Waardedalingsregeling van het IMG pakt nadelig uit voor de huiseigenaren die het zwaarst getroffen zijn door de aardbevingen in Groningen | opinie

Een oude boerderij in Westeremden is zwaar beschadigd door de aardbevingen in Noord-Groningen. Foto: Kees van de Veen

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) betaalt huiseigenaren vergoedingen voor waardedaling als gevolg van de gaswinning. Maar deze compensatieregeling sluit volgens emeritus hoogleraar George de Kam onvoldoende aan bij de mate waarin woningen daadwerkelijk schade hebben.

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) betaalt huiseigenaren vergoedingen voor de waardedaling van hun woning. De hoogte wordt bepaald door de ligging in het risicogebied (imago-effect) plus het aantal bevingen boven een bepaalde drempelwaarde: lichtere bevingen tellen niet mee.

Recent onderzoek van de RUG toont aan dat dit een verkeerd uitgangspunt is en nadelig uitpakt voor de zwaarst getroffen huiseigenaren.

Eerder onderzoek laat zien dat kopers veel belang hechten aan aardbevingsschade bij hun beslissing om een huis te kopen. Daarom moet een compensatieregeling zo goed mogelijk aansluiten bij de mate waarin woningen in een gebied schade hebben. Die aansluiting blijkt het beste te zijn wanneer ook lichtere bevingen (1 mm/s) – vaak aangeduid als ‘voelbare aardbevingen’ – worden meegerekend.

Verband met schade zwakker

Bij de waardedalingsregeling van het IMG is het verband met schade aanzienlijk zwakker. Dat komt doordat men er – zonder enig bewijs – vanuit gaat dat kopers alleen rekening zouden houden met (zwaardere) bevingen (2,9 mm/s) die schade aan kwetsbaar metselwerk kunnen veroorzaken.

Dat leidt tot de merkwaardige uitkomst dat ongeveer de helft van de 95.000 eigenaren in het risicogebied alleen maar de vaste uitkering voor het imago-effect krijgt, omdat zij nooit te maken hebben gehad met een dergelijk zwaardere beving – terwijl velen wel degelijk schade hebben.

Voor een meer realistische berekening moeten ook de grondsnelheden van lichtere, voelbare aardbevingen meegeteld worden. Omdat vrijwel ieder huis in het risicogebied een of meer van die bevingen heeft gehad, is de waardedaling dan een betere afspiegeling van de verschillen in bevingsbelasting en schade aan woningen in het risicogebied. In de zwaarst getroffen gebieden zou een hoger bedrag uitgekeerd moeten worden.

Aantoonbaar betere indicator

Deze kritiek is bij het IMG bekend, maar het instituut weigert in te gaan op verzoeken uit de regio om met deze aantoonbaar betere indicator te rekenen. Het instituut beroept zich op een advies dat minister Wiebes heeft laten opstellen. Maar dat advies spreekt zich helemaal niet uit over de beste indicator, en zegt dat het IMG hier zelf een keuze in moet maken.

Moeilijk hoeft dat niet te zijn, want het bureau Atlas voor gemeenten heeft, toen het nog voor de NAM werkte, ook een variant gemaakt op basis van voelbare bevingen. De verklaringskracht was beter, en de waardedaling sloot beter aan bij de schademeldingen.

Men vond deze variant echter – om weinig overtuigende redenen – minder geschikt, en daarom heeft men deze ook niet meegenomen in het IMG-model. Een meevaller voor toenmalig opdrachtgever NAM, want bij de lage drempelwaarde zou in totaal 10 tot 20 procent meer aan waardedaling moeten worden gecompenseerd.

Eenvoudig te berekenen

Het is overigens niet per se noodzakelijk dat het IMG het hele model opnieuw laat berekenen. De beoogde betere spreiding van de waardedaling over het risicogebied kan eenvoudig berekend worden door iedere woning een evenredig deel te geven van het percentage dat het IMG bij de zwaarst getroffen woning uitkeert. Een woning die bijvoorbeeld de helft minder grondsnelheden van voelbare aardbevingen heeft doorstaan dan de zwaarst getroffen woning, krijgt dan ook de helft van de maximale waardedaling.

Over alle woningen gerekend zou de totale uitkering, net als in de Atlas-modellen met voelbare bevingen, hoger zijn dan bij het IMG, een verschil van 15 tot maximaal 30 procent. Het percentage in bijvoorbeeld Delfzijl zou dan hoger zijn dan in de stad Groningen – bij IMG ligt dat andersom.

Niet iedereen zal er dus op vooruit gaan. Dat komt omdat het IMG tot aan de laatste woning aan de buitengrens van het risicogebied 2,7 procent uitkeert. Met voelbare bevingen als indicator begint de waardedaling aan de grens met een heel laag percentage en loopt vervolgens geleidelijk op, in de pas met de toename van schademeldingen.

Ruimhartig beleid

Wie bezwaar wil maken vindt op de website bevinggevoeld.nl, onder ‘waardecontrole’, welk percentage hij kan claimen op basis van voelbare bevingen.

Als de rechter deze bezwaren erkent zou het IMG alle eigenaren in vergelijkbare omstandigheden een nabetaling moeten doen. Dat zou het ruimhartige beleid zijn waar de Tweede Kamer in juni vorig jaar unaniem op aangedrongen heeft.

George de Kam is emeritus hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt aan de Rijksuniversiteit Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie