De bovenbouw stond reeds op de kelder, door een enorme mobiele kraan op zijn plek gezet. Wij waren in afwachting van het plaatsen van het dak van het transformatorstation, het volgende onderdeel, toen de motoren van al het zwaar materieel opeens stil vielen. Mannen in overalls en hesjes liepen voorbij, naar iets achter ons. Een keet.

,,Het is blijkbaar schaft’’, grapte ik.

,,Ik denk het’’, zei de voorlichter, niet als grap.

Wij, mensen van de pers, keken elkaar aan. Media was uitgenodigd om de plaatsing van een nieuw verdeelstation bij te wonen.

Spectaculaire klus, met zo’n kraan en al die vrachtwagens en dat verliep volgens schema, maar ik - en ik niet alleen - had er geen moment bij stil gestaan dat werkvolk geen rekening kon houden met kijkvolk. Terwijl zij zaten te schaften moesten wij wachten.

Ik ging op een semi-dieplader zitten want ik kreeg last van de rug en zei tegen de voorlichter: ,,Ik ga er natuurlijk vanuit dat je voor ons een barista met koffietuktuk hebt geregeld.’’

Het bleek, natuurlijk, niet zo te zijn. Maar toen de schaft voorbij was, liep een van de mannen naar de dichtstbijzijnde boerderij en kwam terug met een jerrycan water, om koffie voor ons te zetten.

,,Is er ook thee?’’, vroeg de fotograaf die met mij mee was.

Nee. Wel Cup-a-Soup . Hij stond even later naast me met een bekertje champignonsoep. Het was nog geen tien uur in de ochtend.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen