Opinie: Een beledigingsverbod maakt geen einde aan aanslagen

Een Franse studente neemt deel aan een herdenking van de Franse leraar Samuel Paty die werd vermoord omdat hij cartoons van de profeet Mohammed gebruikte in een les over de vrijheid van meningsuiting. Foto: SEBASTIEN SALOM-GOMIS

Een wettelijk verbod op het beledigen van Mohammed, waar de Amsterdamse imam Yassin Elforkani voor pleit, is een onverstandig idee.

Yassin Elforkani, imam van de Blauwe Moskee in Amsterdam Nieuw-West, deed afgelopen weekend een ‘donnertje’. Minister van Justitie Piet Hein Donner repte immers in 2004 na de moord op Theo van Gogh, die deze week 16 jaar geleden werd vermoord, over een onderzoek naar de mogelijkheden voor verruiming van de strafbaarstelling voor belediging en godslastering. Het is er gelukkig nooit van gekomen en het verbod op godslastering is per 1 maart 2014 zelfs geschrapt. Elforkani stelt nu voor om met nieuwe wetgeving de vrijheid om de profeet te beledigen in te perken.

Onverstandig idee

Het is interessant dat Elforkani alleen rept over godslastering van de profeet. Kennelijk moeten de andere theïstische religies zich maar zonder wetgeving redden. Het rechtstatelijke beginsel van gelijke gevallen gelijk behandelen is aan de imam voorbijgegaan. Het doet er echter niet toe, want een verbod op godslastering is in welke vorm dan ook sowieso een onverstandig idee.

In de eerste plaats zal dergelijke wetgeving gezien worden als het toegeven aan de islamistische terreur. Gekwetstheid wordt immers als wapen ingezet, zeker wanneer dit gepaard gaat met terreur. Een verbod op godslastering van de profeet zal de islamisten inspireren nog meer concessies via aanslagen af te dwingen.

Cartoons belangrijk

In de tweede plaats zijn cartoons in de westerse geschiedenis een belangrijk onderdeel van de vrijheid van meningsuiting. In onze grondwet zijn grondrechten evenveel waard. Elforkani’s voorstel impliceert dat godsdienstvrijheid belangrijker wordt dan vrije meningsuiting. Die vrijheid is in ons land niet onbeperkt, maar nieuwe wetgeving zal de zelfcensuur bij cartoonisten nog verder aanwakkeren.

In de derde plaats is het controversieel wat onder godslastering moet worden verstaan. Als de almacht van de profeet of zijn historiciteit in twijfel wordt getrokken, wordt dat ook als godslastering beschouwd? In het Westen heet dat religiekritiek. Een gerespecteerde academische discipline waarvoor in onze eigen geschiedenis gevochten is. Gaan we die discipline via deze weg voor de bus gooien?

Afkeer

In de vierde plaats zal een verbod op het beledigen van de profeet geen einde maken aan de aanslagen. Islamisten vinden immers de status van ongelovige, andersgelovige en afvallige voldoende reden om toe te slaan. Veel aanslagen hadden helemaal niets met cartoons van doen maar kwamen voort uit een afkeer van het Westen. Die afkeer is zo groot dat men afbeeldingen van de profeet erger vindt dan genocide op moslims in China. Er wordt immers wel opgeroepen om Franse producten te boycotten door veel islamitische landen, niet Chinese producten. Chinezen mogen moslims in concentratiekampen opbergen, zolang zij maar geen cartoons van de profeet maken.

Ik denk niet dat Elforkani’s voorstel veel kans maakt. Vele aanslagen zullen echter nog volgen. Geheime diensten verijdelen veel aanslagen, maar tegen eenlingen die worden gestuurd of zelf via sociale media radicaliseren, valt weinig uit te richten.

Macron maakt terecht een onderscheid tussen de politieke islam en de islam. Het feit dat Denk en Nida gelijk asiel aanboden aan islamistische organisaties die in Frankrijk onder vuur liggen, geeft te denken. Het feit dat zij slechts lippendienst bewijzen aan de vrijheid van meningsuiting eveneens.

Dood door steniging

Toch is er een klein lichtpuntje. Alle theïstische religies vereren het opperwezen of goddelijke principes. De aantasting van de eer van diegene of datgene dat vereerd wordt, telt als een zwaar vergrijp. In het antieke jodendom volgde dood door steniging. Dat gebruik is gelukkig niet meer in zwang. Nu maar hopen dat de aanhangers van de islam de islamisten tot hetzelfde inzicht kunnen brengen.

Argumenten om dat te bewerkstelligen liggen immers voor het oprapen. Een opperwezen is niet voor niets almachtig. Zijn almacht impliceert dat mensen hem niet hoeven te verdedigen tegen godslastering. De profeet is in die gedachtegang zo groot dat hij überhaupt niet beledigd kán worden.

Arend Jan Boekestijn is historicus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voormalig Tweede Kamerlid voor de VVD.

menu