Opinie: 'Pensioenen indexeren kan makkelijk'

'Laat de Nederlandse pensioenfondsen de arbitraire rekenrente en dekkingsgraden vervangen door het veel transparantere Minimaal Benodigde Rendement.' Foto ANP/Lex van Lieshout

Minister Wouter Koolmees heeft de korting van de meeste pensioenen een jaar uitgesteld, zonder iets te doen aan oorzaak: de veel te lage rekenrente. Waarom is die rente te laag en kan dat niet anders? Het lijkt zo simpel. Je hebt als pensioenfonds de verplichting om pensioenen uit te betalen tot in de verre toekomst. Dan heb je een rekenrente nodig om die verplichtingen terug te rekenen naar een dagwaarde nu. Vervolgens deel je de dagwaarde van je vermogen door de dagwaarde van je verplichtingen en voilà: daar heb je de dekkingsgraad waar alles om draait. Hoe lang mag je onder de 100 procent zitten voordat je moet korten?

Rechtlijnig

Maar het is niet zo rechtlijnig als Klaas Knot en Jeroen Dijsselbloem denken. De huidige rekenrente is enkel gebaseerd op de rentes op onze staatsobligaties. Deze boekhouders verdedigen dat met de stelling dat dit een ‘risicovrije marktrente’ zou opleveren. Maar wat weten we over de toestand van de Nederlandse economie over 50 tot 80 jaar, als de laatste pensioenen moeten worden uitbetaald? Niets! Voor zulke termijnen bestaan geen marktrentes, laat staan ‘risicovrije’. Iedere rekenrente is dus arbitrair.

Sylvester Eijffinger en Lex Hoogduin vinden in het FD van 29 augustus ook dat de huidige berekening arbitrair is, maar dan omdat de opkoopprogramma´s van de Europese Centrale Bank de staatsrentes kunstmatig laag houden. In plaats van de daarom te lage huidige rekenrente pleiten zij voor een rekenrente gelijk aan de lange termijn nominale groei van het nationale inkomen. Hun 2,5 tot 3 procent komt redelijk in de buurt van de 2,7 procent van België, de 3,1 procent van Engeland en de 3,3 procent van Duitsland, terwijl Nederland als enige onder de 1 procent zit!

Arbitrair of niet?

Ruim veertig prominente pensioendeskundigen betogen in een brief aan de Tweede Kamer dat ook zij de rekenrente te laag vinden, maar zij pleiten voor het laten meewegen van beleggingsrendementen in de arbitraire huidige rekenrente. Daar zijn tien academische economen het in het FD van 10 oktober weer helemaal niet mee eens. Voor hen is de rekenrente niet arbitrair, maar heilig en zij vinden dat je ‘extra rendementen pas mag uitdelen nadat ze zijn gerealiseerd’. Maar diezelfde economen hoorde je niet pleiten voor het uitdelen van gerealiseerde rendementen toen de dekkingsgraden ruim boven de 140 procent uitkwamen. Niet toevallig horen bijna al die economen bij de groep jongeren over wie ze zich zorgen maken.

Op één punt hebben ze gelijk. Wat de ene generatie verliest, wint de andere. Het al tien jaar niet meer indexeren van de meeste pensioenen levert inmiddels een koopkrachtverlies tot 20 procent op. Dat gaat ten koste van de ouderen en komt ten goede aan de jongeren. De vraag is of dat eerlijk is en dan ben je weer terug bij de rekenrente.

Minimaal Benodigd Rendement

Bij de kosten-batenanalyse van grote investeringsprojecten gaat het ook om heel lange termijnen en daar berekenen economen het ‘interne rendement’ van zo´n project en beoordelen politici of ze dat hoog genoeg vinden. Het is wenselijk dat het vooruit berekenen van die methode ook wordt gebruikt bij de vraag of de pensioenen al dan niet gekort moeten worden. Vooruit rekenend bepaal je per pensioenfonds wat het ‘Minimaal Benodigde Rendement’ is om alle pensioenen uit te betalen. Dit MBR kan vervolgens worden vergeleken met het gemiddelde fondsrendement en daarna kunnen politici, die dan begrijpen wat ze doen, beslissen of dat verschil voorzichtigheidshalve tenminste 1, 2 of 3 procent moet zijn.

Het zou me niet verbazen dat het MBR voor de meeste fondsen tussen de 1 en 2 procent ligt en dat is veel minder dan de fondsrendementen, die meestal tussen de 6 en 8 procent liggen. Dat verschil lijkt mij meer dan voldoende om zelfs de koopkrachtverliezen over de afgelopen tien jaar nog te repareren. Als dat niet gebeurt, is het bijna zeker dat de generatie van onze beide boekhouders over zo´n vijftien tot twintig jaar een paar honderd miljoen extra te spenderen heeft, waarvoor ze geen pensioenpremie hebben betaald. Hoor ik iemand ‘diefstal’ roepen? Dat is wel erg cru, maar hoe moet je het anders noemen? Het is dus meer dan tijd om de arbitraire rekenrente en dekkingsgraden te vervangen door het veel transparantere Minimaal Benodigde Rendement.


Jan Oosterhaven uit Groningen is emeritus hoogleraar economie.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu