Opinie: Stikstofruimte is geleend van ons

De landbouw snakt zoals alle sectoren naar stikstofruimte.

De industrie en de landbouw jagen op stikstofrechten om niet geremd te worden in hun bedrijvigheid. Maar helpt handel in die rechten de samenleving wel vooruit?

Twee boeren uit Groningen en een boer uit Brabant zijn bereid hun stikstofrechten te verkopen. Dit meldde de directeur van Groninger Seaports op 28 oktober in het provinciehuis tijdens een vergadering van de Statencommissie over de Groninger aanpak Stikstof (GrAS). De provincie zou, zo beweerde hij, het ‘extern salderen toe moeten staan’. Op 18 november protesteerden boeren met koeien en spandoeken bij het provinciehuis. ‘Toch een sprankje hoop voor boeren?’, meldde deze krant. De provincie overweegt één of meer bedrijven op te kopen en de stikstofruimte over te dragen aan agrariërs die op dat terrein in de knel zitten. ( DVHN , 12/11)

Vergunningenhandel

Alle sectoren snakken naar stikstofruimte. Een nieuw voorstel van minister Schouten lijkt groen licht te geven om stikstof extern te salderen en te ‘verleasen’. Daarbij wordt de toename van stikstof gecompenseerd door een bestaande stikstofbron weg te halen. Salderen is eigenlijk gewoon een ‘ordinaire’ vergunningenhandel.

Boeren komen in verzet. De agrarische sector dreigt in de uitverkoop te gaan. Boeren handelen al in productierechten en fosfaatrechten. Daar komt dan nu een ammoniakhandel bij. Het kabinet denkt dat handel in stikstof het stikstofprobleem wel zal oplossen. Maar kan extern salderen juridisch eigenlijk wel?

Hoe zit het met het eigendom?

Neem bijvoorbeeld het productierecht tot het houden van 250 koeien. De daarmee verbonden ammoniakemissies zijn conform Europese wetgeving geen vergunde rechten, het zijn slechts afgeleiden. De vergunde stikstofemissies zijn daarom alleen als vergund (dus geen recht) te beschouwen gekoppeld aan een activiteit. Een bedrijf krijgt deze vergunde emissies alleen tijdelijk in bruikleen. Hoe kun je nu iets verkopen wat je in bruikleen hebt gekregen? Dat toestaan is diefstal van de samenleving.

In ons recht is de inzet van arbeid maatgevend voor de vraag wie iets bezit. De vruchten van de productie (bijvoorbeeld de landbouwoogst) zijn dan privaat eigendom, maar de stikstofvergunning om die productie mogelijk te maken blijft publiek eigendom. Het is een geleend productiemiddel waar geen arbeid aan te pas komt. De stikstofruimte moet daarom door de overheid worden beheerd.

Vergunningen zijn locatiegebonden en tijdelijk. Ze hebben enkel betekenis voor de eigenaar van die locatie. Door handel toe te staan wordt de vergunning ook van waarde voor andere locaties. Natuurschade wordt dan verhandelbaar, krijgt marktwaarde, maar het vermindert de stikstofuitstoot niet. Door handel toe te staan is de vergunning verplaatsbaar en blijft langer in stand dan strikt genomen noodzakelijk. Als de vergunninghouder stopt, zou de in bruikleen gegeven vergunning terug moeten vallen aan de samenleving.

Extern Salderen

Luchtvaart en industrie profiteren van extern salderen. Zij vinden de stikstofruimte elders, waarschijnlijk in de agrarische sector. Dat is de doodsteek voor de boeren die door willen, en slecht voor de boeren die willen uitbreiden. Maar ammoniak (landbouw) en stikstofoxiden (industrie, wegverkeer) zijn niet zomaar uitwisselbaar.

Onbenutte stikstofruimte

In de provincie is veel onbenutte stikstofruimte, deels van boeren die gestopt zijn. Door hen op dit vlak marktwerking toe te staan zien zij de zilvervloot binnen varen. Andere bedrijven kunnen, als extern salderen wordt toegestaan, deze onbenutte ruimte verhuren. Deze onbenutte ruimte is echter geen privaat, maar publiek eigendom. Na terugneming daarvan kan de samenleving de ruimte opnieuw in bruikleen geven aan een ander en kan deze worden ingezet voor boeren die willen uitbreiden of in de knel zitten. Voorkomen moet worden dat de belastingbetaler de geleende stikstofruimte moet terugkopen.

Duurzaamheidstax

Milieuvraagstukken kunnen worden opgelost door stimulering van technologie en gelijktijdige verandering van gedrag. Gedrag kan worden beïnvloed door een ecologisch waardenpatroon (onderwijs) en financiële prikkels. Het vermarkten van natuurschade (stikstofruimte) valt daar zeker niet onder. Wat wel? Subsidies op technologie om de stikstofuitstoot te verminderen en gelijktijdig een duurzaamheidstaks op de stikstofuitstoot. Deze duurzaamheidstaks gaat terug naar de samenleving. De door innovatie ontstane ruimte eveneens. Deze economische prikkels helpen de natuurschade te verminderen en de overheid haar doelen te bereiken door geringe maatschappelijke complexiteit.

Ing. René R. Valkema is oud-raadslid voor het CDA in de gemeente Haren

menu