Weet jij hoe het is om een insect te zijn? Of een bacterie? Het is belangrijk om dat te weten! | Opinie

Een brede geelgerande waterkever. Foto: Paul van Hoof

‘Hoe is het om een vleermuis te zijn?’ Met deze vraag werd de filosoof Thomas Nagel wereldberoemd in 1974. Hij wilde aannemelijk maken dat je bewustzijn niet kunt begrijpen met objectieve wetenschappelijke benaderingen en gebruikte vleermuizen daarbij als voorbeeld.

We accepteren allemaal dat vleermuizen een bewustzijn hebben, en stenen of paddenstoelen niet. Maar we kunnen ons tegelijkertijd niet voorstellen hoe het voor die vleermuis is om de details van de wereld te moeten horen in de echo’s van je eigen geschreeuw.

Die beperking van ons voorstellingsvermogen is, volgens Nagel, onvermijdelijk en wordt niet verholpen door objectieve kennis over de oren en hersenen van vleermuizen.

Heilige graal

Vijftig jaar na Nagels artikel is subjectiviteit nog steeds wetenschappelijk ongrijpbaar. Het vormt een heilige graal voor de cognitieve- en neurowetenschappen. Velen zijn ernaar op zoek, niemand heeft nog een routekaart gevonden die naar de oplossing zal leiden.

Maar er is iets aan het veranderen dat deze zoektocht naar subjectiviteit zal beïnvloeden. Bewustzijn staat traditioneel dicht bij zaken als menselijk denken, beslissen en waarnemen, een cluster waarvoor de technische term ‘cognitie’ wordt gebruikt.

Bewustzijn

Cognitie en bewustzijn zijn niet hetzelfde – je kunt een cognitief systeem hebben zonder bewuste ervaring – maar ze gaan wel vaak samen op. Als er sprake is van cognitieve processen, dan is dit een aanwijzing voor de mogelijke aanwezigheid van subjectief bewustzijn.

Het relevante wetenschappelijke nieuws op dit moment is dat cognitie zeer wijdverspreid is binnen de levende wereld. De aanwezigheid van ‘cognitie’ wordt daarbij bepaald door criteria als, onder andere, waarnemen, beslissen, positief/negatief waarderen, leren, anticiperen en handelen.

Bacteriën, planten, dieren en schimmels

De laatste decennia is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat bacteriën, planten, dieren en schimmels aan de meeste van deze criteria kunnen voldoen. Hierover is in detail gepubliceerd in een speciale uitgave van de Philosophical Transactions of the Royal Society B , het tijdschrift waarin ooit Antoni van Leeuwenhoek over zijn microscopische vondsten schreef.

Deze basale cognitie is overigens heel iets anders dan het toeschrijven van menselijke intenties. Voor planten gaat het bijvoorbeeld om de beslissingen die wortels nemen als ze groeien, hoe ze omgaan met de wortels van concurrenten en die van zichzelf.

Een kop als ‘De wraak van de bomen’ bij een foto van een op een auto gevallen boom, is dus heel iets anders. Dat is een toegeschreven menselijke intentie die niets met die omgevallen boom zelf te maken heeft.

Subjectieve ervaring

Het interessante aan dit onderzoek is juist dat het kijkt naar de processen die organismen zelf uitvoeren om hun omgeving te manipuleren voor hun eigen doelen. Hierdoor raakt het ook direct aan onderzoek naar de ongrijpbare subjectieve ervaring.

Het lijkt er dus op dat veel meer organismen een bewustzijn hebben dan voor mogelijk werd gehouden. Om dat bewustzijn te begrijpen, lijkt het erop dat we er op een minder mens-georiënteerde manier naar moeten kijken.

Het klassieke verband tussen bewustzijn en taal wordt door dit onderzoek bijvoorbeeld onzeker, en hetzelfde geldt voor het idee dat een complex brein een voorwaarde is voor bewuste ervaring.

Cliffhanger

Hoe we bewustzijn dan wel zouden kunnen begrijpen? Dat is een plotwending die voorlopig eindigt met een spannende cliffhanger. We moeten nog zien hoe dit verhaal verder zal gaan. Met een lezingenserie van het Studium Generale van de RuG proberen we in ieder geval vast antwoord te geven op vragen als: hoe is het om een insect te zijn? Of een bacterie?


Fred Keijzer is hoofddocent Theoretische Filosofie aan de faculteit Wijsbegeerte van de RuG.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie