Opinie: Betere volkshuisvesting kan niet zonder steun van huurders

Voor wederopbouw van de volkshuisvesting is politieke en maatschappelijk druk nodig. Foto: Lex van Lieshout

De huurverhoging moet van tafel. Het schrappen kan een begin zijn van de wederopbouw van een trotse volkshuisvesting.

Afgelopen zaterdag pleitte Groninger wethouder Van der Schaaf in deze krant voor meer investeringen in de woningbouw. De wethouder vergeet daarbij alleen een cruciale factor voor succes. Voor een toekomst met een sterke volkshuisvesting is de steun van huurders onmisbaar. Alleen zijn corporaties en wethouders voor huurders nu een sta in de weg in plaats van een bondgenoot. Want de afgelopen weken viel de brief met de jaarlijkse huurverhoging bij huurders weer op de deurmat. Vorig jaar had de helft van de huurders al moeite om de huur te kunnen betalen. Nu lopen van velen de inkomsten terug en komt er toch weer een huurverhoging aan. De corporaties in de provincie Groningen doen vrolijk mee en als vanzelfsprekend volgen de wethouders. Zo leggen ook zij wederom de rekening neer bij huurders. De huurverhoging moet van tafel. Juist om een herwaardering van onze volkshuisvesting voor elkaar te krijgen.

Woning als investeringsobject

Sinds de jaren 80 is onze volkshuisvesting steeds verder afgebroken. Een woning was niet meer in de eerste plaats een huis om in te leven, maar een investeringsobject om geld aan te verdienen. Woningbouwverenigingen veranderden in corporaties en huurders kregen minder zeggenschap over hun huis. Verschillende regeringen stopten met investeren in volkshuisvesting en ook corporaties verkochten massaal woningen aan de markt. Het was geen collectieve verantwoordelijkheid meer om voor iedereen een goed en betaalbaar huis te garanderen. In plaats daarvan moest de markt met zijn efficiëntie en concurrentie vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen. De belangen van commerciële beleggers, pandjesbazen en vastgoedbedrijven werden daarmee gediend, maar gewone mensen werden de dupe.

Afbraak volkshuisvesting

Zo betalen huurders in Nederland nog steeds voor de vorige crisis. In 2012 werd een extra belasting ingevoerd, die nooit is teruggedraaid. Hierdoor belandt drie maanden huur per jaar van elke huurder – in totaal 2 miljard euro per jaar – nog steeds rechtstreeks in de staatskas. Maar in plaats van zich hiertegen te verzetten, laten woningbouwcorporaties en gemeentebesturen huurders de klappen opvangen. Ze zadelen hen op met absurde huurverhogingen en plegen amper onderhoud. Zo werken wethouders en corporaties mee aan de verdere afbraak van de volkshuisvesting. Ondertussen worden bedrijven met miljarden euro’s aan overheidsgeld gesteund. De zakken van de overheid zijn volgens het kabinet Rutte diep, dus geld is er wel. Het is een kwestie van keuzes maken.

Kans

Maar in tijden van crisis wordt ook veel mogelijk. Zo werd er in de Eerste Kamer onlangs een voorstel aangenomen om de huren te bevriezen. Hiermee is de huurverhoging nog niet van de baan, maar moet de minister nu gaan bepalen wat ze gaat doen. Dat biedt een kans. Als wethouders en corporaties nu karakter tonen, hun rug rechten, gaan staan voor hun huurders en het goede voorbeeld geven door zelf de huurverhoging te stoppen, kunnen we samen de druk op de politiek in Den Haag opvoeren. Samen met een beweging van huurders kunnen we dan de huurverhoging van tafel krijgen.

Het schrappen van de huurverhoging kan daarmee een begin zijn van de wederopbouw van trotse volkshuisvesting, waarbij we investeren in kwalitatief goede, energiezuinige en betaalbare woningen voor iedereen. Voor die wederopbouw is geen verhoging van de huur, maar een verhoging van politieke en maatschappelijke druk nodig. De toekomst van huurders en onze volkshuisvesting staan op het spel, en ze zijn het meer dan waard om voor te vechten.

Jimmy Dijk is SP-fractievoorzitter in de gemeenteraad van Groningen

menu