Arme mensen inactief, lui en slecht voor hun kinderen? Laten we in plaats van de armen eens de beleidsmakers onder de loep leggen | opinie

Een vrouw zoekt naar geld in haar portemonnee. Foto: Roos Koole

Bestuurders zouden beter moeten stilstaan bij wat het betekent om arm te zijn, stelt Laura Batstra. Volgens haar kunnen de miljarden voor indirecte armoedebestrijding beter besteed worden aan het verhogen van de laagste inkomens.

Kinderen uit arme gezinnen doen weinig aan sport. Onderzoek van het Mulier Instituut wees afgelopen maand uit dat de miljoenen die de overheid jaarlijks uitgeeft om sportdeelname te bevorderen verdampen: minder dan de helft van de kinderen uit gezinnen met een laag inkomen sport iedere week, tegenover meer dan driekwart van de kinderen uit gezinnen met een hoog inkomen.

40 miljoen euro subsidie

Deze conclusies zijn een echo van wat het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in 2011 constateerde nadat het Rijk 40 miljoen euro subsidie had gegeven aan gemeenten ten behoeve van buitenschoolse activiteiten voor kinderen van arme ouders. Ook die investering had niet geholpen: het aantal arme kinderen dat meedeed aan sport, cultuur of andere activiteiten was nauwelijks gegroeid.

Het SCP en het Mulier Instituut wijzen beide naar ouders om te verklaren waarom het beleid niet werkt: ouders uit armlastige gezinnen zouden zelf niet actief zijn en daarom hun kinderen ook niet stimuleren.

Het is beschadigend en onterecht om medemensen die de pech hebben in een situatie met weinig geld te leven, op deze manier weg te zetten. De Groningse wethouder Isabelle Diks (GroenLinks) stelde onlangs in een veel bekritiseerd interview zelfs dat arme mensen goed moeten nadenken voor ze aan kinderen beginnen.

Badinerende voorlichting

De provincie investeert een half miljoen euro onder andere voor voorlichting aan arme mensen met een zwangerschapswens. De vraag is wie er op dergelijke badinerende voorlichting zit te wachten. Het geld lijkt beter besteed aan schuldhulpverlening, slachtofferhulp en betere behuizing.

Wanneer een armoedebeleid niet aanslaat, dan kunnen we in plaats van de armen ook de beleidsmakers onder de loep leggen. Waarom gaan overheden en gemeenten stug door met een geldverslindende aanpak waarvan we al tien jaar weten dat het niet werkt? Waarom zoeken ze niet actief naar de redenen achter hun falende beleid?

Een bewonderenswaardig voorbeeld hiervan gaf de Tilburgse wethouder Esmah Lahlah, die een maand leefde van een bijstandsuitkering om te ervaren hoe dat is. Ze merkte aan den lijve hoe naar, bewerkelijk en verwarrend het is om de hele tijd maar formulieren voor toeslagen en ondersteuning in te vullen, en daarbij almaar opnieuw je armoedige verhaal te moeten vertellen.

Beetje inlevingsvermogen kan geen kwaad

Niet iedere bestuurder zal zo ver willen gaan als wethouder Lahlah, maar een beetje inlevingsvermogen kan geen kwaad. Het vinden van de weg in een woud van toeslagen en hulpinitiatieven is niet alleen ingewikkeld en tijdrovend, het is ook vernederend.

Ouders mogen vaak zelf geen aanvraag bij ondersteuningsfondsen doen, maar dit moet via een zogeheten intermediair. Die komt soms zelfs op huisbezoek om te onderzoeken of het gezin wel arm genoeg is.

In het gunstigste geval hebben de ouders de vernedering niet voor niets doorstaan en wordt de aanvraag goedgekeurd. Dan wordt de contributie doorgaans direct aan de sportclub overgemaakt, zodat ze daar ook weten van de armoede in het gezin.

Alle lof voor liefdadigheidsinitiatieven, maar het is schrijnend dat wij met ons allen een samenleving accepteren waarin deze nodig zijn. Er is geld zat.

Goedbetaalde krachten

Miljarden gaan om in het via omwegen bestrijden van armoede en de gevolgen ervan: stichtingen en fondsen worden opgericht, nieuwe functies zoals buurtsportcoaches en armoederegisseurs in het leven geroepen. En er zijn lectoraten, leerstoelen en congressen rondom armoede. Veel van dit nobele werk wordt gedaan door goedbetaalde krachten.

We kunnen ook stoppen met al deze indirecte armoedebestrijding en het geld dat daardoor overblijft direct besteden aan het verhogen van de laagste inkomens.

Wanneer mensen structureel de mogelijkheid hebben om op een gelijkwaardige manier mee te doen aan de samenleving, dan zou het maar zo kunnen dat ze dat na verloop van tijd inderdaad gaan doen.


Prof. dr. Laura Batstra is hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Economie
Persoonlijke financiën