gaten heeft laten vallen in de afgelopen jaren. Tijd voor een complete aanpak, vindt oud-wethouder Klaas Swaak.

Door de gemeentelijke herindeling is de economische en sociale kaart van Groningen veranderd. Daaruit vloeit voort dat er een noodzaak is voor een nieuw fysiek en een nieuw sociaal structuurplan. Bovendien dwingt de coronapandemie die, evenals de toestand na de beide wereldoorlogen, maatschappelijke tekorten in ongekende schaal zichtbaar maakt, tot meer en ander overheidsoptreden.

Wat ging hieraan vooraf? Het Structuurplan van 1986/87 gaf aandacht aan de ontwikkeling van de binnenstad en aan de wijken aan de noordkant van de stad: Noord-West en Noord-Oost. Dat resulteerde in een correctie op de ongelijke verdeling van recreatieve voorzieningen over de stad. In het noorden van de stad kwamen Kardinge, met ijsbaan en zwembad, een heuvel, een plas en het Bevrijdingsbos. De aandacht ging echter voornamelijk uit naar de binnenstad en de Verbindingskanaalzone. De planologische invalshoek was doorslaggevend.

Versterking van de economie was de inzet van dat structuurplan. Voor de sociale (en culturele) invalshoek was vrijwel geen aandacht, de binnenstad daargelaten: de bouw, respectievelijk verbouw van het museum, het Grand Theatre en de openbare bibliotheek.

Uit het voorjaar van 1994 dateert het sociaal structuurplan. Het volgde op de herbezinning op de sociale vernieuwing. Het ging om een op onderzoek gebaseerde integrale aanpak van sociale problemen voornamelijk in de noordelijke stadswijken – een veel verder en dieper gaande aanpak dan in het Structuurplan was aangegeven.

Zwaartepunt naar het zuiden

In de fysieke stad nu is door de gebiedsuitbreiding het demografische zwaartepunt naar het zuiden verschoven. De stadsuitbreiding op het grondgebied van de gemeente Tynaarlo versterkte die beweging. De verhoudingen binnen de nieuw ontstane gemeente zijn daardoor verschoven en vergen een herbezinning op het gemeentelijke beleid.

De ontwikkelingen in de fysieke stad van de laatste decennia komen neer op intensivering binnen de bestaande stad – herontwikkeling van bestaande locaties gepaard gaande met hoogbouw – en extensieve bebouwing in de nieuwe delen, zoals Meerstad. Het wegvallen van de grenzen tussen de voormalige gemeenten schept tussengebieden voor toekomstige stadsuitbreiding. Het verwerven van grondposities is daarvoor noodzakelijk. Het betekent ook een aanpassing van de verkeersstructuur. Hernieuwde planning van een stads- en regiotramstelsel is een overweging waard.

Nieuwe binnenstadsproblematiek

Er is een nieuwe binnenstadsproblematiek ontstaan. De leegstand in het winkelbestand zal door de e-commerce alleen maar toenemen. De verbetering van de openbare ruimte om de binnenstad aantrekkelijker te maken heeft een tijdelijk effect. Een ingreep in de omvang door winkels in de toevoerstraten te concentreren binnen de Diepenring (en de vrijkomende locaties voor wonen te bestemmen) zal de kwaliteit van de binnenstad stimuleren. De horeca is overgedimensioneerd. De blunder van de vestiging van het stadskantoor in een buitenwijk kan hersteld worden door keuze voor een locatie in het centrum van de stad (ABN Amro-locatie?). Naast behoud van cultuurcentrum De Oosterpoort kan de tabaksfabriek van Niemeyer voor een popcentrum aangekocht worden (al is er reeds besloten tot nieuwbouw bij het Hoofdstation – over tien jaar…).

De stad kent een grote overheidseconomie in vergelijking met de markteconomie. De vraag is waar de grenzen van de eerste in zicht komen (van het UMCG, de RUG en de Hanzehogeschool) en waar de mogelijkheden voor de tweede liggen. Op een antwoord is geen zicht.

Sociale problemen in noordelijke wijken

Sociaal gezien strekken bewonersproblemen zich uit over een breed terrein. Het gaat om werkloosheid, armoede en schulden, huisvesting, onderwijs en scholing, gezondheid en leefstijl, veiligheid, huiselijk geweld, verslavingen, thuis- en daklozen, vereenzaming etc. Ze komen vooral voor in de noordelijke wijken.

Analyse daarvan vergt uitgebreid onderzoek evenals analyse van de voorzieningen en maatregelen om aan die problemen tegemoet te komen. Hoe die voorzieningen ruimtelijk verdeeld zijn en of de maatregelen effectief zijn maakt deel uit van die analyse. Er springen een aantal in het oog. Werkloosheid en armoede zijn hardnekkig; onderwijs houdt ongelijkheid in stand, kwetsbare jongeren en ouderen ontberen adequate hulp en zorg. Aan prioritering en herverdeling valt niet te ontkomen.

Toegesneden op de aanpak

De vraag moet gesteld worden of de gemeente programmatisch, organisatorisch en personeel (qua omvang en kwaliteit van het personeelsbestand) toegesneden is op de aanpak ervan en er de financiële middelen voor heeft. Problemen van bewoners zijn vaak geclusterd en dat vereist een integrale of holistische aanpak.

De rol van de gemeentelijke overheid zal door de kanteling in de waarneming van maatschappelijke problemen verschuiven. Om de hierboven genoemde maatschappelijke noden aan te pakken zal ze een sterker paternalistisch accent moeten krijgen waarin sturing en zorgverlening gecombineerd worden. Het gaat toch om een economisch sterke, duurzame en sociale stad?

Overigens: er kan natuurlijk aangesloten worden op wat al in deze richting gaat. De structuurplannen van vroeger kwamen ook niet uit de lucht vallen.

Klaas Swaak was wethouder in Groningen van 1992 tot 1998.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen