‘Amsterdamse jochies dromen van Ajax, op het kamp in Emmen dromen ze van WKE’

Henk Bakker voor WKE in actie tegen Dalen. Foto: Jan Anninga

Als kind op het woonwagenkamp in Emmen had Henk Bakker slechts één droom: spelen voor WKE. De spits debuteerde voor de kampclub in de hoofdklasse en toen de club na het faillissement in de vijfde klasse opnieuw begon, bleef Bakker zijn cluppie trouw.

Op het kamp werd altijd gevoetbald. Grote groepen jongens kwamen dagelijks samen op trapveldjes. De kleine Henk keek toe op zijn voetbalschoentjes. Hij mocht nog niet meedoen. Te jong, niet goed genoeg, werd gezegd. Tot de jongens op een dag een speler tekort kwamen en ze de kleine Henkie vroegen om mee te doen. Ze zagen meteen dat het kereltje een aardig balletje kon trappen. Vanaf dat moment voetbalde hij elke dag.

Vader Jan speelde op dat moment in het eerste elftal van WKE. En hoewel Henk naar de jeugdopleiding van FC Emmen vertrok, bleef het spelen in het oranje shirt van de kampclub zijn grootste droom. Dat gevoel werd sterker toen WKE in 2007 in Enschede voor het eerst kampioen werd van de hoofdklasse.

Naar de kampioenswedstrijd in Enschede in 2007

,Mijn vader zei: je moet mee. Er gaat vandaag iets gebeuren wat je nooit meer meemaakt’’, weet Bakker nog. ,,Bussen vol mensen gingen vanuit Emmen mee naar die kampioenswedstrijd. De spelers gingen daarna op de platte kar. Ik weet nog dat ik tegen mijn kameraadjes zei: dit moeten wij later ook meemaken.’’

loading

Bkkers avontuur bij FC Emmen kwam ten einde en hij meldde zich bij de A-junioren van SVBO. In 2009 haalde John de Wolf de spits naar WKE. De droom kwam uit. Bakker speelde een handvol wedstrijden, maar kwam niet in aanmerking voor een basisplaats. Hij keerde terug naar SVBO en speelde daarna nog bij VV Emmen en Germania Leer.

Maar nergens kreeg hij hetzelfde gevoel als bij WKE. ,,Dat gevoel is heel moeilijk te omschrijven. Als ik in de kleedkamer zit en ik trek het oranje shirt aan, voel ik trots. Dat had ik bij die andere clubs niet. Amsterdamse jochies dromen van Ajax, op het kamp dromen ze van WKE’’, zegt Bakker.

En dus keerde Bakker in 2015 terug bij WKE dat op dat moment in de Topklasse speelde. Hij veroverde een basisplek en was goed voor zes competitiedoelpunten, maar door een torenhoge schuld bij de belastingdienst viel het doek voor de algeheel amateurvoetbalkampioen van 2009.

,,Ik werd daarna door doelman Wim Kok gevraagd of ik het seizoen af wilde maken bij TEVV. Wim speelde daarvoor ook bij WKE. Ik heb toegezegd, maar ik zei meteen: als WKE een doorstart maakt, keer ik meteen terug en jij gaat dan mee. Dat deden we.’’

Hoofdzakelijk talenten van het kamp

Naast Bakker en Kok bleef Harold Wolters als enige speler WKE trouw toen de club in 2016 een doorstart maakte in de vijfde klasse onder de naam WKE ’16. ,,Natuurlijk hoopte ik dat er meer spelers zouden blijven, maar er kwamen een hoop van buiten en je weet dat zij waarschijnlijk een andere keuze maken’’, aldus Bakker.

Tegenwoordig bestaat het team uit talentvolle spelers van het woonwagenkamp. ,,Ik geloof dat er een of twee spelers niet van het kamp komen’’, zegt Bakker. ,,De tijd dat WKE algeheel amateurvoetbalkampioen werd, was een mooie tijd, maar dat is het nu ook. Het team bestaat uit jongens die elkaar hun hele leven al kennen. Onze linksback, rechtsback en een middenvelder zijn de broertjes Scholten en allen goede voetballers. Het zijn bovendien weer de neefjes van mijn vrouw en de neefjes van mijn schoonvader Willem Scholten, die twintig jaar in het eerste heeft gespeeld en nu assistent is. Dat is prachtig toch?’’

De inmiddels 30-jarige Bakker is gelukkig bij WKE. ,,De droom die ik met mijn kameraden had om kampioen te worden met WKE is uitgekomen. Drie keer op rij zelfs. Na de derde keer tatoeëerde de helft van het team het logo van WKE op hun bovenbeen.’’ Inmiddels speelt WKE in de tweede klasse. ,

,Ik denk dat we nu op een mooi niveau spelen. Ik hoef niet ten koste van alles hogerop. We doen het nu met jongens van het kamp, waar ik met mijn gezin net buiten woon, omdat er op dit moment geen plek is. Als we trainen of wedstrijden spelen lopen we langs elkaars huis en pikken we elkaar op, alsof we pupillen zijn. Dat vind ik prachtig. Wat we nu meemaken, is het mooiste wat er is en ik hoop dat ik er nog jarenlang bij kan zijn.’’






menu