Zwemmen op camping Bélézy (Frankrijk). Foto Sébastien Boudot

Een naturist draagt alleen kleding om praktische redenen

Zwemmen op camping Bélézy (Frankrijk). Foto Sébastien Boudot

Deze zomer stapt een op de acht Nederlanders liefst helemaal uit zijn kleren om van het mooie weer of het milde zwemwater te genieten. Het is een oude praktijk die al vele stormen heeft getrotseerd. Maar de acceptatie door de geklede medemens vertoont rafels. Een verkenning.

Vlieland heeft niet alleen het grootste aantal zonuren per jaar, het eiland heeft ook het langste aaneengesloten aangewezen blootstrand van West-Europa. En de meeste kledingwinkels per inwoner. Dat laatste komt ‘natuurlijk’ door de toeloop van badgasten en natuurminnaars.

De logica springt niet direct in het oog. Komen de Vlielandgangers dan niet voor de zon, het wad, de duinpannen en het Noordzeestrand? Waarom moeten ze dan zo nodig nieuwe kleren? Zijn zwembroeken soms waterdicht? Baden ze liever in hun eigen zweet dan in zonlicht en zeewater?

Het zijn typisch vragen van een naturist, die slechts kleding draagt om praktische redenen. Volgens de gangbare definitie is naturisme een levenswijze in harmonie met de natuur, die niet op profijt is gericht. Naturisme uit zich in gemeenschappelijke naaktheid, verbonden met zelfrespect, met respect voor anderen en met zorg voor het leefmilieu.

Van deze lievige typering – ontleend aan de statuten van de Internationale Naturistenfederatie – gaat geen enkele dreiging uit. Van de naturisten al evenmin. Ze trekken zich veelal collectief terug achter de heesters van hun tuin, op de officiële blootstrookjes aan de waterkant en achter schuttingen, die hun kampeerterreinen als een collectief badpak omhullen. Ze doen dat tegenwoordig omwille van de vreedzame co-existentie met andersgezinden.

Levenswijze

Naturistendomeinen zijn oasen van het soort dat de Franse postmoderne filosoof Michel Foucault als heterotopisch bestempelt: sociale ontsnappingsruimten met eigen leefregels. Musea behoren ertoe, net als bioscopen, popfestivals en ouderwetse bordelen. Vanouds was een blootterrein een heterotoop met een utopisch karakter. Zo’n honderd jaar geleden was naturisme voor veel beoefenaars verbonden met een verlangen naar een nieuwe tijd, die liefst al onmiddellijk moest worden beleefd. Het was dus geen leefstijl in de sfeer van je baard laten staan of je benen scheren, maar een levenswijze waarin gedrag en maatschappelijke idealen konden vervloeien.

In Nederland was het afwerpen van de kleren voor de meeste utopisten verbonden met het afwijzen van vlees eten, tabak roken en alcohol. Maar ook militaire dienstweigering, gelijke rechten voor man en vrouw, streven naar collectief grondbezit, vrij kamperen en korfbal kwamen vaak in de rijtjes voor. In Duitsland, met een groot industrieproletariaat, traden bij het naturisme heilgymnastiek en hygiëne meer op de voorgrond.

Sommigen dreven af naar naaktheid als middel om de raszuiverheid te verbeteren. Als je dan een blote partner wilde uitzoeken, kon je de syfilislijders en besnedenen door eigen waarneming zo voorbijlopen. Hitlerianen moesten er trouwens niet veel van hebben.

Terugkijkend is die vroege beweging een elitair en ietwat dweperig rariteitenkabinet, dat op de meeste programmapunten geen deuk in een pakje boter heeft geschopt. De meeste blootoasen zouden de crisisjaren en de repressie door de nazi’s niet overleven.

loading

Sociaal bloot

Maar de animo voor sociaal bloot hield wel stand. Na de oorlog ontstonden zoetjes-aan nieuwe verenigingen, vaak nog drank-, vlees- en rookvrij, die her en der kampeerterreinen inrichtten. Eind jaren zestig kregen naturisten de wind mee. Opnieuw ontstonden groepen die zich uitbundig afzetten tegen de heersende conventies. Make love, not war .

Door toenemende welvaart en vrije tijd werd naturisme van een levensstijl meer een vakantie-uitje. In 1972 ging het eerste blootstrand bij Castricum open. Zwartekousengemeenten en bisschoppen sputterden nog wel tegen, maar er was geen houden aan.

In 1986 haalde de Tweede Kamer het bloot zijn in de openbare ruimte uit de sfeer van zedenbederf. Het wetboek van strafrecht kent alleen nog een strafbepaling tegen bloot zijn op een onlogische en ongeschikte plaats. De meeste bekeuringen worden door de rechter kwijtgescholden.

