Opinie: Nog is links niet verloren

Verkiezingsbord voor de laatste Tweede Kamerverkiezingen van 2017 net buiten Nieuw-Scheemda. Foto Archief Kees van de Veen

Het is tijd voor een links perspectief, dat verder strekt dan de volgende verkiezingen. Programmatisch samen optrekken, uitmondend in een breed links stembusakkoord en organisatorische samenwerking.

In ons land lijkt links achterhaald of zelfs erger, op het eerste gezicht doet links er niet meer zoveel toe. Nog geen twintig jaar geleden verwierven zich progressief of links noemende partijen samen precies de helft van de Kamerzetels. Nu stelt links getalsmatig weinig meer voor.

D66 noemt zich progressief, wat niet wegneemt dat deze partij enthousiast meeregeert in een centrumrechts kabinet. Waarin zij als ‘meest wereldlijke’ partij botst met haar tegenpool, de ChristenUnie. De SP heeft zich ontfermd over de sociaaldemocratische erfenis van Troelstra, Drees en Den Uyl, om vervolgens te verzanden in nostalgie en verontwaardiging. GroenLinks werpt zich op als het linkse alternatief, wat het niet is en evenmin ooit zal worden. Deze partij trekt veel hoogopgeleide jongeren en GroenLinks heeft de klimaatcrisis definitief op onze politieke agenda gezet, waarvoor hulde. De partij wentelt zich in een vergaarbak van progressieve volgelingen, die vooralsnog weinig honkvast zijn gebleken. Daarbij blijft GroenLinks zwalken tussen enerzijds het bieden van een alternatief voor de gevestigde orde en anderzijds dolgraag geaccepteerd willen worden door datzelfde politieke establishment.

Teloorgang

Aan de linkerzijde is het verval van de Partij van de Arbeid wel het meest dramatisch. Niet eens zo lang geleden was de PvdA nog met afstand de grootste partij, in zowel het parlement als binnen de twee achtereenvolgende ‘paarse’ kabinetten. Haar bestuurlijke arrogantie leidde tot een welverdiende les in nederigheid. Nu is zij in omvang de zevende partij in de Tweede Kamer en de kleinste binnen de linkse oppositie. Al tijdenlang behaalt deze linkse oppositie tezamen in de peilingen evenveel of zelfs minder zetels dan regeringspartij VVD in haar eentje. Ook minder dan de 38 die de PvdA bij de voorlaatste Kamerverkiezingen in 2012 op eigen kracht behaalde. Links is voorlopig uitgerangeerd.
Tegelijkertijd wordt samenwerking ‘op links’ al jaren met de mond beleden en al even lang zijn de linkse partijen elkaars grootste concurrent. PvdA, GroenLinks, SP en een deel van D66 vissen in dezelfde electorale vijver, die door eigen toedoen almaar kleiner wordt.

Paradox

De paradox is dat in ons land velen wel sociaaldemocratisch denken en voelen, maar niet (meer) stemmen. Zij willen een fatsoenlijke samenleving waarin armoede, achterstand, achterstelling en uitsluiting definitief tot het verleden behoren. Een verzorgingsstaat, waarin niet de markt of de overheid, maar juist de burger centraal staat. Een burger, die de vrijheid bezit om zelf te bepalen hoe zij of hij met leven wenst om te gaan. Waar zowel betutteling door de overheidsbureaucratie als religieus getinte bedilzucht uit den boze is. Met burgers die zich beschermd weten door een rechtsstaat die er voor hen is en dus niet andersom. En waar solidariteit meer is dan een loze kreet, die vooral het hardvochtig omgaan met vreemdelingen maskeert.
Intussen roept minister-president Mark Rutte, die in 2010 met zijn eerste kabinet een beleid voorstond ‘waar rechts de vingers bij zou aflikken’, van de daken dat ‘Nederland een door en door socialistisch land is’. Zo neemt de ‘rechtse Rutte’ geleidelijk de gedaante van ‘Vadertje Drees’ aan.
In de huidige coronacrisis aarzelt ons centrumrechtse kabinet geen moment om de door VVD en CDA zo veel bekritiseerde overheid in te zetten als beschermer van zowel grote werkgevers als kleine ondernemers en loonafhankelijken. Geld speelt daarbij geen rol: verbazingwekkend dat dit uit de monden van neo-liberalen en behoudende christendemocraten komt.

Links perspectief

De markt, het individu, het maatschappelijk middenveld, de overheid … niets of niemand kan het alleen. Het is bij uitstek de sociaaldemocratie die hier de verbinding kan leggen, zoals intussen her en der elders in Europa gebeurt. De vraag blijft alleen: wie staan er bij ons op om dit op een vruchtbare en eigentijdse wijze over het voetlicht te brengen?
Het is tijd voor een links perspectief, dat verder strekt dan de volgende verkiezingen. Programmatisch samen optrekken, uitmondend in een breed links stembusakkoord (‘we houden elkaar vast en kijken samen naar coalitiepartners’) en organisatorische samenwerking. Wellicht leidend tot een nieuwe linkse politieke beweging, met een toekomstgericht en overtuigend leiderschap.
De tijd van de partijtijgers met hun politieke spelletjes ligt hopelijk achter ons. Het is aan een nieuwe generatie om de politieke en ideologische ruimte op links te vullen. Nog is links niet verloren!

Bert Middel was namens de PvdA gemeenteraadslid, Statenlid en lid van de Tweede en Eerste Kamer. Daarna was hij burgemeester van Drachten|Smallingerland, momenteel is hij dijkgraaf van Waterschap Noorderzijlvest. Deze bijdrage is een ingekorte versie van ‘Tijd voor een links verhaal’ in De Hofvijver, Montesquieu-instituut.

menu