Opinie: 'Burgemeesters: ga naar GRIP-4!'

Rampoefening in 2018 in Zuidwolde (Gr.) waar de gevolgen van een aardbeving werden nagebootst.

Bij zware aardbevingen zouden burgemeesters direct op moeten schalen naar GRIP-4, een zware Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure. Een urgent statement dat helpt bij de aanpak.

Het ijzer moet je smeden als het heet is! Een volgende keer als zich ergens in de provincie Groningen weer een aardbeving voordoet van magnitude 3 of hoger doen de burgemeesters en daarmee ook de burgemeester van Groningen er verstandig aan gelijk op te schalen naar GRIP-3 of beter nog naar GRIP-4. De situatie wordt daarmee als ramp of crisis ‘verklaard’. Ter herinnering nog even de definities van deze begrippen (beide uit de Wet veiligheidsregio’s (Wvr).

Een ramp is een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Een crisis is een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.

Dreiging

Je hoeft bepaald niet creatief te zijn om de situatie in Groningen en een nieuwe beving als een ramp of crisis te definiëren. Misschien wordt niet direct het leven, maar zeker wel de gezondheid van grote aantallen personen bedreigd. Wie kennis heeft genomen van de verschillende studies van Postmes c.s. van de afgelopen jaren blijft vooral bij dat de psychosociale gevolgen van de verschillende gasbevingen enorm groot zijn en dat iedere beving bij forse aantallen mensen opnieuw angst en onzekerheidsgevoelens oplevert. Daarbij speelt zeker ook mee dat het vertrouwen in de schadeafhandeling en herstel van de woningen door de rijksoverheid en andere partijen door alle jaren van traineren, pappen en nathouden enorm is afgenomen. Bij iedere wat steviger beving is en wordt telkens weer een vitaal belang (gezondheid, leefbaarheid, vertrouwen en soms ook simpelweg het eigen woonhuis) aangetast. De bevingen hebben velen murw gemaakt.

Gecoördineerde inzet

Het tweede onderdeel van de rampdefinitie geeft aan dat de situatie ook vraagt om een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties. Feitelijk ligt daar de kern om juist onmiddellijk na een nieuwe beving de situatie als ramp of crisis te betitelen en als uiting daarvan op te schalen naar GRIP-3 of beter nog GRIP-4.

Opschaling werkt

Vanuit het lectoraat Crisisbeheersing (IFV) hebben wij de laatste jaren verschillende calamiteiten en crises onderzocht en daarbij overtuigend aangetoond dat opschaling naar GRIP-4 ook in situaties waar dat op het eerste gezicht niet zo vanzelfsprekend lijkt werkt en nuttig kan zijn. GRIP-3/4 werd succesvol gehanteerd bij de voorbereidingen en acties bij de komst van een grote stroom aan vluchtelingen in 2015.

Nadat gemeenten eerst een week zelf aan de slag waren gegaan om de gevolgen van de hagelstorm in Zuidoost-Brabant (2016) te beheersen, bleek een informele opschaling naar GRIP-4 tot meer structuur en ook een betere aanpak te leiden. Toen de beheerder van Fort Oranje de stekker eruit trok en vele permanente bewoners van deze ‘camping’ op straat dreigden te komen staan, schaalde de regio Midden- en West- Brabant op naar GRIP-4. Recentelijk (begin 2019) werd na de containercalamiteit op de Noordzee met forse consequenties voor het Waddengebied na enkele dagen opgeschaald naar GRIP-4. Hier droeg de opschaling bij aan het versterken van de contacten tussen de algemene en de functionele keten (met name Rijkswaterstaat).

‘Zachte’ aspecten

Wat deze casus gemeen hebben, is dat niet de formele (nood)bevoegdheden zo belangrijk of bepalend waren voor de opschaling, maar dat veel meer ‘zachte’ aspecten de waarde van de opschaling bepaalden. GRIP-4 bracht een heldere en voor eenieder herkenbare structuur en bracht verschillende partijen meer bindend bij elkaar. GRIP-4 zorgde voor de zo noodzakelijke urgentie van een gezamenlijke aanpak. De opschaling liet zien dat de autoriteiten de situatie serieus namen en belang hechtten aan een voortvarende koers. Zowel intern als extern werd met de opschaling een belangrijk ‘statement’ gegeven, waarbij in de meeste gevallen niet het managen van de acute fase maar vooral het managen van de vervolg- en gevolg-aanpak langs deze structuur vorm moest krijgen. Niet de acute situatie, maar de impact van de gebeurtenis op de samenleving was steeds reden voor opschaling.

Serieuze aanpak

Bovenstaande aspecten en argumenten en de succesvolle aanpak die met deze opschaling bereikt werd, zijn voldoende reden om ook in Groningen na de eerstkomende forse gasbeving nu eens niet op te schalen naar GRIP-1 of -2 maar gewoon GRIP-4 ‘uit de kast te trekken’. Gemeenten laten daarmee zien de situatie niet alleen serieus te nemen maar nu ook eens serieus te willen aanpakken. Ongetwijfeld zullen er GRIP-puristen zijn die een dergelijke aanpak niet passend vinden, maar… nood breekt wet.

Menno van Duin is lector Crisisbeheersing bij het Instituut Fysieke Veiligheid.

menu