Goed onderwijs vereist fysiek onderwijs

Digitaal onderwijs is hooguit een aanvulling op noodzakelijk fysiek onderwijs. Foto: Koen Suyk

Universiteiten en hogescholen hebben grote stappen gezet met digitaal onderwijs, maar het is niet genoeg. Fysiek onderwijs is noodzakelijk voor de vormende en bindende taak van het onderwijs.

De afgelopen maanden hebben docenten van hogescholen en universiteiten een grote inspanning geleverd om het onderwijs zo veel mogelijk door te laten gaan. Ze verdienen hiervoor onze grootste waardering. Er zijn zelfs zulke grote stappen gezet, dat de Tweede Kamer vorige week louter positief leek te zijn over deze ontwikkeling. Het hoger onderwijs zou misschien wel voor de helft digitaal kunnen. Misschien zou dat ook wel kunnen, we moeten het echter niet willen.

Welzijn onder druk

In de eerste plaats omdat het welzijn van studenten onder druk komt: een recent uitgevoerde enquête bij de Universiteit Twente laat zien dat studenten door het digitale onderwijs eenzamer zijn, zich vervelen, zich moeilijker kunnen concentreren, moeite hebben gemotiveerd te blijven, en structuur missen. De studenten geven aan dat ze het digitale onderwijs op dit moment waarderen, maar dat ze ook het liefst weer zo snel mogelijk onderwijs op de campus hebben. Nu was dit geen groot onderzoek, maar vergelijkbare geluiden zijn overal in het hoger onderwijs te horen.

Studievoortgang

Bovendien weten we ook dat fysieke contacturen en persoonlijke betrokkenheid van docenten bij studenten helpen bij het bevorderen van studievoortgang en het tegengaan van uitval. Niet voor niets is de uitval bij online-cursussen (MOOCs) en onderwijs op afstand groot. Dat is ook goed te begrijpen: contacturen bieden structuur aan de week, helpen om relaties te bouwen tussen studenten onderling en tussen studenten en docenten en creëren leermomenten. Dit alles helpt studenten goed te kunnen studeren.

Eerstejaars

We hebben bovendien een bijzondere verantwoordelijkheid voor alle nieuwe eerstejaarsstudenten. Velen van hen moeten het studeren nog onder de knie krijgen. We doen in vergelijking met de middelbare school normaal gesproken al een groter beroep op hun eigen verantwoordelijkheid en hun vermogen om te plannen en zelf te studeren. Als we hen niet voldoende fysiek onderwijs kunnen bieden volgend jaar, zal de uitval flink toenemen. Voor deze groep zou het uitgangspunt in ieder geval moeten zijn: fysiek waar het kan, digitaal waar het moet.

Vorming

Digitaal onderwijs is misschien wel in staat om studenten bepaalde kennis bij te brengen (kwalificatie), fysiek onderwijs is noodzakelijk voor de vormende taak van het onderwijs. De afgelopen jaren hebben we daar in het hoger onderwijs extra aandacht voor gehad. In navolging van hoogleraar en onderwijspedagoog Gert Biesta stelde de strategische agenda voor het hoger onderwijs dat goed onderwijs niet alleen draait om het leren van kennis en vaardigheden, maar ook om hoe je verantwoordelijk handelt in sociale verbanden (socialisatie) en om persoonlijke vorming.

Juist die grotere verbanden en die persoonlijke vorming dreigen weg te vallen in het digitale leslokaal.

Relaties verdunnen

Tot slot merk ik dat ook steeds meer collega’s opkijken tegen volgend jaar. Het is ingewikkeld om alle lessen online te doen, om goed contact te houden met je studenten en je collega’s, om gemotiveerd te blijven. Wat we misschien onvoldoende expliciet uitspreken, is dat onze relaties door het digitale samenwerken verdunnen. Onze contacten met collega’s, met studenten, het vervluchtigt achter de webcam en in de veelheid aan mails. Een appje is geen echt gesprek. Het sociale bindweefsel van onze leergemeenschap is sterk, maar verzwakt. We moeten elkaar zien, echt, fysiek zien, om de binding met de collega’s, met de studenten, met de instelling te houden.

We moeten daarom voorzichtig zijn met het zoveel mogelijk digitaal onderwijs willen geven. We moeten dit moment wel aangrijpen om met behulp van de digitale mogelijkheden ons onderwijs te verbeteren, zonder dat we daarmee ons fysieke onderwijs vervangen. Om uitval tegen te gaan, nieuwe studenten een goede start te bieden en de leergemeenschappen in het hoger onderwijs sterk te houden, is fysiek onderwijs onontbeerlijk.

Henk Pijlman is voorzitter van het College van Bestuur van de Hanzehogeschool Groningen.

menu