Jaap Majoor stelde dat het verlagen van onze voedselproductie ongunstig is voor het milieu en tot torenhoge voedselprijzen leidt. Volgens Ruud Hendriks is dit een veel te eenzijdig beeld dat onterecht inspeelt op de emotie van honger en afhankelijkheid.

In zijn opiniestuk ‘Minder boeren, dat is pas slecht voor het milieu’ stelt Jaap Majoor dat het verlagen van onze voedselproductie ongunstig is voor het milieu, omdat Nederland het meest milieuvriendelijk werkt en omdat we dan voedsel uit het buitenland moeten gaan halen.

Het is onjuist als dit beeld blijft hangen. Het is te eenzijdig en speelt onterecht in op de emotie van honger en afhankelijkheid.

Het stikstofdossier heeft met een plan van zes partijen om de stikstofuitstoot te reduceren een nieuw hoofdstuk gekregen. Natuurmonumenten, Natuur&Milieu, LTO Nederland, VNO-NCW, MKB Nederland en Bouwend Nederland willen tussen nu en 2030 in de landbouw een reductie van 28 procent realiseren.

In de buurt van alchemie

Stikstof die uit de landbouw komt wordt door Majoor als ‘natuurlijk’ betiteld: „Die is na tien jaar weer weg en is dus niet schadelijk, en wordt geruild tegen niet-natuurlijke stikstof, waarvan het duizend jaar duurt voordat die weer is opgenomen door de natuur.” Dit komt dicht in de buurt van alchemie.

De stikstof in landbouw is voor een groot deel via de kunstmestfabriek in het systeem gekomen, daar is weinig natuurlijks aan, behalve dat het uit de atmosfeer komt. Dat komt echter alle stikstof.

Er zijn inderdaad snel en langzaam werkende vormen, maar de essentie van stikstof is dat die heel makkelijk van gedaante kan veranderen. Het is een zeer beweeglijke en reactieve stof die nooit lang in dezelfde vorm aanwezig is. Dat maakt het nou juist zo lastig om deze stof te beheren. Die gaat echt niet duizend jaar zitten afwachten.

Ongunstig voor het milieu?

Bij de discussie over extensiveren komt vaak naar voren dat het ongunstig is voor het milieu om productie uit Nederland te laten verdwijnen. Men stelt: voor elke hectare grond die verdwijnt zullen in het buitenland meerdere hectares grond moeten worden getransformeerd naar landbouwgrond. Daar zit een denkfout in.

Men vergeet dat de productie die we hier aan een hectare toekennen niet door die ene hectare wordt gerealiseerd. De ongeveer 18.000 liter melk per hectare per jaar wordt maar ten dele geproduceerd op het gras van die ene hectare, daarnaast wordt het nodige krachtvoer uit het buitenland ingezet om op die hoge productie te komen. Die worden onterecht buiten de berekening gehouden.

We produceren in werkelijkheid dus flink minder per hectare en ten koste van een enorm hoog energiegebruik. We hebben in het buitenland dik 2,5 keer zoveel landbouwgrond liggen als wat we aan landbouwgrond in Nederland hebben, grotendeels voor veevoer! Als we extensiveren blijven die gewoon beschikbaar.

Vanwaar ineens die zorg?

Een veel gehoorde zorg is dat we bij dalende productie meer uit het buitenland moeten halen. Waarom is die zorg er nu ineens? Dat is vooral inspelen op emotie.

We hebben 1,8 miljoen hectare landbouwgrond. Rond 1 miljoen wordt gebruikt voor exportlandbouw, dus is er maar 0,8 miljoen beschikbaar voor eigen consumptie. Er is totaal 3,6 miljoen hectare nodig voor onze consumptiebehoefte. We importeren nu dus al 2,8 miljoen hectare om in onze behoefte te voorzien en hebben ons daar nog nooit zorgen om gemaakt.

Nederland is een dichtbevolkt land, afhankelijkheid van het buitenland zal er altijd zijn, zeker zolang we zoveel dierlijk eiwit eten als nu. Het is mede om onze grote landhonger dat door ‘Wageningen’ wordt aangegeven dat we de consumptie dierlijk eiwit minstens moeten halveren, willen we ecologische draagkracht leidend maken.

Quotum al opgesoupeerd

Nederland bereikte op 21 april Earth Overshoot Day, toen hadden we ons jaarlijkse quotum van de aarde al opgesoupeerd. We kunnen het ons niet veroorloven om onze behoefte nog langer leidend te laten zijn in de manier van produceren. We moeten in één generatie de overgang maken van ‘egocentrisch’ naar ‘ecocentrisch’ leven.

Er zijn al veel soorten uitgestorven, de soort mens is van dit risico niet uitgesloten, we zijn namelijk met heel veel. Van het gewicht van alle zoogdieren op aarde maken wij 35 procent uit, ons vee is nog eens 61 procent. Er is maar 4 procent over om natuurfilms van te maken.

Samen met ons vee beslaan we 96 procent van de zoogdieren op aarde! Dat is onhoudbaar.

Ruud Hendriks is Practor Kringlooplandbouw bij Aeres MBO en docent bodemvruchtbaarheid bij Aeres Warmonderhof

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie