Opinie: Groningen heeft zelf toeristisch beleid nodig

De haven van Zoutkamp. Foto: Peter Wassing

De Groninger gedeputeerde Mirjam Wulfse pleit voor een minister van Toerisme, maar haar eigen provincie schiet op dit gebied schromelijk tekort als het gaat om visie, sturing en daadkracht.

Op 11 oktober stond er een bemoedigend stuk in deze krant van gedeputeerde Mirjam Wulfse over de wenselijkheid toerisme meer kansen te geven in Groningen. Zij pleitte voor een eigen minister van Toerisme, die met visie, sturing en daadkracht gestalte geeft aan toerisme als verdienmodel voor Nederland. Daarin heeft mevrouw Wulfse volkomen gelijk. Maar zij slaat wel één stap over. In Groningen zelf ontbreekt het al jaren aan visie, sturing en daadkracht op het gebied van toerisme en recreatie. De buurprovincies Drenthe, Friesland en Overijssel hebben meer dan vijftig jaar geleden al ingezien dat natuur, recreatie en toerisme grote voordelen bieden voor werkgelegenheid, welvaart en leefbaarheid. Al meer dan een halve eeuw investeren zij in een aantrekkelijk landschap en natuur en plukken daar de sociaaleconomische vruchten van. Juist in de toeristengebieden met natuur hebben deze provincies veel banen voor de mensen met minder opleiding en minder kansen op de arbeidsmarkt. In de provincie Drenthe bestaat slechts 16 procent van de oppervlakte uit natuur en 70 procent uit landbouw. Toch leveren die 16 procent natuur meer banen, inkomsten en welvaart op dan de 70 procent landbouwgebieden. De Drenten hebben hun landschap verbeterd voor banen, gezondheid en welvaart.

Achterstand

In Groningen zijn deze banen er helaas veel minder. De achterstand in welvaart en welzijn van de provincie Groningen op de buren is inmiddels groot. Op de Armoedekaart 2019 van het Sociaal Cultureel Planbureau staat Groningen eenzaam bovenaan met grootste aantal gemeenten met een bovengemiddeld armoedepercentage. Bijna al deze gemeenten hebben een veenkoloniaal karakter. Drenthe heeft slechts één arme gemeente, de gemeente Emmen, niet toevallig ook veenkoloniaal.

Landschap

Daarnaast blijkt uit onderzoek van hoogleraar Jochen Mierau van de RUG dat in plaatsen als Pekela en Blijham de levensverwachting maar liefst 8 jaar korter is dan in plaatsen als Roden en Norg. Bovendien is de gezondheid van de bewoners er veel slechter. Wie in beide gebieden is geweest kan die verschillen goed verklaren. In aantrekkelijke gebieden met een gevarieerd en natuurlijk landschap is veel meer werk, leven mensen langer en gezonder, verdienen ze meer, zijn de huizen meer waard en zijn mensen gelukkiger.

Snoepwinkel

Die boodschap is in Groningen nooit aangekomen. Daar blijft het bestuur vasthouden aan een landschap waar de Nederlander, maar ook steeds vaker de Groninger, niet wil zijn. Men mist daarmee veel welvaart die in de buurprovincies heel normaal is geworden. Het gevolg is leegloop, vergrijzing, ontgroening en verarming van het Groninger platteland. Eeuwig zonde. Want Groningen is een toeristische snoepwinkel vol met prachtige dorpen, mooie streken, unieke 19de eeuwse architectuur en de leukste stad van Nederland. Helaas ligt al dat moois geïsoleerd in een landschap van industriële ruilverkaveling. In de buurprovincies is alle moois op een natuurlijke manier ingepast in een aantrekkelijk landschap. Daarom komen mensen graag. Het zou in Drenthe of Overijssel ondenkbaar zijn dat schitterende dorpen als Oudeschans of Bellingwolde zich moeten behelpen met zo’n (natuur)armoedige omgeving.

Veeleisende toerist

Het is een bewuste keuze van het bestuur van Groningen om het landschap te laten als in 1960. Maar het is inmiddels 2020, de behoeften van de burger zijn totaal veranderd en de toerist is veeleisend geworden. De provincie Groningen wil de komende tien jaar 750 hectare bos planten. Met alle respect, maar dat zou er minstens per jaar bij moeten. Er lijkt geen plan voor de toekomst te zijn. Wie rondkijkt op de website van Toukomst ziet dat een groot deel van de ideeën gaat over meer natuur, bos en groen in de provincie. De burgers zijn allang zover. Het wachten is op het bestuur van de provincie. Ik zou daarom eerst missiewerk op het eigen provinciehuis gaan doen. Ziet het bestuur van Groningen een toekomst voor de Ommelanden als in de buurprovincies, of wordt het beleid van de afgelopen 50 jaar voortgezet en laten we alles zoals het is. Indien men voor het laatste blijft kiezen, dan blijven de mensen weg en heeft de provincie Groningen niets aan een minister van Toerisme.

Jaap Ruzius uit Zwiggelte is geboren en getogen in Groningen en zet zich al jaren in voor het landschap.

menu