Opinie: 'Logistiek drama dreigt voor cultuur in lockdown'

De lege zaal van De Doelen in Rotterdam. Een derde van de culturele podia dreigt voor de zomer failliet te gaan. Foto: ROBIN UTRECHT

Het coronavirus heeft de culturele sector lamgelegd. Uitvoerders, podia en subsidieverstrekkers moeten zo snel mogelijk in gesprek om samen de schade te beperken.

Alle festivals en culturele evenementen zijn geannuleerd tot 1 september of gaan - als de bestrijding van het virus goed gaat - door met een veel lager bezoekersaantal. Zes maanden aan inkomsten vallen weg. Grote aantallen kaarten zijn verkocht en deze beloften moeten nagekomen worden richting de klanten. Wat betekent dit voor de podia en zzp’ers in de creatieve sector, landelijk goed voor ongeveer 5 procent van de werkgelegenheid?

Brandbrief

In een brandbrief van 27 april aan de gedeputeerden van de drie noordelijke provincies luidden vijftien noordelijke schouwburgdirecties de noodklok. Landelijk werd 300 miljoen euro beschikbaar gesteld als ‘eerste hulp’ voor instellingen en festivals die geld ontvangen van het rijk uit de basisinfrastructuur of cultuurfondsen. Vorige week kwam daar 30 miljoen euro bij, 2,5 miljoen per provincie, op voorwaarde dat provincies en gemeenten meefinancieren. Deze voorwaarde van medefinanciering zal leiden tot uitstelgedrag, gezien de financiële situatie in veel gemeenten.

Noodklok

Veel gemeenten staan aan de rand van faillissement en zijn de laatste maanden vooral bezig geweest bezuinigingen te zoeken voor de oplopende tekorten in het sociaal domein. Vorige week schreef Gebbi Mesters (voorzitter van de landelijke theaterkoepel VSCD) dat 33 procent van de zalen deze zomer failliet zal gaan. Er is acuut 55 miljoen euro nodig om deze faillissementen te voorkomen. Niet alleen landelijk, maar ook in Europees verband is de noodklok geluid. Sabine Verheyen (voorzitter van de Europese cultuurcommissie) schrijft dat er sprake is van een noodsituatie.

Infrastructuur

De landelijke maatregelen laten provinciale en gemeentelijke regelingen buiten beschouwing en de daarbij horende impact voor uitvoerders van deze regeling. Ila Kasem (voorzitter van het bestuur van het Prins Claus Fonds) heeft de opdracht gekregen de schade bij theaterproducenten, podia en uitvoerenden in kaart te brengen voor de drie noordelijke provincies. Ondertussen leggen gemeenten en provincies lijsten aan van instellingen die steun verdienen omdat ze de culturele infrastructuur in stand houden. We moeten als provincie en gemeenten zelf in kaart brengen wat de gevolgen zijn voor onze creatieve sector. Uiteraard moet daarbij rekening gehouden worden met landelijke maatregelen voor deze sector.

Nachtmerrie

De podia binnen de culturele infrastructuur hebben kaarten verkocht van maart tot september, maar zijn dicht door de corona-lockdown. In de zomer krijgen ze subsidies voor de periode 2021-2024. Daarvoor hebben ze reeds producties ingekocht. Daar komt bovendien bij dat de Raad voor Cultuur en de provincie subsidieaanvragen beoordelen op basis van gegevens zoals die zijn ingediend voorafgaand aan de coronacrisis. Een logistieke nachtmerrie ligt op de loer. Overleg tussen de subsidieverstrekkers, de culturele infrastructuur en uitvoerders in onze provincie is nodig om tot een oplossing te komen.

In gesprek

Het is een bekend dilemma: uitvoerders zijn afhankelijk van betalingen die alleen plaatsvinden als een voorstelling doorgaat, podia hebben verplichtingen aan klanten met reeds gekochte kaarten terwijl subsidieverstrekkers zoals rijk, provincie en gemeenten willen denken aan de lange termijn. Deze drie verschillende tijdlijnen in het culturele werkveld moeten niet wachten tot juli of augustus. Ze moeten nu met elkaar in gesprek gaan hoe de problemen van het stilgelegde half jaar en de nieuwe programmering opgelost gaan worden.

Carin Tappel is lid van Provinciale Staten in Groningen namens D66 .

menu