Opinie: Wat te doen met links?

Duizenden mensen vierden op 1 mei 1965 de Dag van de Arbeid in de Utrechtse Jaarbeurshallen. PvdA-minister Anne Vondeling sprak de menigte toe.

De linkse partijen zitten in de verdrukking, maar van een nieuwe progressieve partij zal voorlopig geen sprake zijn. Toch is samen optrekken wenselijk.

Links is in het defensief gedrongen. In bijna alle Europese landen is sprake van populisme en verrechtsing. Linkse partijen hebben geen duidelijk antwoord op problemen die grote immigratie dikwijls met zich meebrengen. Ook deinden zij mee op de modieuze golven van het marktdenken en het neoliberalisme. Overheidsgrip op belangrijke terreinen als zorg, onderwijs, volkshuisvesting, openbaar vervoer en niet te vergeten het bankwezen werd grotendeels prijsgegeven.

Sinds 2008 weten we waartoe dit neoliberalisme leidde: economische crisis, werkloosheid, bestaansonzekerheid, miljardenverliezen van pensioenfondsen en stijgende staatsschulden. De geminachte staat moest de banken redden van de ondergang. In die situatie aanvaardde mijn partij (PvdA) regeringsverantwoordelijkheid en nam samen met haar traditionele tegenstander (VVD) ingrijpende maatregelen, met als uiteindelijk resultaat dat het land uit de crisis kwam. Maar dat beleid (bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd) deed pijn en dat werd de PvdA bepaald niet in dank afgenomen: bij de verkiezingen van 2017 leed de partij een monsterverlies van 29 zetels. De eens zo grote PvdA (in 1977 53 zetels) schrompelde ineen tot een partijtje met een luttele 9 zetels.

Een stap terug in de tijd

Hoe nu verder? Een stap terug in de tijd. In de jaren 70 was er sprake van een serieuze samenwerking tussen de progressieve partijen: Partij van de Arbeid , Politieke Partij Radikalen en Democraten 66. Dit mondde uit in een Progressief Akkoord met een gezamenlijk programma, Keerpunt ’72 . Deze combinatie werd in 1972 de grootste en speelde de hoofdrol in het kabinet-Den Uyl (19731977). Toch kwam het niet tot een echte samenwerking tussen deze drie partijen. Het was vooral de PvdA die de boot afhield. Die partij was verreweg de grootste van de drie, hechtte sterk aan de sociaaldemocratische traditie en arrogantie was die partij ook bepaald niet vreemd.

Op dit moment zou er toch één front gevormd moeten worden tegen oprukkend rechts. Progressieve partijen zouden over hun schaduw heen moeten springen en een sterke nieuwe partij moeten vormen. Een combinatie van het activisme van de SP, het milieuprogramma van GroenLinks en de bestuurskracht van de PvdA. Maar ik denk dat dat een paar sprongen te ver is. Dat geldt ook voor mij persoonlijk. Als lid van PvdA (al meer dan 50 jaar!) hecht ook ik aan de trotse geschiedenis van de PvdA en SDAP met namen als Troelstra, Drees, Den Uyl en Kok. Van opheffing van de partijen en oprichting van een nieuwe progressieve partij zal voorlopig geen sprake zijn.

Gezamenlijk optreden

Wat is nu op korte termijn bij links mogelijk en wenselijk? Bij de kabinetsformatie je niet tegen elkaar later uitspelen, maar gezamenlijk optreden. Dus samen uit, samen thuis. Voor de kiezer kan het aantrekkelijk zijn een schaduwkabinet te presenteren met bekende en deskundige mannen en vrouwen.

Tenslotte zou er een kort, liefst zo concreet mogelijk programma geformuleerd moeten worden. Een klein, volstrekt onvolledig voorzetje:

- Invoe ring van een Vermogens Aanwas Deling (VAD). Nu zijn het vooral de aandeelhouders die profiteren van de bloeiende economie. Het aandeel van werknemers en zelfstandigen in het nationaal inkomen daalt voortdurend: van 92 procent in 1977 naar 73 procent in 2017. En achtduizend huishoudens hebben 28 procent van het vermogen in handen. De ongelijkheid neemt daardoor onacceptabele vormen aan. De koek moet veel eerlijker verdeeld worden.

- Gelijkheid van onderwijskansen, zodat de economische, culturele en sociale kloof tussen laag- en hooggeschoolden kleiner wordt.

- Degelijk geschiedenis- en burgerschapsonderwijs, zodat de jonge generatie beseft dat de vrijheid en welvaart die we nu genieten, niet vanzelf spreken.

- Zekerheid van vast werk en minder flexwerk.

Het grote verhaal

Een algemene klacht is dat het grote verhaal in de politiek ontbreekt: dat was in het verleden het emancipatieverhaal, bijvoorbeeld van de arbeiders, de katholieken, de gereformeerde kleine luiden. Bij de SDAP gaf tijdens de crisis van de jaren 30 het Plan van de Arbeid nieuw elan en hoop.

Op het dieptepunt van de laatste crisis pleitte ik voor een nieuw Plan van de Arbeid : afzonderlijke ideeën over industrie- en energiepolitiek, infrastructuur, kenniseconomie, duurzaamheid en natuur zouden in een samenhangend plan moeten worden gegoten, uit te werken door de wetenschappelijke instituten van de linkse politieke partijen. Ook nu kan zo’n visie op de toekomst inspirerend werken. De snelle veranderingen in samenleving en economie bankwezen, robotisering, de overgang naar duurzaamheid vragen mijns inziens om zo’n aanpak.

Misschien wordt al het bovenstaande het best samengevat in de woorden van de Socialistenmars : All’aards geluk, all’zonnepracht / All geesteslicht, all wetensmacht / Zij aan het zwoegend volk gegeven.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie