Opinie: Graag solidariteit, maar niet alleen bij de Canal Parade

De Canal Parade in Amsterdam.

De steun van hetero’s en grote bedrijven op Gay Pride is hartverwarmend, maar die moet niet beperkt blijven tot die ene dag.

De Gay Pride Amsterdam: twitteraccounts worden gezellig getooid met de kleuren van de regenboog. Grote en kleine bedrijven laten zien dat ze heel divers zijn. Er verschijnen hippe filmpjes op LinkedIn van grote bedrijven met vrolijke jongens en meisjes met roze haar en een ring door hun neus met fijne welkomstteksten.

Tankstations geven hun lichtbalken de kleuren van de regenboog. Iedereen in Nederland die ‘iets met mensen doet’; trainingsbureaus, coaches, diversiteitsmedewerkers, HR-functionarissen en iedereen met het woord coördinator in de functiebeschrijving doet iets met een regenboogshirt of retweet een oproep om een homo-onvriendelijk land tot de orde te roepen.

Blij en ook niet

Politici vechten om van wie wij regenbogers het meest te vrezen hebben: van moslimfundamentalisten, biblebelters of rechtse terug-naar-het-hoeksteengezin-ideologen.

Ik word er blij van. En ook niet. De solidariteit is fijn. Blijkbaar vinden veel mensen dat wij er mogen zijn. Heerlijk. Hebben we jaren hard voor gestreden. En toch wringt er iets. Het wringt als het pinkwashing van bedrijven is; schaarste op de arbeidsmarkt en commercieel bureaubelang van alles wat het label ‘diversiteit’ draagt vieren hoogtij.

Het wringt als het alleen maar leuk is als er een feestje te vieren is. Want dat kunnen wij echt reuze goed. Feestjes vieren. Dat komt omdat de meeste feestjes voor ons als tiener gewoon niet zo cool waren. Schoolfeesten zijn niet zo flirtbaar als je lhb-tot-z’er bent. Een kroegentocht is inclusief vechtpartijtje als je als jongen een andere jongen van een verkeerd groepje te lang in de ogen kijkt. Familiefeestjes met je tante die alwéér vraagt wanneer je eens een leuke kerel ontmoet.

We bedachten geweldige feestjes. Undergroundkelders waar alles gebeurde wat alle goden van de grote wereldreligies niet eens konden bedenken. De hipste discotheken van Amsterdam. Geheime zakdoekcodes. Uit je dak gaan op ‘It’s Raining Men’. Drag Queenverkiezingen. Tuinbroekparty’s. Tennisclubs met roze tennisballen. De Zangeres Zonder Naam op de Dam. En ja, een Canal Parade met bootjes.

Roze boa's

Bedoeld om één dag per jaar in de meerderheid te zijn. De stad regenboog te kleuren. Heel even te voelen hoe dat voelt: je volstrekt vrij in de liefde te kunnen bewegen in het publiek domein. Dat dat leuke feestjes zijn, bleef niet ongemerkt. En nu worstel ik mij door drie lagen heterostelletjes met kinderwagens heen, voordat ik met mijn regenboogvlaggetje naar een bootje kan zwaaien.

Claimt elk zichzelf respecterend bedrijf een boot waar de voltallige raad van bestuur op staat te zwaaien met een roze boa om. Lijkt de hele politie opeens leatherboy te zijn en leggen ziekenhuizen je nog net niet aan een roze infuus.

Als je je veilig waant

Het is hartverwarmend. Echt. Je bent zó welkom. Op het leukste feestje van het jaar. Maar dan wil ik met je zoenen ook. En niet alleen in Amsterdam als de stad roze is gekleurd en je je veilig waant. Maar ook op een bankje in Kanaleneiland. Of in de metro naar Slotervaart. Of op de Blaricumse hockeyclub. In het dorpshuis van Beetsterzwaag. En dan doe ik ook mijn ring door mijn neus bij mijn volgende acquisitiegesprek. En dan hoop ik dat je gewoon aardig ‘nee dank je’ zegt in die kroeg als ik per ongeluk met je flirt.

Dat je er iets van zegt als ik mijn hand uit die van mijn lief trek omdat een groepje jongeren sist en roept. Een lift geeft als een taxichauffeur weigert me mee te nemen. Al die andere 364 dagen van het jaar.

Daniëlle Braun is corporate antropoloog

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu