Opinie: Je hoeft niet élk bezoek te verbieden

Alle verpleeghuizen zijn gesloten zijn voor bezoekers, een te rigide maatregel. Foto: Anton Kappers - Thomasson

Verzorgingshuizen zitten op slot, geliefden kunnen elkaar niet zien, waardoor ouderen in eenzaamheid sterven. Dat moet anders.

De grootste ramp van corona is niet dat zoveel mensen sterven, maar dat veel mensen in eenzaamheid sterven. Voor verpleeghuizen is een absoluut bezoekverbod afgekondigd en omdat de levensduur in zo’n instelling zes tot negen maanden bedraagt, is de kans niet gering dat de bewoners hun geliefden (hun partner, hun kinderen) nooit meer zullen terugzien. En mocht dat wel het geval zijn, dan zullen zij - waar een aanzienlijk deel van hen dementerend is - hen daarna niet meer herkennen en volkomen gedesoriënteerd zijn.

In NRC Handelsblad schreef Ko Heijboer uit Noordwijk een schrijnende brief. Door de maatregelen tegen de epidemie is hij voor onbepaalde tijd gescheiden van zijn vrouw die, 68 jaar oud, in een verpleeghuis woont. Haar gezichtsvermogen is nihil en verbaal communiceren is nauwelijks mogelijk, want zij is dement. ‘Het gaat juist om de knuffel, het hand in hand lopen, met haar op het bankje in haar kamer zitten en samen een mandarijntje eten.’

Kwaliteit van leven

Daaraan is opeens een einde gemaakt teneinde zulke ‘kwetsbare ouderen’ te beschermen tegen besmetting met het virus. Zouden zij, als ze dat nog hadden gekund, zelf gekozen hebben voor bescherming tegen corona ten koste van alle contact met hun naasten? Door deze eenzame opsluiting winnen ze wellicht een paar maanden van leven, maar is dat het waard om in je laatste dagen je naasten niet meer te zien?

Meteen zocht ik mijn eigen statistische levensverwachting als bijna tachtigjarige man op. Uitkomst: gemiddeld acht jaar. Zou ik deze epidemie in eenzame opsluiting willen uitzitten om zekerder te zijn van de mij toegemeten tijd van leven? Ik betwijfel het sterk, al weet je natuurlijk nooit wat je beslist als het er werkelijk op aan komt.

Maar de bewoners van verpleeghuizen is niks gevraagd, en hun naasten, die nu allerlei pogingen in het werk stellen om nog enig contact met hen te onderhouden, evenmin. Columnist Eva Hoeke beschreef in de Volkskrant hoe haar schoonmoeder niet kan begrijpen waarom haar dochter telkens voor het raam van haar kamer in het verpleeghuis verschijnt om dan weer te verdwijnen.

‘Kwaliteit van leven’ is een duivels moeilijk begrip, dat door de medische wereld terecht met huiver wordt bejegend of, vaker, verzwegen. Heeft het zin iemand vele maanden lang te onderwerpen aan ingrijpende en slopende therapieën tegen kanker als de patiënt daarna misschien nog een paar maanden in redelijke gezondheid leeft? Die afweging maken medici doorgaans niet met zoveel woorden, de patiënt moet het voor zichzelf doen.

Maar in het geval van het bezoekverbod in verpleeghuizen is die afweging helemaal niet aan de orde geweest. Het is een maatregel die voor alle betrokkenen geldt, dement of niet. Hadden in het geval van dementen hun naasten dan niet geraadpleegd kunnen worden?

Ko Heijboer is ‘vreselijk boos’ over deze ‘rigide maatregel’ waardoor hij voor onbepaalde tijd van zijn vrouw gescheiden wordt. Waarom, vraagt hij zich af, mogen patiënten in ziekenhuizen die geen corona hebben maar eveneens ‘kwetsbaar’ zijn, wel beperkt bezoek ontvangen? Hij vindt dat enorm inconsequent.

Wegkwijnen

Columnist Derk Sauer beschreef in Het Parool hoe zijn vrouw met een van de laatste vluchten uit Moskou naar Enschede reisde om haar moeder uit het verzorgingshuis, waar zij ‘zonder bezoek wegkwijnde’, mee te nemen naar hun huis in Zeeland, maar dat is in lang niet alle gevallen mogelijk. Verpleeghuispatiënten verblijven niet voor niets in een verpleeghuis.

Het lijkt erop of hier te rigoureus een knoop is doorgehakt: óf alle bezoek verbieden óf niks doen, met alle gevaren van verspreiding van het virus van dien. Maar dat is de keus helemaal niet. Mits alle betrokkenen - bezoeker, bewoner, medicus en verplegende - goed beschermd worden, is het best mogelijk de meest geliefde enkeling in het verpleeghuis toe te laten en zo te voorkomen dat de patiënten mogelijk een ellendig, eenzaam levenseinde tegemoet gaan.

John Jansen van Galen is journalist en publicist

menu