Dring 60-plussers geen ongewenste risico’s op: maak het mogelijk om te kiezen tussen vaccins óf stop helemaal met AstraZeneca | opinie

Ouderen vanaf 60 jaar worden gevaccineerd tegen het coronavirus, door verpleegkundigen in huisartsenpraktijk Wijngaardenlaan in Voorschoten. Foto: Sander Koning

‘Wil jij a.u.b. het risico van een herseninfarct lopen, omwille van de maatschappij?’ Het is een vraag die je volgens Howard Levinsky eigenlijk niet kan stellen aan mensen die gevaccineerd worden met AstraZeneca. Door de onzekerheid over dit vaccin en de ernst van de bijeffecten (hoe laag het risico ook is), zou je volgens hem ook voor Pfizer moeten kunnen kiezen.

De discussie en officiële besluiten rondom zeldzame tromboseverschijnselen onder mensen die met het AstraZeneca-vaccin zijn ingeënt hebben meer verwarring dan verlichting veroorzaakt. Om draagvlak voor het vaccinatiebeleid te behouden, en liefst te vergroten, moeten heldere en ter zake doende argumenten worden gebruikt. Ik mis echter twee zaken in de huidige gang van zaken.

Risico’s die je kiest

Tv en andere media meldden dat het risico op trombose door het vaccin veel lager is dan bij het gebruik van bijvoorbeeld de anticonceptiepil en gelijk aan circa vier uur in een vliegtuig zitten. Maar dat zijn risico’s die je kiest om te lopen.

Dit is niet het geval bij een vaccinatie. Daarvan wordt het risico je als het ware opgedrongen. In het vaccinatiebeleid is immers geen ruimte om te kiezen tussen vaccins. Je zou alleen kunnen weigeren, maar dat is in mijn ogen geen optie.

Omwille van de maatschappij?

Vanuit het perspectief van de volksgezondheid weegt het risico van zeldzame bijwerkingen op tegen de veel grotere aantallen doden en langdurige zieken ten gevolge van het niet-vaccineren. Maar dat betekent wel dat iemand die gevaccineerd wordt, de vraag gesteld krijgt: ‘Wil jij a.u.b. het risico van een herseninfarct lopen, omwille van de maatschappij?’

Ik ben geenszins een antivaxxer, integendeel, maar mijn voor de hand liggende antwoord zou zijn: ‘Geef mij maar Pfizer.’

Zekere voor het onzekere

De overheid dient, aan de hand van de beste cijfers die men heeft en geredeneerd vanuit de mensen die het risico moeten lopen, duidelijk te maken waarop beleid gebaseerd is. Omdat men nu al heeft besloten dat het risico voor mensen jonger dan 60 jaar beleidswijziging rechtvaardigt, lijkt het dat men het zekere voor het onzekere wil nemen (waar ik zelf als vaccinatie-kandidaat ook achtersta).

Maar, hoe zit het met mensen boven de 60? De website van de Britse overheid geeft aan dat de trombosegevallen plaatsvonden in de leeftijdscategorie 18 tot 79-jarigen. Zou dan voor de 60-plussers in Nederland niet dezelfde voorzorgsmaatregelen moeten gelden?

Met de arts overleggen

Trouwens, in het stuk ‘Information for UK recipients on Covid-19 Vaccine AstraZeneca’, op dezelfde website, wordt aanbevolen om vóór vaccinatie met de arts te overleggen of men last heeft van bloedingen of blauwe plekken, of als men antistollingsmiddelen neemt. Volgens mij is hier in Nederland niks voor geregeld.

Het tweede punt betreft het advies om bij de aangegeven symptomen van trombose na vaccinatie de huisarts te bellen. Het volgende gedachtenexperiment legt een potentieel knelpunt bloot.

Iedereen zal de huisarts bellen

Zeg dat twee miljoen mensen de eerste dosis AstraZeneca krijgen. Iedereen die hoofd- of buikpijn krijgt zal de huisarts bellen, want wie zegt dat dit geen symptomen van trombose zijn? Wat doet de huisarts vervolgens?

Adviseert die om een paracetamolletje te nemen, of verwijst hij of zij de patiënt door? Zonder het verschil te kunnen weten tussen hoofdpijn en een vaccin-geïnduceerd symptoom van trombose, lijkt het mij nalatig om de patiënt niet door te verwijzen.

Spoedeisende hulp

Stel dat slechts 10 procent van de patiënten hoofd- of buikpijn krijgt. Dat zou 200.000 mensen opleveren die dan de spoedeisende hulp over een periode van slechts een aantal weken overspoelen. Wat zal het effect zijn op deze voorzieningen?

Door de onzekerheid over het AstraZeneca-vaccin en de ernst van de bijeffecten (hoe laag het risico ook is), zal iedereen die geprikt is van het ergste uitgaan. Vanuit de optiek van het vaccinatiebeleid lijkt me dit onwenselijk.

Twee opties

Er lijken mij twee opties: of men maakt de keuze voor het AstraZeneca-vaccin vrijwillig (de tv-rapportages suggereren dat er redelijk wat belangstelling voor is), of men laat dit vaccin liggen en annuleert de orders (die overigens ook ‘zeer instabiel’ geleverd blijken te worden) – en men gebruikt Pfizer.

Volgens informatie van het RIVM is Pfizer ook de meest stabiele vaccinleverancier. Wellicht is een combinatie van beide opties het beste: dan hoeven ongewenste risico’s in ieder geval niet opgedrongen worden.


Howard Levinsky is gepensioneerd wetenschapper. Hij was voorzitter van de basiseenheid verbrandingstechnologie bij de RuG en Senior Principal Specialist Verbranding bij DNV GL in Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie