Opinie: Geloof in een app is niet intelligent

Net als elders in de wereld wordt ook in Duitsland gewerkt aan de ontwikkeling van een smartphone app in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus. Militairen worden ingezet bij het testen. Foto: TORSTEN KRAATZ / BUNDESWEHR / HANDOUT

De Nederlandse overheid probeert overhaast een app te ontwikkelen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus. Laat liever de samenleving meedenken!

Dinsdag 7 april kondigde minister Hugo de Jonge aan dat het kabinet een mobiele app wil inzetten om de ‘intelligente lockdown’ te versoepelen. De app zou, zo benadrukte de minister, de privacy van gebruikers moeten waarborgen. Een kritische coalitie van onder meer Waag, Bits of Freedom, Code for NL, Amnesty International en andere experts zag veel haken en ogen en stelde tien voorwaarden op waar de ontwikkeling van zo’n app aan zou moeten voldoen.

Hoewel het ministerie een deel van de voorwaarden onderschreef, werd de belangrijkste voorwaarde, het in beeld brengen van noodzaak en context van een app, niet overgenomen. In sneltreinvaart is een proces ingericht om een app te realiseren. De vraag is: waarom deze haast? Het ministerie lijkt voortgestuwd te worden door de druk van Europese ontwikkelingen en marktpartijen en heeft geen tijd genomen voor een fundamentele afweging. De trein is vertrokken en raast richting een app waarvan niet zeker is of deze wel nuttig of gewenst is.

Geloof in technologie

Veilig Tegen Corona stelt dat inzet van een app bewezen maatschappelijk effectief moet zijn, en gebaseerd op wetenschappelijk inzicht. Zulk bewijs is er niet. Het voorbeeld, de contact-tracer in Singapore; deze zou duidelijke resultaten hebben geboekt. In een interview met Bloomberg gaf de premier van Singapore echter aan dat het succes vooral was toe te schrijven aan traditioneel detectivewerk: het intensief interviewen van geïnfecteerden en het natrekken van hun contacten. Slechts een op de zes mensen had de app gedownload: de app bleek niet zo cruciaal als gedacht.

De Singaporese applicatie is nooit ingezet als een zelfstandig middel dat automatisch mensen volgt, maar als een ondersteuning voor professionals en een expliciete strategie. Dat brengt ons bij de cruciale vraag: wat is de Nederlandse strategie voor het afschalen van de intelligente lockdown?

Het beleid van het ministerie lijkt gebaseerd op ‘techsolutionisme’: een hardnekkige ideologie waarbij technologie altijd dé oplossing is, zonder dat men goed weet waarvóór. In een open brief aan het kabinet waarschuwden meer dan zestig wetenschappers hiervoor. Belangrijker dan de app zijn vragen als: ‘Hoe gaan we de komende jaren de 1,5 meter-samenleving inrichten?’ en ‘Hoe kunnen we de huidige maatregelen stap voor stap afschalen?’

Daar zijn verschillende scenario’s voor denkbaar. Tot nu toe heeft de intelligente lockdown een groot beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van alle Nederlanders. Dat past bij onze democratische samenleving: het is een scenario dat is gebaseerd op een cultuur van vertrouwen. Een scenario met gedwongen contact-tracing en autoritaire controle past daar niet bij. Een simpele app die dat wel doet, kan grote gevolgen hebben voor onze rechtsorde.

Het hoopgevende maatschappelijke oproer hierover geeft aan dat we naïviteit over technologie achter ons hebben gelaten. De samenleving mengt zich nadrukkelijk in het debat: van culturele organisaties en wetenschappers tot goed bekeken televisieprogramma’s.

Fundamentele vragen

Arjen Lubach riep zondag op tot een breder maatschappelijk gesprek (#appheterover). Ook de Tweede Kamer wil eerst grondig debatteren over de wenselijkheid en toepassing van een corona-app. Politici maken zich terecht zorgen over het proces en stellen fundamentele vragen over de mogelijkheid van parlementaire controle.

De behoefte aan maatschappelijk debat is groot, en eveneens de bereidheid om betrokken te zijn. Des te pijnlijker is het dat er geen tijd en ruimte is vrijgemaakt om dat zorgvuldig te doen. Er is niet gekozen voor een open ontwerpproces waarbij vanuit diverse perspectieven en disciplines meegedacht wordt over de wenselijke scenario’s. In plaats daarvan is een klassiek overheidsinstrument van stal gehaald uit de aanbestedingen van ICT: een ‘marktconsultatie’ waarbij zeven partijen zijn geselecteerd om een oplossing te bieden voor een probleem dat we niet helder hebben geformuleerd.

Pas als de samenleving mee kan ontwerpen aan onze digitale toekomst, kunnen we tot gedragen oplossingen komen. De trein die nu voortdendert, passeert een aantal cruciale stations. Met alle risico’s van dien.

Gijs Boerwinkel is hoofd communicatie bij Waag, doet onderzoek naar de rol van technologie in de samenleving. Marleen Stikker is medeoprichter en directeur van Waag, auteur van het boek ‘Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren.’

menu