De traumatische gevolgen van het bezoekverbod: 'Mijn moeder blijft achter in het verpleegtehuis, terwijl ze weet dat ze gaat sterven maar wij haar niet mogen bezoeken'

Premier Mark Rutte en Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens een persconferentie over de bestrijding van het coronavirus. Foto: "Bart Maat"

De overheid wil de allerkwetsbaarste inwoners van verpleegtehuizen beschermen met een bezoekverbod, maar het resultaat is een traumatisch levenseinde van een stervende vrouw van 94.

‘T Is ja aarger dan oorlog” zegt mijn moeder in onvervalst Gronings in een telefoongesprek. Hoe heeft het ooit zover kunnen komen dat de ‘goede’ bedoeling van een overheid tot een gruwelijk tafereel heeft geleid en wat zegt dat dan over de overheid? Kan een overheid zomaar de Grondwet en de fundamentele mensenrechten van de allerkwetsbaarste inwoners schenden en ter zijde schuiven en zijn de ingezette middelen - het verbod op bezoek in verpleegtehuizen - wel in lijn met de beschermingsdoelstellingen? Is hier niet de proportionaliteit en de legitimiteit van de overheid zelf in het geding?

Al jaren roepen politici en bestuurders dat we moeten werken aan democratie en rechtstaat, maar moeten we misschien niet constateren dat het de overheid zelf is die een bedreiging vormt voor de rechtstaat en de mensenrechten? Maar ook het verpleegtehuis Bloemhof van Zorggroep Groningen heeft door haar doen en laten meegewerkt aan een traumatische stervensfase van mijn moeder, door de ruimte die werd geboden onverantwoord in te vullen.

Levensbedreigend

Laten we het verhaal van mijn moeder eens tegen het licht houden. Na een verblijf in een revalidatieoord na een gebroken heup wordt ze 19 maart opgenomen in het verpleegtehuis Bloemhof te Ten Boer. Aan het eind van de revalidatie bleken de wonden niet alleen een definitieve belemmering voor revalidatie, maar zonder amputatie ook nog eens acuut levensbedreigend te zijn. „U komt dan te overlijden en het is dan een kwestie van dagen of weken en geen maanden” zei de verpleegarts van de revalidatieafdeling.

Moeder, helder en dapper als ze is, kiest er voor om niet meer te amputeren, „Dan moet dit maar mijn einde worden” merkt ze helder, verdrietig en berustend op.

Soebatten

Bij aankomst in Bloemhof worden we plots tot onze verbijstering overvallen door de mededeling dat de tent dicht gaat en dat er die opnamedag slechts een contactpersoon namens de familie mee naar binnen mag. Daarna worden we verbannen van het verpleegtehuis. Moeder blijft achter, terwijl ze weet dat ze gaat sterven, maar we mogen haar niet meer bezoeken. Deze gruwelijke werkelijkheid dringt maar nauwelijks tot ons door. We beroepen ons op het recht stervenden te mogen bezoeken maar ons protest haalt niets uit.

Het kabinet hanteert het begrip stervensfase, de noodverordening Veiligheidsregio zegt een tot twee weken voor het overlijden en de Verpleeghuisartsen (Verenso) hanteren een stervensfase van alleen de laatste vier tot vijf dagen, met andere woorden de acute stervensfase. Het kan ook zo zijn dat ze de stervensfase te laat inschatten en je geen afscheid meer kunt nemen. Als familie moet je dus gaan soebatten hoe lang het duurt en wanneer de stervensfase aanbreekt. Dit is een bizarre realiteit. De vraag is of het kabinet hiervan wel op de hoogte is. In een tweet aan een van onze familieleden reageert minister Hugo de Jonge dat „in sommige gevallen, zoals in de stervensfase, een uitzondering mogelijk is. Je kunt dat het beste bespreken met de zorgaanbieder”.

‘We leven met u mee’

Na een laatste schriftelijke smeekbede met onder andere een brief naar de Veiligsheidsregio Groningen (‘we leven met u mee’) en de bestuurder van Zorggroep Groningen krijgen we op 6 april opnieuw nul op het rekest. Na 2,5 weken wanhoop, intens verdriet, heimwee, verwardheid en radeloosheid besluiten we als familie mijn moeder te bevrijden uit deze ‘gevangenis van de dood’.

De lokale huisarts stemt in en we treffen alle voorbereidingen. Anderhalf uur na de afwijzing krijgen we plots telefoon van Bloemhof: we mogen toch komen. Heeft de huisarts het dossier opgevraagd? Is men bang voor gezichtsverlies? Het blijft gissen naar de ware aard van deze omwenteling. Het weerzien is hartverscheurend; intens verdriet en wanhoop en blijdschap passen allemaal in de emotie van mijn moeder. Bepakt met rugzak, slaapzak en opblaasbed denken we ‘ons krijgen ze hier niet meer weg’. We maken mijn moeder nog één avond bij bewustzijn mee. De volgende dag is de pijn en de morfine al een belemmering voor het contact. Nog een laatste glimlach en ze is weg met morfine en dormicum. Op Goede Vrijdag komt er een eind haar lijdenstijd.

Traumatisch leed

De overheid en zorginstellingen slagen er niet in om met beschermingsmiddelen veilig te werken en zijn zo een enorm risico voor coronabesmetting. De familie is in staat veilig de bewoner te bezoeken (1,5 meter afstand, handschoenen). Het probleem wordt neergelegd bij de familie terwijl de overheid zelf enorm in gebreke blijft. In het verleden zijn de verpleeghuizen uit geldgebrek niet meegenomen in de rampenplannen. Het besluit van geen bezoek met een uitzondering van de stervensfase (vier tot vijf dagen) staat in geen enkele verhouding tot het traumatisch leed dat de stervende mensen wordt aangedaan, zeker in Groningen waar nauwelijks besmettingen zijn. Ook de interpretatie van de stervensfase levert veel onduidelijkheid op. Ondertussen worden de meest fundamentele mensenrechten van de meest kwetsbare inwoners te grabbel gegooid. Als familie zijn we diep geschokt dat een overheid dit doet met mensen.

Winsum, Peter Dijkstra, mede namens mijn broer Jaap Dijkstra

menu