Samenwerking tussen Groningen, Drenthe en Overijssel is cruciaal voor de Nedersaksenlijn

De Nedersaksenlijn verbindt Groningen met Enschede.

De Nedersaksenlijn kan een nieuwe ijzeren ruggengraat voor Noordoost-Nederland worden. Zodat de regio niet meer aan de rand, maar in het midden komt te liggen.

Het belang van een sterke verbinding tussen de universiteitssteden Enschede en Groningen, via Hardenberg, Coevorden, Emmen, Ter Apel, Stadskanaal en Veendam is duidelijk. Dit hele Nedersaksische deel van Nederland heeft de blik nu nog vaak gericht op de Randstad, terwijl juist Overijssel, Drenthe en Groningen elkaar zo veel te bieden hebben en de (economische) relatie met de Duitse buren steeds intensiever wordt.

Spoor speelt daarbij een steeds belangrijker rol en overal ontstaan nieuwe verbindingen: via Leer en Meppen rechtstreeks per ICE naar München, vanuit Emmen naar Rheine door met de snelle trein naar Berlijn en tussen Emmen en Zwolle gaan binnenkort veel meer treinen rijden.

Regionale lijnen

Onze landelijke politiek wil meer spoor. We moeten het vliegtuig uit en als het kan de auto laten staan. Dit zeggen ook de provincies. Een aantal vindt ook dat de spoorverbindingen met Duitsland beter en sneller moeten. Bij ‘spoor in Noord-Nederland’ gaat het vooral over de Lelylijn en over de Wunderline. Beide onbetwist van groot belang voor het Noorden, maar zeker ook in het internationale netwerk. Om deze treinen te vullen, heb je regionale (aanvoer)lijnen nodig, zoals de Nedersaksenlijn en de lijn Emmen-Rheine.

loading

Door juist nu het spoor tussen Emmen en Stadskanaal te verbinden, ontstaat een nieuw spoornetwerk, de Nedersaksenlijn. Deze interregionale spoorlijn tussen Enschede en Groningen is dan tegelijk de ruggengraat van een modern totaalsysteem voor innovatief openbaar vervoer naar en vanuit het achterland.

Goede verbindingen

We zijn ons momenteel met z’n allen aan het bezinnen op tal van zaken die om allerlei redenen anders moeten. Vanuit het oogpunt van milieu, beschikbare ruimte of vanuit een ‘terugkeer naar de regio’, het platteland, in plaats van globalisering. Goede, milieuvriendelijke verbindingen spelen hierbij een cruciale rol. Met de realisatie van de Nedersaksenlijn komt een prachtige woon- en recreatiegebied in bijvoorbeeld Westerwolde ineens veel dichterbij voor een groot publiek en zijn de hbo-scholen en universiteiten eenvoudig bereikbaar binnen één uur reisafstand. Verhuizen voor de studie is dan vaak niet meer nodig.

Positieve effecten

Een gemeente die de ontwikkelingen rond het spoor als ruggengraat van de regio inmiddels goed ziet, is de gemeente Hardenberg. In de gemeentelijke visie, momenteel in discussie, wordt het belang van doorgaand spoor met internationale aansluitingen nadrukkelijk beschreven, inclusief de Nedersaksenlijn. Hardenberg ziet rond haar station zelfs een nieuw regionaal spoorwegknooppunt ontstaan tussen de Eemshaven, Groningen, Twente en Zwolle en beschrijft de positieve effecten die dat meebrengt voor de regio. Positieve effecten die wij alleen maar kunnen onderschrijven en van toepassing verklaren op de hele regio langs de lijn, inclusief de grensstreek aan Duitse zijde. Een gebied dat via een station in Ter Apel ineens op enkele kilometers van het de toeristische regio rond het Duitse Haren, een toegang tot het Nederlandse spoor realiseert.

Nieuw netwerk

We praten al bijna dertig jaar over de aanleg van de lijn Emmen-Stadskanaal-Veendam. Nog nooit is de situatie in de afgelopen tientallen jaren zo gunstig geweest voor de realisatie van de Nedersaksenlijn Groningen-Emmen-Enschede via Ter Apel als juist nu. In feite gaat het maar om een relatief kort traject met nieuw aan te leggen rails als verbindende schakel. De regio wordt ineens van ‘aan de rand’ naar ‘in het midden’ verplaatst en er ontstaat er een heel nieuw netwerk van Nederlands-Duitse railverbindingen voor de korte- en middellange afstanden.

Schouder aan schouder

Om dit te realiseren, is er naast alle goede argumenten nog iets nodig om tot een breed gedragen plan te komen. Los van geld, want dat mag niet het probleem zijn. Het gaat over samenwerking. Over een noordelijke en noordoostelijke samenwerking - schouder aan schouder staan - waarbij ook de aangrenzende Duitse regio aanhaakt als supporter. Dat deze vorm van samenwerking vruchtbaar kan zijn, hebben we gezien bij de Duitse A31 en nu bij de verdubbeling van de E233/A37. Samen voor een optimale spoorontsluiting van Noord- en Oost-Nederland. Wij zetten de schouders er onder om de schop in de grond te krijgen!

Henk Kwak, woordvoerder namens de Stichting Nedersaksenlijn

menu