Opinie: De koning bevrijden? Ja, én het kabinet

Koning Willem-Alexander bezoekt de corona-afdeling van Westeinde-ziekenhuis in Den Haag. Foto: Patrick van Katwijk

Als in de Grondwet precies wordt omschreven wat de koning wel en niet mag, kan de ongemakkelijke ministeriële verantwoordelijkheid voor zijn gedrag vervallen.

Het mislukte uitstapje van het koninklijk gezin naar Griekenland was een nieuwe episode in de doorlopende discussie over de verhouding tussen de koning en het kabinet. Zoals het nu is, gaan zowel de koning als het kabinet gebukt onder een juk. De Grondwet beperkt de persoonlijke vrijheid van de koning en zijn naaste omgeving, want niet hij, maar de ministers zijn verantwoordelijk voor wat de koning doet, ook al zijn zij van zijn gedragingen niet op de hoogte. Een rare situatie; het wordt tijd, de koning en het kabinet van hun juk te bevrijden. Daarvoor is wijziging van de Grondwet noodzakelijk.

Persoonlijk gedrag

Toen in 1848 de ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd, ging het vooral om de bemoeienis van de vorst met de politieke besluitvorming. Die strijd is, althans in de openbaarheid, allang beslecht. Heden ten dage gaat de discussie vooral over het persoonlijk gedrag, de privacy, van het staatshoofd. Dat is eigenlijk niet iets waarvoor de regering verantwoordelijk zou moeten zijn.

Vreemd genoeg schrijft de Grondwet niet dat de koning ons staatshoofd is. Wel dat hij deel uitmaakt van de regering en voorzitter is van de Raad van State, ook al komt hij nooit in de Trèveszaal, waar de ministerraad vergadert, of in de vergaderingen van de Raad van State. Wat de koning wel of niet mag doen, staat niet in de Grondwet en hangt dus in vergaande mate af van de ruimte die de ministers hem geven.

Wijzigen Grondwet

Het zou zinvol zijn, de Grondwet op een aantal punten te wijzigen. De koning blijft ons staatshoofd en dit wordt uitdrukkelijk in de Grondwet vermeld. Ook zou erin kunnen staan dat hij de eenheid van de natie en respect voor de rechtsstaat en de internationale rechtsorde symboliseert. Wat hij mag en niet mag wordt gepreciseerd. Hij maakt geen deel meer uit van de regering, is geen lid van een politieke partij, maar staat boven de partijen. Hij mag geen beroep of betaalde bijbaantjes uitoefenen en evenmin deel uitmaken van de leiding of de raad van toezicht van een op winstbejag gerichte onderneming. Hij mag alleen met toestemming van de regering het land verlaten. En hij betaalt belasting over zijn inkomen.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Dergelijke voorwaarden zijn niet uit de lucht gegrepen, zij komen alle in de een of andere vorm voor in de Grondwetten van ons omringende landen. Als in onze Grondwet wordt omschreven wat wel en niet is toegestaan, kan de ministeriële verantwoordelijkheid voor ’s konings gedrag vervallen.

Natuurlijk blijft het risico van een conflict tussen koning en kabinet bestaan. Dan dreigt, zegt men, een constitutionele crisis. Hoe die moet worden opgelost weet niemand, daarover is niets geregeld. Voorstelbaar is dat in de Grondwet komt te staan dat bij een onoverbrugbaar meningsverschil de kwestie wordt voorgelegd aan de Raad van State, die daarover een bindende uitspraak doet. En ook bijvoorbeeld dat de koning kan worden afgezet, als hij zich daarvan niets wil aantrekken.

Opvolging

Over de opvolging van de koning bevat de Grondwet artikelen die echt uit de oude doos zijn. Als er geen nakomelingen zijn, moet ergens in de wijde wereld een nieuwe koning worden gezocht, niet van het Huis van Oranje. Het zou natuurlijk ook anders kunnen. Het kabinet zou in zo’n situatie ook kunnen voorstellen dat wordt overgegaan op een andere staatsvorm, bijvoorbeeld een republiek. De keus tussen koninkrijk en republiek zou in een referendum aan de bevolking kunnen worden voorgelegd. Dat zou bijvoorbeeld ook kunnen gebeuren na afstand van de troon of afzetting, als hierboven genoemd.

Wordt de koning met dit alles echt ‘bevrijd’? Ja, door zijn taken beter te omschrijven en af te grenzen, wordt hij verlost van de willekeur waaraan hij nu is onderworpen en wordt ook het kabinet bevrijd van een verantwoordelijkheid die het eigenlijk niet kan dragen. Het is de moeite waard, dat hierover een brede maatschappelijke discussie op gang komt, die uitmondt in een gewijzigde Grondwet die, meer dan de bestaande, de werkelijkheid weerspiegelt.


Jan van Putten is oud-hoogleraar politicologie (Vrije Universiteit). Voor een uitvoeriger weergave van zijn denkbeelden zie www.bevrijddekoning.nl

menu