Opinie: Daklozen hebben hulp nodig, ook structureel

Tijdelijke opvang van dak- en thuislozen in hotel Schimmelpenninck Huys in Groningen. Foto Archief Duncan Wijting

Thuisblijven is voor daklozen geen optie. De crisis onderstreept de noodzaak van structurele oplossingen voor thuis- en daklozen.

Terwijl heel Nederland thuis moet blijven om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, is er ook een deel van de bevolking dat niet thuis kan blijven. Simpelweg omdat zij geen huis hebben. ‘Zoveel mogelijk thuisblijven’ is lastig als je geen huis hebt.

In 2018 telde Nederland volgens het CBS bijna 40.000 daklozen. Dit is een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Het coronavirus is met name gevaarlijk voor kwetsbare mensen met onderliggend lijden. Een groot deel van de Nederlandse daklozen valt in deze categorie. Zij hebben een kwetsbare gezondheid, waardoor een besmetting met het virus voor hen extra risicovol is.

Noodoplossingen

Staatssecretaris Blokhuis riep gemeenten dan ook op om daklozen zoveel mogelijk van de straat te halen om het risico van verspreiding van het virus onder deze groep zoveel mogelijk te beperken. Uit een rondgang van de NRC onder tien grote Nederlandse gemeenten bleek dat zij alle de zorg voor dak- en thuislozen hebben aangepast. De opvangcapaciteit is verkleind, want ook in de daklozenopvang moeten mensen anderhalve meter afstand houden. Hierdoor passen er minder bedden en dus minder mensen in de opvang. Daarnaast zijn er plekken gecreëerd waar mensen geïsoleerd of in quarantaine kunnen verblijven. Desondanks slapen mensen soms nog op een kamer die niet aan de richtlijnen van het RIVM voldoet. Door het rijk en de gemeenten wordt in allerijl naar noodoplossingen gezocht: zo zijn noodopvanglocaties geopend in sporthallen en worden hotels beschikbaar gesteld om daklozen een veilig onderdak te bieden.

Heft in eigen hand

Dat voorzieningen keuzes moeten maken werd ook duidelijk in Groningen. Daar paste Open Hof – een dagopvang voor dak- en thuislozen in het centrum van de stad – de openingstijden én het aantal bezoekers aan. Bovendien zijn alleen ‘échte’ daklozen welkom - met een maximum van 20 tegelijk -, mensen met een woning of ‘anderszins onderdak’ wordt gevraagd niet te komen. Vrijwilligers die de opvang draaiende houden melden zich af, zij hebben klachten of durven niet naar de opvang te komen omdat zij in een risicogroep vallen.

Er zijn ook daklozen die het heft in eigen hand nemen. Uit angst besmet te raken in de opvang kiezen zij ervoor niet (langer) in een opvangvoorziening met andere mensen te verblijven en een meer geïsoleerd heenkomen te zoeken. Zo ook de Amsterdamse dakloze Renee, die uit angst besmet te worden met het virus de nachtopvang heeft verruild voor een tentje langs de snelweg.

Gebrek aan huisvesting

De coronacrisis legt ook andere problemen in de samenleving bloot, zoals het gebrek aan passende huisvesting voor een specifieke groep mensen. In de afgelopen jaren hebben wij verschillende onderzoeken onder dak- en thuislozen verricht. Daaruit kwam onder andere naar voren dat een deel geen huis heeft door een gebrek aan betaalbare en passende woningen. Dit sluit aan bij conclusies in het rapport Herstel begint met een huis dat deze week openbaar is geworden. Hierin geeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving aan dat de huidige situatie vraagt om een structureel andere aanpak. Zo moet er onder andere meer ingezet worden op tijdelijke woningen.

Noodmaatregelen die momenteel worden genomen - zoals een tijdelijke stop van huisuitzettingen en creatieve uitbreidingen van het aantal opvangplaatsen - laten zien dat oplossingen mogelijk zijn. De huidige noodmaatregelen zijn tijdelijk en gelden alleen tijdens de coronacrisis. Het kabinet lijkt de vele signalen uit de samenleving en uitkomsten van onderzoeken inmiddels te erkennen en in te zien dat de nood hoog is. Daarom stelt zij 200 miljoen euro ter beschikking voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in 2020 en 2021. Dit geeft hoop voor de toekomst voor de duizenden mensen die nu tussen wal en schip vallen.

Irene Schoonbeek, Annelies Kruize en Maurits Sijtstra zijn onderzoekers bij Breuer&Intraval

menu