Opinie: Nedersaksenlijn

Werk aan de N34 tussen Coevorden en Holsloot. Foto Archief Boudewijn Benting

Investeren in infrastructuur loont en is door de lage rentestand extra aantrekkelijk. Dus die Nedersaksenlijn moet er komen.

De wereldwijd werkende kredietbeoordelaar Standard & Poors is er in een studie heel duidelijk over: investeren in infrastructuur loont. Zeker in Nederland en dus ook in de regio Zuidoost-Drenthe. „Elke euro die de overheid investeert in een nieuwe weg, een spoorlijn of waterweg, levert na drie jaar 1,80 euro op. Investeer 1 procent van het bruto binnenlands product in infrastructuur en dat genereert naast economische groei van een kleine 2 procent ook nog eens 34.000 nieuwe banen.”

Geld om te investeren is momenteel niet echt een probleem. De kapitaalmarkt vraagt nauwelijks een vergoeding voor leningen en de overheid krijgt soms zelfs geld toe om te lenen. Wat het rendement van een investering in infrastructuur alleen nog maar versterkt.

Verbinding

Op onderzoeken, mooie woorden en plannen kan de regionale economie echter niet draaien. Zeker niet in Noord- en Oost-Nederland en het aangrenzende Emsland. Daar heb je, naast visie, vooral kennis, vakmanschap en een flinke dosis lef en doorzettingsvermogen voor nodig. En de juiste mensen. Regionale economische ontwikkeling gaat tegenwoordig ook in toenemende mate over nog iets anders: verbinden. Mensen en kennis bij elkaar brengen, niet alleen digitaal op een beeldscherm zoals in deze coronatijd, maar ook zeker en juist fysiek. Daar heb je (investeringen in) infrastructuur voor nodig.

Kenniscentra

Om mensen, kennis en vakmanschap op een eenvoudige manier met elkaar te verbinden, is een moderne veelzijdige infrastructuur essentieel voor Noord- (en Oost-)Nederland en het aangrenzende Emsland, de Corridor A37-E233 in het bijzonder. Een regio die zich steeds sterker profileert als runner-up op het gebied van tal van vernieuwende technologieën in groene chemie, duurzame energie, vernieuwende mobiliteit en waterstof. Er ontwikkelen zich steeds belangrijker kenniscentra op deze gebieden langs de as Enschede-Emmen-Groningen. Hetzelfde geldt langs de A31 en de E233 in het Emsland; in Lingen, Lathen en in Werlte.

Bereikbaarheid

Niet alleen moet je ervoor zorgen dat kennis en ondernemers elkaar fysiek kunnen ontmoeten, dat er geïnvesteerd wordt in gebouwde locaties zoals kenniscampussen en scienceparks, wat de tien Nederlandse universitaire kenniscampussen bepleiten richting kabinet in het Manifest Toplocaties van begin juli. Je moet er ook voor zorgen dat ze goed voor iedereen bereikbaar zijn. Voor studenten uit de regio, net zoals voor ondernemers. Zeker per openbaar vervoer, gezien de ontwikkeling dat jongeren steeds vaker de keus maken geen eigen auto te bezitten (CBS). Drie op de tien jongeren tussen 18 en 30 heeft nog een eigen auto en het neemt verder af; ze stappen makkelijker in de trein.

Nedersaksenlijn

Er zijn Regio Deals gesloten met het rijk en het belang van de Nedersaksenlijn voor de economische ontwikkeling van een belangrijk deel van Noordoost-Nederland wordt door steeds meer mensen en organisaties stevig ondersteund. Het is juist deze Nedersaksenlijn die zorgt voor ‘De Verbinding’ tussen verschillende voor Noordoost-Nederland en het aangrenzende Emsland en de Grafschaft Bentheim essentiële kenniscentra en maakregio’s. Maar ze ontsluit ook een nieuw woon- en leefgebied voor mensen die de overvolle Randstad ontvluchten en bereid zijn wat verder te reizen - vaak hoger opgeleiden. De lijn zal economisch gezien een bindmiddel zijn voor jongeren om (goedkoper) te blijven wonen in de regio.

Periferie hard nodig

Naast de verdubbeling van de E233 naar Cloppenburg, de N34 van Coevorden naar Emmen en ooit verder naar Groningen en Enschede en een sterk opgewaardeerde verbinding richting Eemshaven via Stadskanaal en Veendam, heeft de regio van Enschede tot en met Veendam/Zuidbroek een doorlopende spoorverbinding nodig om de kansen die er liggen, te verzilveren. En het geld? Dat kan dus het probleem niet zijn, rijksoverheid. „Wees voorzichtig in de relatie met de periferie, stedelijk Nederland heeft dat gebied nog heel hard nodig”. Aldus Caspar van den Berg, hoogleraar bestuurskunde aan de RUG.


Herman G. Idema is directeur-bestuurder van Ondernemend Emmen

menu