Opinie: Voor ons dyslectici blijft taal een handicap

Naar schatting 3 tot 5 procent van de Nederlandse bevolking is dyslectisch

Mensen met dyslexie stuiten keer op keer op onbegrip. Maar een beperkte taalvaardigheid is niet onoverbrugbaar en zegt niets over iemands andere capaciteiten.

Ik ben dyslectisch. Vroeger deed ik er geheimzinnig over, maar tegenwoordig zeg ik het best vaak. Wat ik mensen echter nooit vertel, is hoe het voelt om dyslectisch te zijn. Ik heb leraren gehad die tegen mij schreeuwden omdat ik iets fout deed en zij waren vergeten dat ik dyslectisch ben. Universitaire docenten die zeiden zich niet te kunnen voorstellen dat ik bepaalde gedachten heb, maar die niet goed op papier kan krijgen.

Na zulke ervaringen ben ik een paar dagen depressief. Daarna ga ik twijfelen: wat als ze gelijk hebben? Misschien werk ik niet hard genoeg? Het effect van al die opmerkingen is een leven lang twijfelen. Twijfel is een onderdeel van mezelf geworden, waardoor ik me afvraag of ik me ooit zal kunnen uiten in schrift. Mijn papers worden net als dit stuk door anderen gecorrigeerd. Zinnen en woorden worden aangepast. Wat is van mij en wat is van de persoon die het corrigeert?

Familiekwaal

De reden dat ik dit nu deel, is dat ik een zoon heb gekregen en er een kans bestaat dat hij ook dyslexie heeft. Wat ik heb meegemaakt, mag hij niet meemaken. Ik dacht dat ik door mijn studie en werkervaring van het stigma dyslexie af zou zijn. Jammer genoeg merkte ik tijdens een sollicitatie bij een rijksfonds dat dat niet het geval was. De betreffende functie ligt deels onder mijn niveau. Niettemin, een sollicitatie is ook leerzaam, zo leer je jezelf beter kennen én de organisatie waar je solliciteert.

Het eerste gesprek was prettig. Aan het eind van het gesprek vertelde ik dat ik dyslectisch ben. Ik deed dit omdat ik mensen niet achteraf wil verrassen. Niet iedereen is namelijk relaxed over dyslexie. Zo zijn er mensen die ervan uitgaan dat ik de regels gewoon niet goed genoeg ken. Als je die er maar hard genoeg in stampt, dan komt het goed. „Nou dat is wel op te lossen, het is een kwestie van bepaalde oefeningen.”

Je hebt ook mensen die melden familie te hebben met dyslexie. Wie dit zegt, denkt dat dyslexie bij iedereen hetzelfde is. Jammer genoeg zijn er vele vormen. Een dyslectische vriendin van mij kan geen grote lappen tekst lezen. „Het lijkt wel of de tekst beweegt,” zegt ze erover. Ik heb daar geen moeite mee, maar mijn spelling en grammatica gaan alle kanten op.

En dan zijn er nog mensen die het voor kennisgeving aannemen met een simpel ‘Dank je wel voor het delen’. Die opmerking duidt er meestal op dat ze dyslexie als iets onoverbrugbaars zien. Er is niet mee te werken.

Testen, en dan?

Om terug te komen op mijn sollicitatie: een week later werd ik gebeld voor een tweede gesprek. Leuk om te horen dat ik was gekozen, maar het gesprek eindigde met de mededeling dat ik een schrijfopdracht moest doen. Hierbij werd meegegeven dat niet alle sollicitanten dit hoefden, maar dat men het wel fijn vond vanwege mijn dyslexie. Ze kenden het niet binnen de organisatie, wat raar is, want naar schatting 3 tot 5 procent van de Nederlandse bevolking is dyslectisch.

Maar waarom valt men terug op testen? Ik word mijn leven lang al getest. Ik werd getest toen ik mijn mavo, havo en vwo afrondde, ik werd gedurende mijn hele bachelor getest en ook tijdens mijn researchmaster.

De afgelopen zeven jaar heb ik soortgelijk werk gedaan en ben ik opgeklommen van medewerker naar coördinator, maar dat is allemaal niet goed genoeg. Men wilde mij toch weer testen.

Het enige wat testen doet, is de ander wel of niet geruststellen, terwijl het mij reduceert tot een blaadje vol woorden en in een ooit bedacht keurslijf probeert te persen. Zo’n test vloeit voort uit een gebrek aan creativiteit en inzicht aan de zijde van de tester. Mijn taalvaardigheid zal nooit zo goed worden als die van vele anderen. Daarom vertel ik dat ik dyslectisch ben. Dat geeft mensen de keuze: ze kunnen zich blindstaren op dit onderdeel van mij, of zich afvragen hoe een dyslectisch persoon als ik erin is geslaagd een researchmaster af te ronden en al heel lang het werk te doen wat ik doe.

Eigenwaarde

Moest ik mij laten testen voor deze sollicitatie? Ik twijfelde. Er is namelijk een andere manier om met dyslexie om te gaan. Ik had een heel leuke leidinggevende, die tijdens mijn beoordelingsgesprek zei dat ze mijn schrijfvaardigheid niet ging beoordelen omdat het een handicap is. Er waren nog negentien andere criteria. Nu schrijfvaardigheid achterwege werd gelaten, voelde ik mij vrij en haalde ik een gevoel van trots uit het beoordelingsgesprek. Zij deed iets kleins, maar het had grote gevolgen voor mijn gevoel van eigenwaarde.

Uiteindelijk heb ik de sollicitatie afgebroken. Omdat ik weet dat het anders kan. Daarnaast wil ik niet werken voor een instelling die iedereen wil helpen toegang te krijgen tot cultuur, maar bij mijn sollicitatie extra barrières opwerpt. Een organisatie die meer diversiteit wil, maar als er iemand solliciteert met een handicap, niet beter weet te reageren dan met een test, moet niet verbaasd zijn dat het maar niet wil lukken met die diversiteit.

Veysel Yuce is programmamanager erfgoed bij DutchCulture, een Nederlandse organisatie gericht op internationale culturele samenwerking.

menu