Opinie: Kamermotie 30 km binnen de bebouwde kom is symboolpolitiek.

Alleen het plaatsen van 30km-borden is niet voldoende. Foto Shutterstock

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om binnen de bebouwde een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur in te stellen. Dat werkt niet zonder aanpassing van de wegen en handhaving.

Een paar dagen geleden heeft de Tweede Kamer ingestemd met het plan van GroenLinks en de SGP om binnen de bebouwde kom een standaardlimiet van 30 kilometer per uur in te voeren. Dat lijkt een goed idee voor eenieder die waarde hecht aan verkeersveiligheid en een plezierige leefomgeving. Maar je kunt vraagtekens zetten bij de uitvoering.

‘Sobere’ inrichting

Bij de implementatie van het startprogramma Duurzaam Veilig in 1997 zijn veel van de huidige 30km-zones ‘sober’ ingericht. De inrichting bestaat daarbij vaak alleen uit het plaatsen van een 30km-bord en soms enkele snelheid remmende maatregelen op gevaarlijke locaties, zoals kruispunten. Deze ‘sobere’ inrichting was niet bedoeld als eindsituatie, maar als overgangssituatie naar een volledigere inrichting. In de praktijk zijn de meeste van deze sober ingerichte 30km-gebieden echter sober gebleven.

En daar zit het probleem. Sommige wethouders denken dat het plaatsen van 30km-borden voldoende is en zijn niet bereid om na te denken over effectievere maatregelen om de snelheid te remmen. Zulke maatregelen kosten geld en daarom wordt er vaak pas actie ondernomen als er slachtoffers te betreuren zijn.

Middelvingers

De verantwoordelijke wethouder in onze gemeente meldde bijvoorbeeld, bij de behandeling van een nieuw Verkeer- en Vervoersplan in de gemeenteraad, dat ‘de huidige 30km-zones echt niet ‘luxer’ zouden worden ingericht’. Daarmee duidelijk makend dat hij niets begrijpt van de term ‘sober’ in dit kader.

Deze ‘sobere’ inrichting zorgt namelijk voor een aantal problemen. Ten eerste blijkt dat veel weggebruikers, overigens vaak ‘lokalo’s, zich niets aantrekken van de geldende snelheidsbeperking onder het motto, ‘dit is mijn dorp/buurt en ik rij hier net zo hard als ik wil’. En als deze mensen op de maximumsnelheid attent worden gemaakt, zijn beledigingen, opgestoken middelvingers en soms zelfs bedreigingen heel gebruikelijk. Een lokaal CDA-raadslid gaf bij de behandeling van het genoemde verkeersplan het advies om maar te verhuizen als deze situatie niet bevalt.

Gebrek aan handhaving

Het tweede probleem bij deze sober ingerichte weggedeeltes is dat de politie niet handhaaft. De politie gaat er, soms best begrijpelijk, van uit dat handhaven geen zin heeft op 30km-wegen die er uit zien als geasfalteerde racebanen. Soms weten weggebruikers niet eens dat ze zich binnen een 30km-zone bevinden.

Voor de ‘gezagsgetrouwe burger’ die in een 30km-zone woont, is er daarmee een situatie ontstaan waarbij onwetende en/of kwaadwillende weggebruikers net zo hard kunnen rijden als ze willen en de politie nooit handhaaft. Naast negatieve effecten voor de verkeersveiligheid is hierdoor ook de sociale cohesie binnen het dorp of de wijk in het geding.

Kortom, zolang gemeentes niet in staat of bereid zijn om de 30km-zones ‘volledig’, met effectieve snelheid remmende middelen, in te richten en de politie niet kan of wil handhaven, blijft de aangenomen motie symboolpolitiek.


A.G. Tepper woont in Valthermond binnen een ‘sobere’ 30km-zone.

menu