De laatste decennia kan iedereen hier doen waar hij of zij zin in heeft. Het individu is meer consument dan gezelschapsdier. Dit vertaalt zich in vergrijzing van de naturistenverenigingen en in het loslaten van de oude gewoonten. Ze moeten mee met de nieuwe tijd, die een heel andere blijkt dan de pioniers voor ogen stond.

Er kwamen asbakken op tafel, karbonaden en een flesje wijn. De tent maakte plaats voor een caravan of chalet. Commerciële blootcampings boren nu deelmarkten aan: camperbezitters op leeftijd, gezinnen, jongeren, rustzoekers en - in een enkel geval - mensen op zoek naar seksuele opwinding.

'Karin', 'Pieter', en 'Joyce'

De Nederlandse koepelorganisatie NFN verzet de bakens navenant. Ze definieert voorlopig drie deelmarkten, geïllustreerd aan de hand van moodboards. ‘ Karin’ staat voor de echte naturist: één met de natuur, sportief, sociaal bewogen en voorzien van sterke normen en waarden. ‘Pieter’ ziet bloot als als iets fijns. Het mag, maar moet niet. Van groepsbloot moet hij als individualist niet veel hebben.

En dan is daar nog ‘Joyce’: een carrièregerichte individualist met een fascinatie voor sociale status. Ze vindt gezondheid en uiterlijke verfraaiing belangrijk. Ze gaat naar de sauna, maar houdt op het strand net zo goed een broek aan. Live in the moment en Instagram sieren haar profiel.

Is de blootcultuur nu in zijn volmaakte fase? Niets wijst daarop. De buitenwereld wordt grimmiger. Langs de weg van internet dringt zich Angelsaksische neopreutsheid op. We herinneren ons de breed uitgesponnen berichtgeving over de linkerborst die zangeres Janet Jackson ontblootte voor de ogen van een miljard televisiekijkers. Waar kinderen vroeger bloot in de zandbak speelden, wordt dit meer dan ooit geproblematiseerd. Voetballertjes schijnen met de broek aan te douchen.

Een ‘essay’ van de ironiserende literator Stella Bergsma in Volkskrant Magazine legde de leegte van de narcistische consumptieslavernij pijnlijk bloot: social media draaien het zelfrespect van hun gebruikers de nek om.

Traditionele naturistenverenigingen laten zich daarom maar beter niet van de wijs brengen door de aanname dat hun oasen zichzelf hebben overleefd. Het zou er wel eens druk kunnen worden met mensen die bevrijding zoeken om beter in hun vel te zitten. Dat is van alle tijden.

loading  

Federatieve vereniging

Van de circa 2 miljoen Nederlanders die met plezier bloot in de buitenlucht zijn, hebben er 58.000 een lidkaart van de NFN. De federatieve vereniging is de voorhoede die voor de massa de kastanjes uit het vuur haalt.

De kleine staf van de in Amersfoort zetelende NFN benadrukt vooral de alledaagsheid van blootrecreatie. ,,Wat een verschrikkelijk saai onderwerp’’, reageert NFN-directeur Christine Kouman op het interviewverzoek van deze krant. ,,Voor ons is het de kunst om het klein te maken.’’

Bloot zonnen op het strand of in de eigen achtertuin, zonder zwembroek in de vaart duiken: het doet deugd en het is volstrekt legaal. Kouman: ,,Voor de één is het vooral praktisch, een ander wil streeploos bruin worden. Sommigen ervaren vooral de vrijheid of voelen zich dichter bij de natuur staan. Er is niks geks aan.’’

Volgens de NFN-directeur is de wereld van de blootrecreant even gevarieerd als ,,de aangeklede wereld’’. ,,Maar er is een meerwaarde, die je alleen maar zelf kunt ervaren. Je wint aan zelfrespect als je eenmaal de stap zet om je kleren uit te doen. Voor 95 procent van de mensen geldt dat ze daarna niet meer anders willen.’’

Met ruim zestig naturistencampings en nog meer aangewezen blootstranden is er alle gelegenheid om in Nederland sociaal bloot te zijn. En ook daarbuiten is het overal in het openbaar domein toegestaan, tenzij de plaats evident ongeschikt is.

Als het nodig is springt de NFN voor deze verworven rechten in de bres. Dat gebeurde bijvoorbeeld nadat Delft een populair blootstrandje had gesloten. Er werden bekeuringen uitgedeeld, die tot aan de Hoge Raad toe zijn aangevochten.

 

En met succes. Na drie jaar procederen ving het Openbaar Ministerie bot. De bekeurde blootgangers waren niemand tot last geweest en de officier van justitie kon niet aannemelijk maken dat de plek ongeschikt was.

Ordeproblemen

Het is een leerzame uitkomst voor gemeenten die menen dat ze ordeproblemen met ontmoetingsplaatsen van homo’s of swingers zomaar kunnen afwentelen op de blootrecreant.

Kouman: ,,Als er een strandje om zulke kwesties wordt gesloten, zijn we er als de kippen bij. Wij zijn niet ingehuurd voor de behartiging van homo- of swingersbelangen. De gemeente moet zorgen dat onze achterban daar geen last van heeft.’’

De NFN wil de gemeenten helpen bij het vinden van een oplossing. Kouman vindt het herstel van het blootstrand Meerwijck bij Hoogezand een geslaagd voorbeeld. ,,We delen het strand nu met een groep surfers, die in het algemeen gekleed zijn. Dat gaat prima.’’

De strikte scheiding tussen bloot- en textielrecreatie raakt wellicht ook achterhaald. Op de Waddeneilanden liggen tientallen kilometers Noordzeestrand waar blote en geklede badgasten het zand en de branding al vele jaren in pais en vree delen.

Kouman: ,,Het is goed dat het meer organisch wordt. Daar heb je wel ruimte voor nodig. Wij hadden als NFN een welness-areaal gemaakt bij een jongerenfestival in het Amsterdamse Bos. Je mocht er in broek of bikini, maar ook bloot. Er kwamen vooral eind-twintigers op af, die hele mooie gesprekken hadden. Ik sprak er drie jonge meiden. Eentje wilden haar zwemkleren wel uitdoen, maar ze deed het niet omdat haar vriendin het niet wilde. Dan heb je het erover.’’

Vergrijzing

Net als alle ledenorganisaties is de NFN onderhevig aan vergrijzing. Vooral bij die 14.000 leden, die ook nog bij een regionale vereniging zijn aangesloten, beginnen de jaren te tellen. Kouman is met deze clubs, waarvan Zon & Leven en de regionale Lichtbonden de grootste zijn, in gesprek om ze ,,laagdrempeliger’’ te krijgen.

,,De ouderwetse term naturisme is niet achterhaald, maar ze kan de bestaande bonte variatie aan blootbeleving eigenlijk niet dekken. Saunabezoekers en mensen die af en toe een blote duik nemen bereik je er niet zo gemakkelijk mee.’’

Daarom heeft de NFN het eigen merk Blootgewoon gelanceerd, dat zowel geschikt is voor het werven van goodwill als de bestrijding van vooroordelen en resterende taboes. Kouman verduidelijkt: ,,Bloot is gewoon, maar niet gewoon voor iedereen. Het gaat om respect over en weer. Erover praten is goed, maar aan de andere kant: je kunt het alleen maar ervaren.’’

De media-aandacht voor blootrecreatie ervaart de NFN-directeur soms als problematisch. ,,Het wordt nog vaak in een besmuikte of lacherige sfeer getrokken. Dan interviewen ze een blote man met kaplaarzen aan die in de regen op een tractor zit. Geen reëel beeld.’’

Kouman hoedt zich als NFN-boegbeeld voor waardeoordelen over de geklede medemens. Toen aan de Franse Rivièra vorige zomer baadsters in boerkini’s werden gearresteerd, klopten kranten bij haar aan voor een reactie. ,,Als ik respect voor bloot verwacht, op grond van welke aannames moet ik dan iets beweren over iemands voorkeur voor een boerkini? Waarom zou dat voor ons een onderwerp moeten zijn?’’

Nieuwe preutsheid

Aan de nieuwe preutsheid, die op sportclubs en scholen rondwaart, schenkt Kouman liever niet te veel aandacht. ,,Dat gaat wel weer over, denk ik. Op blootterreinen moeten pubers ook gewoon een handdoek om kunnen doen. Dat is meestal een fase.’’

Lastiger vindt ze het dat er nog blootrecreanten zijn, die hun voorkeur verzwijgen. ,,Dat toont dat we er nog niet zijn. Openheid is ons wapen. Als je vertelt dat je graag bloot geniet, kun je de vraag krijgen waar je dan op het strand je portemonnee en je telefoon laat. Ik stel dan de wedervraag: ‘Stop jij ze in je bikini?’ ‘Nee, in m’n tas natuurlijk’, is dan het antwoord. Hou het klein, maar wees er open in.’’

loading  

Drie koppels over naturisme

Je kunt deze onderwerpen volgen
PREMIUM
menu