Opinie: Misschien valt het deze keer mee?

De intensive care afdeling van het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht. Foto: ROBINUTRECHT

Tijdens de eerste golf begin dit jaar kreeg Eva Louise Bakker (41) corona. Ze was ernstig ziek en is nog steeds vaak vermoeid. Ronde twee is inmiddels van start, maar het is toch maar een griepje?

‘Ik trakteer vandaag op taart.” Voor het koelschap stond ik stil. Jongste (9) keek blij op. „Zómaar. Vandaag had ik de longarts aan de telefoon”, vertelde ik. ,,En ik heb geen restschade. Mijn longcapaciteit is weer als vanouds! Hij verwacht dat ik nog een paar maandjes nodig heb en dat ik dan weer de oude ben.”

„Joepie, dat is wel goed nieuws!”

Daar had hij gelijk in. De besmetting was tenslotte al ruim zeven maanden geleden.

„Ze hebben chocoladetaart!” Ik vond dat ik mocht kiezen.

Onderweg naar de kassa kwam het meisje van de bakkersafdeling van de Jumbo naar ons toe: „Ik hoorde net toevallig je verhaal en je krijgt deze taart van mij.”

Ogen vol, en met een dikke stem stamelde ik mijn dank. Haar woorden hadden al het achterliggende gevoel bij de taartsituatie aangeboord. Vijf keer vertelde ik het voorval aan familie en vrienden. Niet één keer hield ik het droog.

Het eerste stoffelijke overschot met een weer aangegroeide beenbreuk; ze zeggen dat dat het eerste bewijs van menselijke beschaving is: toen de mens voor de zwakkeren ging zorgen, elkaar hielp om te overleven. Beschaving zat bij dit meisje ingebakken. Al had ik het vermoedelijk ook zonder chocoladetaart overleefd. Ze had er niet over hoeven nadenken. Misschien zat het in haar DNA, was het de bedrijfscultuur, haar opvoeding. Het deed er niet toe. Ze deed het.

Nat gras

Dit was zo’n drie weken geleden. Ook daarna werd ik er regelmatig mee geconfronteerd: die maandjes herstel waren niet ruim ingeschat. Afgelopen zaterdag nog, overmoedig tijdens een wandeling, liep ik ook even dat flauwe heuveltje op. Vrijwel direct voelden mijn benen als lood en kon ik alleen nog hijgend vooruit schuifelen.

Ik overwoog de voorbijrijdende boswachter om een lift te vragen. Maar ja, corona. Om niet om te vallen ging ik meermaals in het natte gras zitten, om vervolgens weer een stukje te schuifelen. De dagen erna was ik weer benauwder, voelde ik weer druk op mijn borst en brandende luchtwegen bij het ademen.

Verhoging

Vandaag denk ik steeds aan die chocoladetaart. Het warme gevoel die de herinnering bezorgt, leidt me af van mijn verhoging. Van mijn man (46) die tegenover me koortsig ligt te slapen, zijn positieve uitslag amper verwerkt, van de wetenschap dat jongste met verhoging op bed zit te lezen en oudste (19) vanochtend met hetzelfde hoestje begon als eind februari, en nu naarstig een paper op internet zoekt voor een opdracht van dat ene vak dat hij dit studiejaar moest overdoen en nu dus écht moet halen. Een kwestie van uren voor zijn verhoging begint, als het net zo gaat als toen.

De tweede ronde is van start. Misschien valt het deze keer mee. We gaan in elk geval voor de optimale beleving van deze mondiale crisis.

„Het is maar een griepje, we moeten er geen drama van maken.” Die mensen bestaan nog. Zelfs zij die dat laatst nog zeiden, met die filosofie doorleefden, nu zelf ziek zijn en het ons weer doorgaven, wens ik niet het ziektebeeld dat wij de eerste ronde hadden. Ook al zouden zij het dan eindelijk serieus nemen. Het zou hopeloos zijn als iedereen alles eerst zelf moet voelen om te kunnen invoelen. Zonder empathie zou die eerste genezen botbreuk er nooit zijn geweest. En chocoladetaart zou niet zijn uitgevonden.

Eva Louise Bakker is kunstenaar en auteur van het boek ‘Desnoods de hele wereld’.

menu