Een wandeling om grenzeloos grimmig Wortel

Een grenswandeling rondom Koloniedorp Wortel in België. Over landlopers en een grens die onder hoogspanning stond.

‘Opvoeding nodig’

We beginnen bij De Klapekster. Vroeger was dit een landlopersboerderij, nu strekken moderne zwervers er hun benen. Het ommetje telt bijna 13 kilometer. met onderweg lange lanen en waterpartijen, maar ook aangrijpende plekken waar je even bij stilstaat.

De Koloniën van Weldadigheid (anno 1818) in Drenthe werden als een succes gezien. Daarom werd het sociaal-maatschappelijke experiment in de jaren 1822-1825 uitgebreid naar de regio van het Vlaamse Hoogstraten, in het grensgebied van het huidige Nederland en België. Ook in het zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden stikte het immers van de vagebonden, landlopers, flierefluiters en andere niksnutten ‘die opvoeding nodig hadden’.

De plaatsjes Wortel en Merksplas werden uit de grond gestampt. Heidevelden werden ontgonnen, kleine boerderijen verrezen in gelid langs de dreven, strak en geometrisch. Al snel stonden er zo’n 125 boerenbedrijfjes voor mensen die kort daarvoor nog in een armetierig steegje in de grote stad woonden. Of een reizend bestaan leidden; tijdens een van hun historische avonturen belandden hier de vagebonden Robert en Bertrand , twee striphelden van Suske & Wiske -tekenaar Willy Vandersteen.

Meteen vanaf de start loop je over een laan waaraan vroeger de boerderijtjes hebben gestaan. Na de eerste bocht is het Bootjesven bereikt, een plas water die ooit werd gebruikt als zwemvijver voor het personeel van de kolonie. Vogels fluiten en het gekwek van eenden klinkt over het water. Het traject voert over het terrein van een voormalige kolonie, maar als aandachtstrekker wint natuur het van geschiedenis. De boerderijtjes zijn lange tijd geleden al gesloopt en er is geen landloper te bekennen. Wel zien we een aantal strafinrichtingen achter hoge hekken.

In 1993 werd de wet op de beteugeling van de landloperij afgeschaft. De bewoners mochten weer zwerven, al koos een aantal van hen voor een vrijwillig verblijf in de strafinrichting. De wetswijziging betekende ook dat het oude cultuurland niet langer werd onderhouden. De plaatselijke bevolking nam daarin het voortouw, zij zorgde voor restauratie en herbestemming van de gebouwen en het natuuronderhoud. Het is te zien, het oogt netjes.

Overlopers niet welkom

Na een stukje open vlakte waarschuwen bordjes met daarop een afbeelding van laarzen dat het weleens een natte boel kan worden in de komende kilometers. Het plas-dras zorgt ervoor dat de wandelaars moeten wijken van de gebaande paden. De oorzaak is het grensriviertje Het Merkske. Deze meanderende brede sloot wringt zich in alle bochten tussen Nederland en België. Het is een grensriviertje; niemand heeft het aangedurfd de stroom te kanaliseren. Over een houten bruggetje passeren we de landsgrens. De behouden natuurlijke loop van het water zorgt niet alleen voor een natte bedoening in de vallei van Het Merkske, het geeft bovenal vorm aan een prachtig natuurgebied.

Toch was de grens tussen beide landen een eeuw geleden schokkend. Letterlijk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog mochten de Belgen van de Duitse bezetter niet verkassen naar het neutrale, vrije Nederland. Daarom legden de Duitsers tussen beiden landen een hekwerk aan van prikkeldraad en kippengaas waarop 2000 volt werd gezet. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar diverse waaghalzen hebben een poging tot ontsnappen met de dood moeten bekopen.

De grillige grens tussen Knokke in het westen en het Drielandenpunt bij Vaals in het oosten is bijna 450 kilometer lang. Om deze afstand in te korten werden flinke stukken recht afgesneden waardoor grote lappen Vlaamse grond achter het stroomhek kwamen te liggen. Ze vormden een soort niemandsland waarin Belgen woonden tussen prikkeldraad en de strak gesloten grens van Nederland – waar ‘overlopers’ als ongewenste vreemdelingen werden geweerd. Op een dergelijke plek langs de route staat ter nagedachtenis een Duits schildwachthuisje. Het informatiebord erbij vermeldt dat ook 100 jaar geleden al ramptoerisme bestond. Vrije Nederlanders kwamen kijken naar de Belgen die in ‘het kippenhok’ waren opgesloten.

Na het opnieuw kruisen van Het Merkske kom je als wandelaar via bospaden uit bij Wortel. Voordat we de oude bewakerswoningen voorbij lopen, valt nog een keer de mond open van verbazing. Na het bospad kom je uit op een brede laan waarlangs de begraafplaats van Wortel ligt, achter een ronde poort. Als wandelaar móet je er even doorheen, kruizen staan in rijen broederlijk bijeen. De landlopers die hier woonden, waren in de ogen van de bestuurders geen mensen. De arme stakkers kwamen binnen als een nummer en gingen in de kolonie ook naamloos naar hun laatste rustplaats. Nummer en datum van overlijden hangt als loden plaatje aan elk kruis.

Zwevende kruizen

Wie na deze wandeling de behoefte voelt aan meer indrukken moet een paar kilometer verderop gaan neuzen in Merksplas, rondom de andere kolonie. In 1823 kreeg deze vorm, een jaar na de oprichting van Wortel-Kolonie bij Hoogstraten. Landlopers werden hier verplicht om in dit gebied op het land te werken om zo hun arbeidsethos te bevorderen. Vlakbij de kerk staat de huidige gevangenis.

Er wordt ook tegenwoordig hard gewerkt; de woningen en schuren uit de negentiende eeuw ondergaan een restauratie. Wanneer Unesco de voorgedragen Koloniën in Nederland en België volgend jaar als werelderfgoed benoemt, ligt het er weer keurig bij voor het verwachte grote aantal bezoekers.

Indrukwekkender zijn de begraafplaatsen net buiten de kolonie. Ook hier hangen loden plaatjes aan naamloze kruizen. Merksplas heeft drie begraafplaatsen, elk met een eigen poort. De oudste is uit de Hollandse tijd, tussen 1824 en 1830. Hier liggen circa 4500 doden, maar staan slechts 227 witte kruizen naast elkaar. Hoe dat kan? Begin twintigste eeuw bood Merksplas onderdak aan meer dan vijfduizend vagebonden. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog mochten ze weg. Pakweg drieduizend mensen maakten hiervan gebruik. Gekken en dwazen – zinnelozen genoemd – uit België en Frankrijk kwamen voor hen in de plaats.

Maar Merksplas was geen veilige plek. De Spaanse Griep brak uit. Dagelijks moesten mensen worden begraven, soms wel tien per dag. Snel moest een nieuwe dodenakker worden aangelegd, die kreeg als bijnaam Pestkerkhof . Volgens de overlevering belandden de lijken in massagraven, waar ze met ongebluste kalk werden bestrooid. Op dit kerkhof was slechts een dozijn kruizen in gebruik: verrees het twaalfde, dan was het eerste graf alweer aan de beurt om te worden gedolven. Het verhaal leeft voort als de legende van de zwevende kruizen .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Reis
Fietsen en Wandelen
Nederland