Opinie: Wolf paste vroeger niet in Drenthe, en nu zeker niet

Een najaarsdag in Drenthe, 1866, door Alexander Mollinger. Uit de tentoonstelling Barbizon van het Noorden van het Drents Museum. Foto: jAV Studio's Assen

Bij het ontstaan van de provincie Drenthe was er voor arbeiders een jaarloon te verdienen als ze een wolf doodden. In het huidige, aangeharkte Drenthe is er voor wolven helemaal geen ruimte meer.

Ik neem u mee 200 jaar terug in de tijd: het is 1820. De wolf komt in behoorlijke aantallen voor in Drenthe. De juridische provincie Drenthe bestaat nog maar enkele jaren. Het is in de tijd dat Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid opricht en hiervoor woeste grond aangekocht heeft. De hoofdstad van Drenthe, Assen, telt nog geen duizend inwoners. Emmen is niet meer dan een zanddorp en Nieuw-Amsterdam bestaat nog niet.

In 1820 wonen in Drenthe vijftigduizend mensen, van wie 41 procent boer is en 36 procent van de bevolking voor de boeren werkt. De boeren houden hoofdzakelijk schapen in combinatie met akkerbouw. Van de gehele oppervlakte van Drenthe (268.000 hectare) is 78.000 hectare in gebruik als landbouwgrond. De aanwezige wolven grijpen geiten, schapen, varkens, koeien, en soms een paard.

De boeren zijn daardoor genoodzaakt het vee langer en meer op stal te houden, wat voertekorten oplevert. Stallen kon je het in 1820 overigens amper noemen. Mede hierdoor was in 1814 in de jachtwet een premie voor het doden van een wolf opgenomen. De premie wordt betaald uit de rijkskas. Immers, het doden van wolven wordt gezien als in het algemeen belang voor mens en dier. Zestig gulden is de beloning voor het doden van een wolf, een jaarloon voor een arbeider.

Zijn enige vijand pleit voor zijn terugkeer

Terug naar 2020. Dorpen zijn steden geworden en in Drenthe is het inwoneraantal gestegen naar bijna vijfhonderdduizend; tien keer zoveel als in 1820. Er is meer land in gebruik als landbouwgrond (ongeveer 148.000 hectare) en ook alle overige hectares zijn in die 200 jaar tijd ingericht naar de maatstaven van onze tijd en de wensen van de hedendaagse mens. Met plaats voor wonen, recreëren en voor de natuur. Je zou zeggen: nog veel minder plek voor de wolf dan in 1820. Maar de grootste verandering is misschien wel dat wolf nu in 2020 met open armen ontvangen lijkt te worden. De grootste en feitelijk de enige vijand van de wolf, de mens, ziet graag dat de wolf terugkeert in het Drentse landschap.

In Rusland en China is een gezegde: ‘Waar wolven komen gaan de bossen groeien’. Dit gezegde gaat ook zeker voor Drenthe gelden als de wolf terugkeert. Immers, de natuurgebieden moeten beweid worden om te voorkomen dat de heide en het open landschap bos gaan worden. Zonder begrazing is het gauw afgelopen met onze heide. De schapen en runderen die jaarrond de heide beweiden, staan op de menukaart van de wolf. Het is of het één of het ander.

Hekken funest voor biodiversiteit

Het is onmogelijk en onbetaalbaar om al die terreinen te omheinen met wolf-werend hekwerk. Daar komt bij dat een wolf-werend hek funest is voor de biodiversiteit, want als het hek een wolf tegenhoudt dan zal het zeker andere wilde dieren tegenhouden. En dat willen we nu juist niet.

Sommigen menen dat de wolf geen runderen aanvalt, zoals ook is opgenomen in het interprovinciaal wolvenplan dat in januari 2019 is vastgesteld. In Drenthe en Friesland loopt op dit moment nog een DNA-onderzoek naar de oorzaak van de dood van twee kalveren.

In de Duitse deelstaten Nedersaksen, Sleeswijk-Holstein en Mecklenburg zijn in 2019 371 aanvallen van wolven vastgesteld waarbij 1000 dieren werden gedood. Dit is een stijging van 60 procent ten opzichte van 2018. En dit ondanks de miljoenen euro’s overheidsgeld die daar in preventieve omheining zijn gestoken.

Omgekeerde wereld

De voorstanders van de wolf schermen met het wetboek, met het ‘Besluit houders van dieren’ uit 2014: “De veiligheid van gehouden dieren is de verantwoordelijkheid van de houders zelf.” Dit is echt de omgekeerde wereld vergeleken met 1820 toen men het doden van een wolf als een “algemeen belang voor mens en dier” zag.

Laten we leren van de geschiedenis: onze voorouders hebben niet voor niets de wolven uit Drenthe verdreven. Toen, in een woest en ledig Drenthe, was er geen plaats voor de wolf.

Nu, in een parkachtig en aangeharkt Drenthe met 10 maal zoveel inwoners, al helemaal niet.

Johan Moes uit Wapse is lid van Provinciale Staten in Drenthe voor de VVD.

menu