Literatuur, geloof en het Hogeland

Hans Werkman is vijftig jaar schrijver. Hij viert dat met Martje en de anderen, een stevige bundel novellen en verhalen die bijna allemaal in Groningen spelen.

Hans Werkman beklimt de steile trap naar zijn werkkamer. Waar hij eenmaal binnen wordt omringd door letters en herinneringen: het uithangbord van de schoenmakerij van zijn vader. Een buste met hoed en een bordje met de tekst ’t Giet oe goed bij al wa’j doet. Een kast die nog aan de dichter Willem de Mérode heeft toebehoord. Een stapeltje exemplaren van tiedschrift veur Grunneger kultuur Toal en taiken.

Martje en de anderen
Aanleiding voor het bezoek is het boek Martje en de anderen, een bundel novellen en verhalen waarin zijn geboortestreek een belangrijke rol speelt. Werkman (Uithuizermeeden, 1939) mag dan in Amersfoort wonen, het Noorden is altijd dichtbij gebleven. ,,Ik was laatst nog in De Diek'n bij Zeerijp’’, vertelt hij. ,,Dan loop ik daar rond, dan denk ik: Jaaa, dit is toch mooi. Dit is mijn moederland. Mijn oergrond.’’

Werkman was 15 toen zijn ouders hem naar de Gereformeerde Onderwijzersopleiding in Enschede stuurden. ,,Achteraf heb ik mij wel eens afgevraagd: beseften ze wel goed dat ze een jonge jongen uit een veilig nest haalden’’, zegt hij. ,,Maar ik heb er nooit last van gehad. Enschede was voor mij een groot avontuur. Ik kwam voor het eerst in een stad. Het was een positief culturele schok.’’

Hij aardde beter dan gedacht. ,,Ik ben eerst onderwijzer geworden in de kop van Noord-Holland. Dat kon ik niet aan, ik was nog te bleu. In Ommen ging het beter. De Saksen deden wat je ze vroeg, wat fijn is voor een onderwijzer. Toen Kampen. Daarna ben ik leraar Nederlands geworden. Eerst in Zutphen en uiteindelijk achttien jaar leraar in Barneveld.’’

Schrijver, dichter
Naast dat onderwijzersbestaan werd geschreven. Gedichten, romans, verhalen, jeugdboeken, essays, recensies. De lijst publicaties is indrukwekkend. Eén naam die opvallend vaak in zijn werk opduikt, is die van de dichter Willem de Mérode (1887-1939). Werkman schreef en herschreef diens biografie, gaf zijn verzamelde werk uit en nuanceerde het tragische beeld van de man die verscheurd werd tussen zijn liefde voor jongens en het christelijk geloof.

Werkman ontdekte De Mérode op de ULO in Uithuizermeeden. ,,Een van de docenten besprak een gedicht van een meester die daar ooit voor de klas had gestaan, meester Keuning’’, vertelt hij. ,,Ik was poëziegevoelig, ik werd getroffen. Als je op zo'n dorp woont en je houdt van geschiedenis en je houdt van poëzie, dan ga je je erin verdiepen. Zo ontmoette ik daar Ekko Ubbens, de grote inspiratiebron van De Mérode. Daarna is het balletje gaan rollen.’’

Werkman geldt als autoriteit op het gebied van auteurs met een protestants-christelijke achtergrond. ,,In de buitenwereld denkt men dan aan Nel Benschop en Verboden te vloeken. Literatuur uit christelijke hoek heeft geen goede naam doordat er zoveel christelijke damesromans zijn verschenen – Jos van Manen Pieters, Mien van ’t Sant. Boeken die goed moesten aflopen, waar niet te veel seks in mocht zitten en waar een christelijk geurtje omheen moest hangen.’’

Christelijke auteurs
Met zijn publicaties en eigen werk probeert hij het negatieve beeld te weerspreken. ,,Mijn boeken over De Mérode zijn objectief over zijn oprecht christelijk geloof, en ook over zijn pedoseksuele moeite. Zijn werk is literair goed. In de jaren dertig had je meer christelijke auteurs van wie het werk gewoon goed is. Die zijn er nu nog: Vonne van der Meer, Willem Jan Otten – bewuste christenen, zeer stijlbewust. En neem moderne dichters als Koos Geerds en Henk Knol.’’

Afgelopen maand reikte Werkman als juryvoorzitter de prijs van het Christelijk Literair Overleg (CLO) uit aan Vonne van der Meer voor de wijze waarop zij het christelijk geloof op positieve wijze aan bod laat komen haar boek euthanasieroman Winter in Gloster Huis. Daarmee passeerde zijn jury onder meer Wij hadden het leven lief van Janne IJmker uit Tiendeveen, spelend in de Drentse werkkampen voor Kamp Westerbork: ,,Een intelligent geschreven roman, ook omdat IJmker de vraag oproept hoe betrouwbaar overlevering is.’’

In Martje en de anderen speelt het christelijk geloof op niet-nadrukkelijke wijze een rol. ,,Het hoort bij de personen in de verhalen. Ik schrijf over mijn voorgeslacht. Ik kan mijn overgrootmoeder toch niet van haar geloof ontdoen? Alleen: ik wil het haar niet laten verdedigen. Ze mag zwak zijn. Zo ben ik zelf ook. Ik ben geen top-christen. Ik kies voor Jezus, maar heb langdurige twijfels, waar ik gelukkig ook weer uit kom.’’

Martje en de anderen is meer Gronings dan christelijk, zegt hij. Het titelverhaal ontstond na de ontdekking dat zijn overgrootmoeder is overleden in het psychiatrische ziekenhuis Dennenoord in Zuidlaren. ,,Om het te kunnen schrijven heb ik de directeur gevraagd of ik haar dossier mocht inzien. Na lang aanhouden, kon ik langskomen. Toen is het mij voorgelezen, anderhalf uur lang; ik mocht het niet vasthouden.’’

Het aangrijpende De paardjesklok vertelt hoe de Spaanse griep van 1918 in Groningen toesloeg. ,,Toen mijn vader nog leefde gingen we soms naar Garrelsweer, waar hij geboren is. Dan bezochten we ook de begraafplaats. Daar vertelde hij het verhaal hoe zijn vader de dood van zijn jongste kind niet kon accepteren en een spiegel voor haar mondje hield om te bewijzen dat ze nog ademende.’’

Het liefst een mix van literatuur en geschiedenis
Terugkijkend op vijftig jaar schrijverschap constateert Werkman dat hij heeft kunnen doen wat hij wilde. ,,Zeker wat De Mérode betreft, dat heeft mij ingang gegeven in de algemeen literaire wereld. Ik heb een paar romans geschreven. Maar mijn voorkeur gaat uit naar een mix van literatuur en historie, waarin ik iets kan terughalen uit de geschiedenis. Als je het hebt teruggehaald en opgeschreven, dan ligt het vast. Dan heb ik mijn doel bereikt.’’

Als het bezoek in Amersfoort is afgelopen, laat Werkman nog even een schilderij zien: Onder het orgel in de N.H. Kerk te Krewerd. ,,In de jaren tachtig gekocht van Henk Helmantel. Dat kon toen nog net met het salaris van een onderwijzer.’’ Dan overhandigt hij ten afscheid een rijmprent, Groninger Hogeland: ‘Nauw begrensd oneindig land/ klei en gratie hand in hand/ Hoge hemel, lage grond,/ die mij aan uw landschap bond.’

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.