Opinie: Transferunie EU is gevaarlijk piramidespel

Fractievoorzitter Rob Jetten van D66 is voorstander van een Europese transferunie. Foto: "ROBIN VAN LONKHUIJSEN"

D66 pleit voor een transferunie binnen de Europese Unie. Dat maakt het voor Zuid-Europese landen nog simpeler om door te gaan met uitgeven zonder dat daar voldoende inkomsten tegenover staan.

D66-leider Rob Jetten is groot voorstander van een transferunie binnen de Europese Unie. Dit betekent een permanente geldstroom van Noord-Europese landen naar Zuid-Europese landen. Zijn argument: dan kan de bloementeler zijn bloemen in Italië blijven verkopen. Met andere woorden: ik ga zonder geld naar de bakker. Ik vraag de bakker of hij mij 10 euro wil geven zodat ik bij hem mijn brood kan kopen. Als de bakker Rob Jetten heet, geeft hij mij het geld zonder dat hij in de gaten heeft dat hij wordt belazerd.

Leningen die niet terugbetaald worden

Het probleem van de zuidelijke EU-landen is dat hun economieën gewoon onvoldoende opleveren om een land draaiende te houden en een verzorgingsstaat te financieren. De landen geven meer uit dan er binnenkomt en de tekorten worden met leningen en staatsobligaties afgedekt. Als je als land in staat bent om dit (ooit) terug te betalen, dan is er weinig aan de hand. Maar dit lukt niet en de staatsschulden lopen alleen maar op. Neem Griekenland. In de afgelopen jaren is zo’n 250 miljard euro naar dit land gestuurd om een faillissement af te wenden. Het wordt gepresenteerd als lening, maar dit geld zien we natuurlijk nooit meer terug. Normaal gesproken betaal je een lening af met geld dat je zelf verdient. Maar in een land als Griekenland wordt simpelweg te weinig verdiend om een lening af te lossen. Het is een land met niet meer dan 11 miljoen inwoners dat draait op toerisme en wat land- en tuinbouw. Echt geproduceerd wordt er nauwelijks. Wat dit betreft is het bijna een derdewereldland, maar dan binnen de EU en met de euro. En de 250 miljard (meer dan 22.000 euro per inwoner!) gaat gewoon op aan pensioenen en ambtenarensalarissen.

Concurrentie

Het probleem van te weinig productie is erger geworden door de komst van de euro. Doordat de landen geen eigen munteenheid meer hebben, kan niet worden geconcurreerd op (loon)kosten. Concurrentie kan alleen plaatsvinden door unieke eigenschappen van een land (ligging, havens, grondstoffen, e.d.) of door zaken als innovatie, kwaliteit, efficiency, een goed opgeleide bevolking, een goed functionerende arbeidsmarkt, een goed functionerend overheidsapparaat en dergelijke. En blijkbaar lukt het landen als Italië, Griekenland en Spanje onvoldoende om op deze aspecten te concurreren.

Piramidespel

Zoals gezegd worden de tekorten afgedekt met staatsobligaties en leningen. Omdat de landen niet kunnen aflossen met eigen verdiend geld, moeten er steeds nieuwe leningen komen om de oude leningen af te lossen. Oftewel een levensgevaarlijk piramidespel. En hoe langer dit voortduurt, hoe erger het wordt. En dit zijn precies de dreigementen van de zuidelijke landen: als jullie ons nu niet betalen, krijg je je ingelegde geld niet terug. Bovendien hebben de landen als Italië nog meer dreigementen: als jullie niet betalen, komen hier de populisten aan de macht. Of: als jullie niet betalen, wordt de maffia weer groot. De transferunie is dus meer gebaseerd op dreigementen dan op solidariteit.

Prikkel ontbreekt

Een ander gevolg van dit piramidespel is dat er geen enkele prikkel van uitgaat om de situatie te verbeteren. Als je weet dat je altijd kunt terugvallen op andere landen, kun je blijven doorgaan met meer geld uitgeven dan je aan inkomsten hebt. Waarom zou je je begroting op orde brengen als iemand anders jouw tekorten aanvult? Nederland heeft in de afgelopen jaren veel moeite gedaan om de begroting op orde te brengen. Onder andere door flink te bezuinigen en door de AOW-leeftijd te verhogen. Moeten wij nu langer doorwerken zodat de Italiaanse werknemers eerder met pensioen kunnen?

Rik Bolhuis is bestuurskundige en werkzaam als beleidsadviseur bij een gemeente.

menu