Opinie: 'Geen schade aan huizen door bodemdaling?'

Gaswinnings- en gasbehandelingslocatie De Eeker in Scheemda. Foto Kees van de Veen

De in deze krant geuite stelling dat woonhuizen geen schade zouden kunnen lijden als gevolg van bodemdaling door de gaswinning is allang achterhaald.

In Dagblad van het Noorden van woensdag 8 april 2020 las ik een artikel, waarin de heer P. van den Bergen als secretaris van de Commissie Bodemdaling Groningen aan het woord komt. Hij meent te kunnen stellen dat woonhuizen geen schade lijden als gevolg van de bodemdaling door de gaswinning

Achterhaald

Bij het lezen van dit artikel dacht ik: hé, dat geluid heb ik eerder gehoord. Deze geluiden kwamen en komen nog steeds uit de NAM, diverse zogenaamde onafhankelijke deskundigen, waaronder niet de minste: Witteveen+Bos, Royal Haskoning DHV en nog veel meer. Maar dit is toch allang achterhaald en opgeborgen in het ronde archief?

In 2017 heb ik in publicaties en deskundigenrapporten aangetoond dat dit niet is vol te houden. Schades aan woningen kunnen in een zeer groot gebied in Groningen wel degelijk zijn veroorzaakt door de diepe bodemdaling als gevolg van de gaswinning. Dit is niet zonder gevolgen gebleven.

Zo had de NAM met de ingenieursbureaus Arcadis en Witteveen+Bos geprobeerd om alle claims van gedupeerden in het zogenaamde Buitengebied definitief af te wijzen. Ik heb aangetoond, dat in die meer dan 1635 rapporten een cruciale denkfout zat. Dat heeft ertoe geleid dat ook gedupeerden in het Buitengebied hun claim konden indienen bij de Arbiter Bodembeweging. Vele claims in het Buitengebied zijn daarna ook door de Arbiter toegewezen.

Schades

Op 22 januari 2019 heeft een panel van deskundigen, waarvan ik deel uitmaakte, een advies aan de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschades (TCMG) uitgebracht. Hierin wordt duidelijk uitgelegd hoe de diepe bodemdaling als gevolg van de gaswinning trillingen van aardbevingen veroorzaakt, maar ook ondiepe bodemstijgingen en dalingen. Deze effecten kunnen schades in de vorm van verzakkingen, scheefstanden en scheurvorming veroorzaken. Ik wijs ook op het in juli 2018 verschenen rapport van TU-deskundigen, waarop dit Paneladvies mede is gebaseerd.

In het Paneladvies wordt gesteld dat voor dergelijke schades het bewijsvermoeden van toepassing is, tenzij er sprake is van een evident en aantoonbaar andere uitsluitende oorzaak. Voor het bewijs van een eventueel andere oorzaak ligt de lat hoog. Onder andere is het vanzelfsprekend dat de andere oorzaak moet overeenkomen met de periode waarin de schade aan een woning zich manifesteert. Op basis van dit Paneladvies heeft TCMG verreweg de meeste van de claims van gedupeerden met schades door de gaswinning toegewezen gekregen.

Suggestieve beeldspraak

Het wijzen op slappe grond en een slechte fundering als oorzaak, zoals de heer Peter van den Bergen nu in het genoemde artikel doet, moet terzijde worden geschoven. Slappe grond en een slechte fundering kunnen nooit de andere oorzaak zijn van schades die zich pas hebben gemanifesteerd na de aardbevingen en grondbeweging van Westeremden 2006 en Huizinge 2012. Immers tot aan die tijd was er geen enkele schade zichtbaar.

Zijn beeldspraak van een drooggemalen moeras en slechte funderingen is niet meer dan een suggestieve beeldspraak, die niet op juiste technische argumenten is gebaseerd. Ik adviseer de heer Van den Bergen zich te beperken tot zijn werkzaamheden als secretaris bij de Commissie Bodemdaling Groningen. Dat is al moeilijk genoeg.


Woerden, Ir W.A.B. Meiborg. Hij schrijft op persoonlijke titel.

menu