Het anti-abortusactivisme verhardt, maar de burgermeester grijpt niet in. Voor wie staat de overheid eigenlijk? | opinie

Op meer plekken staan anti-abortusdemonstranten bij klinieken, zoals hier in Utrecht. Foto: ANP

Het aanspreken van vrouwen die een abortuskliniek willen bezoeken, valt volgens de burgemeester van Groningen onder het demonstratierecht. Maar, stellen Tom Rustebiel (D66) en Mirjam Wijnja (GroenLinks), wanneer stopt demonstreren en begint intimideren?

Het demonstratierecht is een groot goed. Maatschappelijke voortuitgang is in beginsel vaak voorafgegaan aan demonstraties. Of maatschappelijke achteruitgang is erdoor gestopt. Ook mag je in een democratische rechtstaat standpunten verkondigen die felle discussies oproepen en controverse aanwakkeren.

Onbekommerde toegang tot zorg

De grondrechten op lichamelijke zelfbeschikking en toegang tot zorg zijn ook van onschatbare waarde. Toch is deze onbekommerde toegang tot zorg geen vanzelfsprekendheid meer bij veel abortusklinieken.

Ook in Groningen staan elke vrijdagmorgen activisten van stichting Schreeuw om Leven bij de kliniek aan de Radesingel. Ze noemen zichzelf ‘counselor’ en spreken vrouwen aan om ze op andere gedachten te brengen.

Dit roept bij ons de vraag op of hier nog sprake is van demonstreren. Want als je ander abortusbeleid wilt, dan moet je aankloppen bij de overheid. Dát is immers de wetgevende macht.

Het past niet om structureel individuen aan te spreken omdat je het met bovenliggend overheidsbeleid niet eens bent. En al helemaal niet wanneer deze individuen, die het recht hebben om eigen keuzes te maken, in de persoonlijke levenssfeer een beroep doen op het grondrecht toegang tot zorg.

Helemaal overstuur

‘Ik kwam door die demonstranten helemaal overstuur binnen. Sowieso ben je heel kwetsbaar op zo’n moment’, liet één van de benaderde vrouwen in het Dagblad van het Noorden optekenen.

Maatschappelijke organisaties zoals het Humanistisch Verbond constateren al langer een verharding in het anti-abortusactivisme. Onze fracties hebben hier grote moeite mee. Toen we dit onlangs opnieuw aan de kaak stelden, antwoordde de burgemeester dat er geen signalen waren van fysieke belaging en dat instellen van een bufferzone juist zou kunnen leiden tot meer overlast, omdat de activisten dan mogelijk geluidsapparatuur inzetten.

In een onlangs verschenen artikel in het Dagblad stelt één van de councelors hierop dat ze ‘ook weleens’ op het Malieveld staan, maar dat ze voor de ingang van klinieken ‘in gesprek’ willen gaan. Dit roept de vraag op, of er dan nog wel sprake is van een demonstratie.

Volgens ons gaat hier dus iets grondig mis in de balans tussen demonstratierecht en bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De vraag is in deze: voor wie staat onze overheid?

Het kan wel

Is de situatie in Groningen een omissie in onze wetgeving, of een lokale keuze? Het lijkt op het laatste, aangezien de burgemeester van Arnhem ervoor kiest om de ‘demonstranten’ ver van de kliniek te positioneren. Zo is de demonstratie ook echt een demonstratie en laat de lokale overheid zien de vrijheid van vrouwen en hun onbekommerde recht op zorg te beschermen. Het kan dus wel.

Helaas is ook de overheid zelf niet vrij van bemoeienis met abortus. Nederland heeft zowat het laagste aantal abortussen van Europa, maar zadelt vrouwen wel op met de verplichting om er nog eens vijf dagen langen over na te denken. Alsof deze vrouwen niet verstandig genoeg zijn om eigenstandig een beslissing te nemen. Alsof het lichtzinnige besluiten zijn.

Sterker: de meeste van deze vrouwen zijn heel wat sterker dan onze overheid, die zelf niet de keuze durft te maken om pal voor deze vrouwen te gaan staan.


Tom Rustebiel is fractievoorzitter D66 Groningen
Mirjam Wijnja is fractievoorzitter GroenLinks Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie