Opinie: Verheffing biedt meer levensgeluk dan eindeloos shoppen

Lezen kan een mens nieuwe inzichten verschaffen. Foto archief/duncan wijting

Tegenwoordig wordt schamperend gesproken over de verzuiling, maar die bevorderde wel de integratie van achtergestelde minderheden. De politiek zou ook nu meer moeten doen aan geestelijke en culturele ontwikkeling.

Mijn vader trok zoals zovelen in de jaren twintig van de vorige eeuw vanuit het armoedige Zuidoost-Friesland naar het industriële Twente. In zijn geval Hengelo. Zijn hele leven werkte hij bij de Koninklijke Weefgoederen Fabriek. Hij werd lid van de SDAP (later PvdA), van het NVV (opgegaan in FNV), de VARA , las Het (Vrije) Volk en de boeken van de Arbeiderspers. In 1936 trouwde hij en een jaar later werd mijn broer geboren en in 1946 kwam ik ter wereld. Mijn broer ging naar de ‘universiteit voor arbeiderskinderen ‘: de kweekschool. Ik mocht naar het gymnasium en de universiteit (Groningen) om geschiedenis te studeren. Ons gezin behoorde tot ‘de rode familie’.

Het katholieke volksdeel kende de RKSP, de KRO, de KAB (NKV), de roomse agrarische en middenstandsorganisaties, de Katholieke Universiteit Nijmegen. In die kringen werd De Tijd/Maasbode en dergelijke gelezen. Ook de gereformeerden hadden hun hechte zuil vooral dankzij hun voorman Abraham Kuyper (‘ Abraham de Geweldige’): de ARP, het CNV, de NCRV, de Standaard en niet te vergeten de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Enorm emancipatorisch effect

Er wordt in onze tijd nogal eens schamperend gesproken over die verzuiling: hokjesgeest, bekrompenheid, verregaande sociale controle, homofoob . Daar zit wel een kern van waarheid in, maar de verzuiling bevorderde de integratie van achtergestelde minderheden en had ook een enorm emancipatorisch effect. Verheffing, geestelijk en materieel, speelde een hoofdrol in die verzuiling. De leden van een zuil kenden een bepaalde trots. Mijn vader bijvoorbeeld straalde die uit, zeker bij de jaarlijkse 1 mei- betoging.

Vanaf de jaren zestig brokkelden de zuilen in hoog tempo af. Je vraagt je af wat er voor in de plaats kwam: een slinkend aantal gelovigen hield de hoop op een ‘Nieuwe Jeruzalem’. Gemeenschapszin, kenmerkend voor de verzuiling ,maakte plaats voor toenemende individualisering. Op sociaaleconomisch gebied wonnen de neoliberale opvattingen terrein : het was allemaal marktwerking, privatisering, deregulering wat de klok sloeg. Dit ten koste van de verzorgingsstaat, toch ook een product van de tijd van de verzuiling. Een ongebreideld en leeg consumentisme viert hoogtij.

‘Wie trouwt met de tijdgeest, wordt snel weduwe’

Ook mijn partij (PvdA) wist zich daaraan niet te onttrekken. Maar ‘wie trouwt met de tijdgeest, wordt snel weduwe’. Dat heeft de PvdA geweten: nog een schamele 9 zetels sinds 2017 in de Tweede Kamer! Maar het tij is gekeerd. Dat blijkt duidelijk uit de Den Uyl-lezing van fractievoorzitter Lodewijk Asscher op 7 december onder de titel Om de zekerheid van het bestaan . Hij constateert dat er drie sociale kwesties om een oplossing vragen : de toenemende ongelijkheid, de sociale ontheemding en de gemankeerde verzorgingsstaat.

Hij formuleert op deze problemen een krachtig sociaaldemocratisch antwoord. Zeer kort samengevat pleit Asscher voor bestaanszekerheid, een nieuwe economie die werkt voor mensen en een krachtige verzorgingsstaat. Toch mis ik wat in Asschers verhaal: kritiek op de cultuur van het kapitalisme. Den Uyl zelf was sterk beïnvloed door Jacques de Kadt (1897-1988). Die pleitte in zijn Het fascisme en de nieuwe vrijheid voor een cultuursocialisme dat zich zou verzetten tegen het oprukkende geld-denken in alle lagen van de maatschappij.

De Maagmens

De Kadt verweet het socialisme (en ook het communisme) dat zij de geestelijke en culturele behoeften van de mens schromelijk verwaarloosden. Al in de jaren 30, dus lang voor de kritiek op de consumptiemaatschappij en op een vraatzuchtige, ecologisch onverantwoorde levensstijl, ging De Kadt tekeer tegen wat hij ‘de maagmens’ noemde. ‘Socialisme is meer dan een warme stal, goed voer en een pretje op zijn tijd.’

Deze gedachten vinden we terug in De weg naar vrijheid uit 1951 (door Asscher met name genoemd), waarvan Den Uyl als directeur van het wetenschappelijk instituut van de PvdA de Wiardi Beckman Stichting de voornaamste auteur was. Rode draad in zijn denken is dat de economische groei in de eerste plaats ten goede moet komen aan de collectieve sector: de uitgaven op sociaal, onderwijs en cultureel gebied.

Mateloos materialisme

Natuurlijk heeft ieder mens recht op bestaanszekerheid, een dak boven het hoofd en een fatsoenlijk inkomen. Dat is dé taak van de politiek. Maar laten we afstand nemen van de mentaliteit van het mateloos materialisme van meer, meer , meer en de nadruk leggen op de geestelijke en culturele ontwikkeling, met een ouderwets woord: verheffing. Liefde en vriendschappen, onderwijs , toneel en muziek, boeken en literatuur, filosofie en levensbeschouwing, recreatie etc. geven meer levensvervulling dan het eindeloos ’shoppen’. Op cultureel en recreatief gebied hoort de politiek daarvoor faciliteiten te scheppen. De Socialistenmars vat het mooi samen: ‘All’ aards geluk, all’ zonnepracht, all’ geesteslicht, all wetensmacht zij aan het zwoegend volk gegeven’.

Carel Zuil was geschiedenisleraar en van 1990 tot 2000 gemeenteraadslid en PvdA-wethouder in Ooststellingwerf

menu