Opinie: Goed gedrag heeft een steuntje nodig

Veel burgers willen zich wel duurzaam gedragen, maar hebben een steuntje in de rug nodig. Foto: Koen Suyk

De meeste mensen deugen, maar ze moeten vaak wel een handje worden geholpen. Zeker als het over het klimaat gaat.

Als samenleving staan we voor grote milieu-opgaven die ander gedrag van burgers vereisen. Zo moeten we minder vliegen, minder vlees eten en duurzame kleding kopen. Ondertussen kijken we niet op van vliegtickets van 40 euro naar Barcelona, neemt in Nederland de vleesconsumptie toe en kopen we wereldwijd zoveel kleding dat de kledingindustrie meer CO2 uitstoot dan de internationale luchtvaart én zeetransport samen.

Waarom eigenlijk? Als we de titel De meeste mensen deugen van de recente bestseller van Rutger Bregman mogen geloven, gedragen de meeste mensen zich voorbeeldig. Maar waarom gedragen ze zich dan niet klimaatvriendelijker?

Koopgedrag

Twee recente studies van de Hogeschool van Amsterdam laten zien dat mensen zich wel degelijk klimaatvriendelijker kunnen gedragen als goed gekeken wordt naar wat hen tegenhoudt of stimuleert. Zo laat het onderzoek naar kledingkoopgedrag van jongeren in Almere zien dat de jongeren weliswaar weten dat de productie van kleding klimaatonvriendelijk is, maar dat zij weinig urgentie voelden om hier iets mee te doen. Ook wisten ze niet goed hoe ze zich klimaatvriendelijker konden gedragen (‘waar koop ik duurzame kleding?’) en voor sommige jongeren was het kopen van een nieuw shirt of nieuwe schoenen gewoon heel lekker: zij konden moeilijk weerstand bieden aan al deze verleidingen. Ook lieten ze zich weerhouden door de gedachte dat het toch allemaal weinig uitmaakt wat ze doen.

De jongeren deden dus niet bewust het verkeerde, maar werden slecht in positie gebracht om het goede te doen.

Mythe van de droge voeten

Een andere studie van de hogeschool naar het nemen van klimaatadaptieve maatregelen, zoals een regenton installeren of tegels uit de tuin halen, liet zien dat veel bewoners van Noord-Holland dachten zelf weinig risico te lopen op overstroming (ook wel de ‘mythe van de droge voeten’ genoemd). Ook voelden ze weinig verantwoordelijkheid om zelf iets te doen. Veel bewoners vonden het invoeren van maatregelen om wateroverlast te voorkomen een taak van de overheid. Daarnaast wisten zij onvoldoende welke maatregelen ze konden treffen om de schadelijke gevolgen van klimaatverandering op te vangen en twijfelden zij aan het effect van de geadviseerde maatregelen. Ook hier zie je dat mensen niet per se bewust het verkeerde doen, maar vooral worstelen met het waarom, wat en hoe.

Psychologische barrières

Beide studies laten zien dat drie zaken mensen tot actie kunnen aanzetten. Ten eerste moet er een duidelijke, tastbare urgentie aanwezig zijn. Of het nu gaat om het kopen van kleding of het sproeien van je tuin: wanneer mensen niet beseffen dat dit soort gedragingen direct tot grote klimaatschade leiden, zullen ze weinig gemotiveerd zijn iets te doen.

Ten tweede moeten mensen weten wát ze moeten doen en hóe ze dat moeten doen. Hoe kan ik met mijn kledingkoopgedrag het klimaat zoveel mogelijk ontzien en wat moet ik doen om water goed op te vangen? Tot slot is het van belang dat mensen het gevoel hebben dat wat ze doen écht zin heeft. Hoe gaat mijn gedrag voorkomen dat de aarde opwarmt?

Door veel beter in te spelen op de psychologische barrières en motieven van burgers worden zij geholpen zich klimaatvriendelijker te gedragen. Als de sociale en fysieke omgeving mensen elke dag weer verleiden tot klimaatonvriendelijk gedrag, wordt het ze wel heel lastig gemaakt om het goede te doen. Eigenlijk mist de titel De meeste mensen deugen van Bregman een belangrijke bijsluiter: de meeste mensen kúnnen deugen, zolang de omstandigheden het mogelijk maken.

Een omgeving die voortdurend de nadruk legt op gemak en genot (‘lekker shoppen in Barcelona!’), of kosten (‘twee T-shirts voor de prijs van één!’) en mensen onvoldoende ondersteunt of stimuleert om hun psychologische barrières te slechten, zal niet het gewenste gedrag aan hen ontlokken.

Krispijn Faddegon is onderzoeker en docent aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Projectleider van het gedragspsychologisch onderzoek naar fast fashion bij jongeren in Almere. Reint Jan Renes is gedragswetenschapper en lector aan de HvA. Doet onderzoek naar de gedragspsychologie achter klimaatverandering en duurzaamheid.

menu