We stonden in de badkamer, ik onder de douche, zij voor de spiegel en opeens klonk het: ,,Het is mij een raadsel wie die manden steeds zó neerzet. Doe jij dat?’’

Ik keek even opzij naar de manden onder de wastafel, waar wij de handdoeken in leggen. Die dingen, in een soort machinegroen, staan naast elkaar met de korte, zeg ‘kopse’, kant naar voren, terwijl het haar bedoeling is dat ze in de lengte naast elkaar staan.

Blijkbaar zet mijn vrouw de manden ook steeds zó neer en zet een onbekend iemand ze om ons onbekende reden weer dwars.

Kan zomaar zijn dat ik dat zelf ben, dat ik dat per ongeluk in de loop doe, maar ik heb daar geen actieve herinnering aan.

We hebben natuurlijk twee dwarsdenkers onderdak die de dingen steeds meer op hun manier willen doen en hun manier is niet altijd onze manier, maar ik kan me niet voorstellen dat zoons bezig zijn met manden die zó moeten staan en niet zó. Zij hebben echt andere dingen aan hun hoofd. Filmpjes kijken en zo.

Mijn betere helft dacht daar blijkbaar anders over.

Ze vroeg: ,,Of zou de oudste dat steeds doen?’’

Waarna ze de manden weer neerzette zoals zij vond dat ze moesten staan.

Ik kan eerlijk gezegd geen reden bedenken waarom wasmanden per se zó moeten staan en niet zó en ik merk het verschil ook niet echt en het leek me nog minder zinvol om daar een punt van te maken, maar op dit level zitten we blijkbaar qua conversatie na een dik jaar in de lockdown.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen