Opinie: CBR discrimineert op taalbeheersing

'Bezitters van een rijbewijs die de Nederlandse taal niet volledig beheersen worden gediscrimineerd door het CBR'. Foto Archief AD

Het CBR legt bezitters van een rijbewijs die de Nederlandse taal niet volledig beheersen zwaardere maatregelen op. Dat is in strijd met de Grondwet en de fundamentele rechten van burgers.

Anno 2020 – waarin een groot deel van ons land de Nederlandse taal niet vloeiend spreekt – heeft het CBR geen voorzieningen om bij opgelegde maatregelen taalbarrières op te vangen. Mijn cliënte krijgt de zwaarste maatregel opgelegd enkel en alleen omdat zij de Nederlandse taal onvoldoende zou beheersen.

Mijn cliënte is aangehouden op verdenking van het rijden onder invloed van alcohol. Het alcoholpromillage valt in de categorie van de cursus en is te laag v oor het opleggen van een onderzoek naar de rijgeschiktheid. Cliënte wilde aanvullende informatie en nam contact op met het CBR. Aan haar werd door de telefoniste medegedeeld: U mag niet deelnemen aan de cursus, omdat u niet goed Nederlands spreekt. U ontvangt een nieuw besluit van ons.”

Aan cliënte is vervolgens de zwaarste maatregel opgelegd. Zij moet meewerken aan een onderzoek naar de rijgeschiktheid. Heel bijzonder is dat in de brief staat beschreven dat de uitkomst van het onderzoek kan zijn dat mijn cliënte op een later moment alsnog een cursus moet volgen.

Los van het feit dat ik vind dat een telefonisch medewerkster niet zomaar kan vaststellen of iemand de Nederlandse taal voldoende beheerst, acht ik deze bevoegdheid van het CBR in strijd met de grondrechten en fundamentele beginselen van onze rechtsstaat.

Verschil consequenties cursus en onderzoek

In de eerste plaats bedragen de kosten van het onderzoek 834 euro. De kosten van een cursus bedragen 618 euro. Het CBR laat dit verschil voor rekening komen van burgers, terwijl het opleggen van de duurdere en zwaardere maatregel in deze situatie niet is veroorzaakt door gedrag van de burger.

In de tweede plaats blijft een burger bij de cursus bevoegd om auto te rijden, maar mag hij of zij gedurende het onderzoek niet rijden. Burgers worden door een onderzoek naar de rijgeschiktheid enorm beperkt in hun bewegingsvrijheid.

In de derde plaats is het bij een onderzoek volstrekt onduidelijk of en wanneer iemand weer mag autorijden. Dit heeft direct invloed op keuzes van burgers (denk hierbij aan: werkgerelateerde keuzes, vakanties, privéaangelegenheden en de zorg voor kinderen). De uitkomst van het onderzoek hangt af van het oordeel van de arts. Opvallend genoeg wordt in de meeste gevallen door een arts geoordeeld dat iemand ongeschikt is om deel te nemen aan het verkeer. Men mag dan in ieder geval een jaar niet rijden. Burgers weten daarentegen bij een cursus wat zij kunnen verwachten.

In strijd met grondrechten

Door enkel vanwege taal een zwaardere maatregel op te leggen, handelt het CBR in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod. Het is vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat personen niet ongelijk mogen worden behandeld wanneer het doel daarvan niet gerechtvaardigd is en dit doel niet in verhouding staat tot de ongelijke behandeling. In Nederland heeft iedereen dezelfde grondrechten. Artikel 12 Grondwet luidt: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

Het is geen onbekend fenomeen dat een groot deel van de Nederlandse bevolking van buitenlandse afkomst is en daarom de Nederlandse taal nog niet vloeiend begrijpt of spreekt. Veel instanties hebben hier voorzieningen voor. En dat moet ook. Wanneer de overheid consequenties verbindt aan gedrag van burgers dient de overheid ervoor te zorgen dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. In dit kader rust er op de overheid een plicht om te zorgen dat taalbarrières worden opgevangen. Maatregelen moeten worden genomen op basis van de ernst van de gedraging en mogen niet worden verzwaard omdat iemand de Nederlandse taal niet spreekt. De maatregel staat anders niet in verhouding tot de gedraging en zo ontstaat een risico op willekeurig overheidsoptreden.

Alternatieve mogelijkheden

Het opleggen van een zwaardere maatregel is bovendien niet noodzakelijk. Er bestaan alternatieve mogelijkheden, zoals het aanbieden van een Engelstalige cursus (wereldtaal), het opnemen van de cursus in de Engelse taal en deze opname verspreiden onder de cursisten, het meenemen van een tolk, burgers de gelegenheid geven om een bepaald Nederlands taalniveau onder de knie te krijgen, en het gelijktrekken van de consequenties, oftewel het verlagen van de kosten en het behouden van een geldig rijbewijs.

Er kunnen veel kritische kanttekeningen worden geplaatst bij de procedure van het CBR en deze moet eens flink onder de loep worden genomen. Zo moet de procedure met betere waarborgen voor burgers worden ingekleed en moeten gelijke gevallen gelijk worden behandeld. It’s easy: treat equal cases equally!


Wilke Koopmans is advocaat bij De Haan Advocaten en Notarissen in Groningen.

menu