Zomerblog (3): Treinen door Europa

Deze zomer reist Koen Marée met de trein dwars door Europa. Voor Reis! doet hij verslag van zijn avonturen en ervaringen. Vandaag het derde deel: Boedapest, een stad van vele schoonheden.

In de nachttrein

George Ezra’s ‘Budapest’ schalt door de nachttrein van Krakau naar Boedapest. Samengepropt in slaapcabines van zes personen maakt de Britse vriendengroep naast ons een klein feestje, op weg naar onze gezamenlijke volgende bestemming. Gelukkig houden ze zich de rest van de nacht koest en kan ik in de ochtenduren terugkijken op een positieve eerste ervaring met het overnachten in een trein. Slechts een paar keer ben ik door het horten en stoten wakker geworden.

Boedapest bezocht ik al eens in het voorjaar. Destijds lag de stad nog bedolven onder een pak sneeuw. Maar nu, hartje zomer, schijnt de zon onophoudelijk. Het kwik kan zelfs oplopen tot ver boven de dertig graden. Gelukkig zijn er vele thermale baden, waarvan Szechenyi de grootste en bekendste is. In andere jaargetijden is een bezoek aan het badhuis net zo aangenaam, zo niet aangenamer, om even te kunnen ontsnappen aan de snijdende kou.

Op weg naar mijn hostel, ‘Tiger Tim’s Hostel’, realiseer ik me dat ik alweer was vergeten hoe prachtig de stad is opgebouwd. Grote, hoge gebouwen sieren de Utca’s (straten) en zijn van binnen bijna opgebouwd als doolhoven. Het duurt dan ook even voordat ik het hostel, gelegen aan de Terez Korut, gevonden heb. Tiger Tim blijkt de hosteleigenaar, een Brit die acht jaar geleden richting Boedapest trok en, naar eigen zeggen, een ‘haat-liefdeverhouding’ met de stad heeft. Later kom ik erachter waarom hij een ‘Tiger’ is.


Het parlementsgebouw.

Mijn kamergenoten komen allen uit Engelstalige landen. Canada, Australië, Amerika, Schotland en Engeland nemen mij op in hun ‘crew’, waarna we een korte rondwandeling maken door de stad.­ De hoogtepunten bewaren we voor later, eerst vullen we onze magen met Hongaarse goulashsoep in Kiado, een authentiek Hongaars restaurant gelegen in de uitgaansbuurt. Daarna is het tijd om, onder leiding van ‘Tiger’ Tim, de verschillende ruïnebars in de stad te verkennen. Voor de veertiger is het een dagelijkse routine en de volgende ochtend staat hij ‘gewoon’ weer om 7 uur op.

Ruïnebars zijn gevestigd in oude, leegstaande gebouwen, waar kunstenaars de vrijheid hebben gekregen om de locatie sfeervol in te richten. Zo verandert een kroegbezoek in een ware tentoonstelling van allerlei voorwerpen. Stoelen vastgeplakt aan het dak, kapotte violen aan de muur of een groot filmscherm midden in de bar; je kan het zo gek niet verzinnen. Wij bezoeken eerst Èllato Kert, een soort Mexicaanse kantine, en gaan daarna door naar Szimpla. Dit is de bekendste ruïnebar, wat ook blijkt uit de wachtrij. Laat je er niet door tegenhouden! Tot slot belanden we in Instant, een grote ruïnebar waar in elke kamer andere muziek wordt gedraaid. Een erg leuk concept.

Stadswandeling

Uitgerust van de avond ervoor verzameld de ‘crew’ zich de volgende dag in het winkelcentrum. Niet om onze garderobe aan te vullen, wat hier overigens geen probleem zou moeten zijn, maar om mee te gaan met de gratis stadswandeling. In Krakau sloeg ik deze al over, nu besluit ik om mee te gaan. Ursula, onze gids, leidt ons langs de prachtige St. Stephens Basilisk en brengt ons via de beroemde Chain Bridge van Pest (foto bovenaan), het centrale gedeelte van de stad, naar Buda, het hoger gelegen gedeelte. Tussendoor vertelt ze over twee gezichten van de stad: strakke, communistische gebouwen, die je gerust ‘lelijk’ kan noemen, afgewisseld met prachtige panden vol uitgebeitelde ornamenten.

‘Het Grand Budapest Hotel’, klinkt het vanuit de groep. We zijn de brug overgestoken en staan nu onder de heuvel waar het majestueuze paleis van Boedapest gevestigd is. Ursula lacht en wijst de verwijzing naar de film van regisseur Wes Anderson van de hand. ,,Die film is opgenomen in Roemenië. Het enige wat ze uit Boedapest hebben gebruikt, is dit kabelbaantje naar boven’’, wijst ze. ,,Maar wij lopen gewoon naar boven!’’

De heuvel op

Een lange klim is het niet. Bovenop hebben we een fraai uitzicht, al kan het voor de liefhebber nog beter. De naastgelegen heuvel, waarop ook het door de Sovjets geschonken vrijheidsbeeld gevestigd is, is nog een stuk hoger. Naar boven komen kost een kwartier. Veel locals kiezen ervoor om een fles wijn in de tas te steken, de heuvel te beklimmen en vanaf de top te genieten van de zonsondergang. Wij lopen via het gebouw waar de Hongaarse premier Viktor Órban kantoor houdt door naar het middeleeuwse stadje aan weerszijde van het paleis. Rondom de Matthiaskerk kun je rondlopen over de oude kasteelmuur.

Langs de Donau lopen we door richting het hostel, terwijl we aan de overkant het reusachtige en voor een groot deel leegstaande Parlement gade slaan. Ditmaal kiezen we voor ‘Belvarosi’ als dinerlocatie. Bij binnenkomst krijg je het idee een fastfoodrestaurant in te stappen. Dit blijkt het ook daadwerkelijk te zijn, ware het niet dat er Hongaars eten wordt geserveerd. Je kiest een stuk vlees, dat vervolgens op de grill wordt gegooid. Als het klaar is, kun je uit een heel pallet heerlijke salades kiezen, waarna je bij het afrekenen erachter komt nauwelijks wat kwijt te zijn.


De overdekte markthal.

De volgende dag koop ik een metrokaartje en reis ik af naar de grote overdekte markthal, vlakbij de groene brug. Kraampjes met Hongaarse specialiteiten worden afgewisseld met de standaard souvenirwinkeltjes vol magneetjes en mokken. De groene brug over de Donau blijkt een ware trekpleister voor toeristen. Hoewel bordjes zeggen dat het niet toegestaan is om omhoog te klauteren, wordt dit door iedereen genegeerd. Ook ik klim de brug in, wat gevaarlijker klinkt dan het is. Met een prachtig uitzicht nuttig ik mijn lunch en bedenk ik wat ik de rest van mijn slotdag wil doen.

De nachtelijke bezoeken aan de ruïne bars bevielen zo goed, dat ik besluit nu eentje overdag te bezoeken. De meesten gaan open rond een uurtje of drie in de middag en serveren, naast drankjes, ook hapjes en avondeten. Op straat wordt mij Anker’t aangeraden, een minimalistische ruïne bar zonder veel opsmuk, maar met een hele relaxte sfeer. Jazzy loungemuziek galmt zachtjes door de binnenplaats van het leegstaande pand, waar ik de rest van de middag doorbreng en mijn reisaantekeningen bijwerk.

Te veel te doen

Met de overgebleven kamergenoten, een deel van mijn nieuwe vrienden is alweer doorgereisd, gaan we nog een keer uit eten. En, omdat Kiado iedereen zo goed bevallen was, vormt het restaurantje ook nu het decor voor een gezellig diner. Op weg naar het hostel bekruipt me een teleurgesteld gevoel: eigenlijk wil ik nog helemaal niet weg uit Boedapest. Er is te veel te doen, het is een ontzettend mooie stad met (in de zomermaanden) lekker weer en zeker niet duur. Deze drie dagen waren veel te kort om de hele stad te zien, ook al was het mijn tweede bezoek.

Maar ik moet door. De nachttrein naar mijn volgende bestemming is al geboekt. Mijn volgende hostel eveneens. Belgrado: een nieuwe stad, nieuwe vrienden, nieuwe avonturen. Op naar de Balkan!

Klik hier om terug te keren naar Reis!

Of like Reis! op Facebook, Twitter en Instagram

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.